nieuws

Verslag: Doe-het-zelf op de Dag van de Ruimte

Geen categorie

Dit jaar stond de Dag van de Ruimte op 10 november, in het teken van Doe-het-zelf: dichter bij de burger en meer ruimte voor initiatief van onderop, niet meer afwachten, meer doen met minder geld. Maar wat betekent meer zelf doen voor Nederlanders? Gaan we terug naar de ‘do it yourself’ mentaliteit uit de jaren zeventig?

Verslag: Doe-het-zelf op de Dag van de Ruimte

 

Van onze correspondenten Anne Seghers en Merel Pit

 De dag, georganiseerd door het Nirov, begon met een excursie naar een buurt of wijk waar een bepaalde vorm van zelforganisatie tot bloei is gekomen en inmiddels al vruchten heeft afgeworpen. Wij bezochten Amersfoort. Na plannen om de portierswoning in de Wagenwerkplaats te slopen, heeft de naastgelegen wijk Soesterkwartier zich verenigd.

Vereniging Soesterkwartier

De vereniging telt zo’n 200 leden en streeft naar een duurzame inrichting van hun wijk en naar samenhang tussen de ontwikkelingen in de Wagenwerkplaats en het Soesterkwartier. Op de website van de vereniging staat meer informatie over de lopende projecten. Buurtbewoonster Joke Sickmann vervult een belangrijke voortrekkersrol. Ze vertelde: “bepalend voor het succes van de vereniging is het feit dat de startopgave buiten de eigen wijk lag (de Wagenwerkplaats), waardoor de pijn en problemen van de wijk in eerste instantie buiten beschouwing bleven.”

Nutrecht

Met de trein togen wij naar Nutrecht, waar de rest van het programma plaatsvond. Hier kunnen jonge ondernemers een bedrijfsruimte huren en hun creatieve of kunstzinnige diensten in de praktijk brengen onder het mom van leren door proberen. Een passende locatie gezien het thema!

Doe-het-zelf is niet gelijk aan participatie

In de inleiding op het hoofdprogramma vertelde Beitske Boonstra (planoloog en onderzoeker bij TNO) over haar onderzoek naar zelforganisatie. Haar stelling is dat Doe-het-zelf een fundamenteel andere benadering vraagt.

Volgens haar is het een misvatting dat participatie te vergelijken is met zelforganisatie. Participatie is top-down georganiseerd, terwijl het juist van onderaf moet komen, gedreven door eigen belang in plaats van door beleid. Het is juist goed als verschillende initiatieven en parallel aan elkaar plannen maken voor dezelfde ruimte. Deze verschillende verhaallijnen kunnen samen komen en conflicten dienen uit onderhandeld te worden.

Verwende generatie

In de discussie die op het verhaal van Boonstra volgde, zei Adri Duivesteijn (wethouder Almere en politicus voor de PVDA) dat voor doe-het-zelf een cultuuromslag nodig is. Bij de overheid, maar ook bij de burgers. Volgens hem is de oude generatie verwend geraakt door de verzorgingsstaat. “We kunnen allemaal zelfstandig handelen, maar we zijn niet zo opgegroeid.” Daarnaast stelde hij dat de overheid initiatief serieus moet nemen en en het vervolgens moet faciliteren.

De opgave is niet veranderd

Tijdens de eerste parallelsessie vertelde Peter van der Gugten (Proper Stok) dat in de gebiedsontwikkeling nieuwe wegen moeten worden bewandeld, maar dit betekent niet dat er per definitie moet worden gebroken met het verleden. “De opgave is niet veranderd, maar de omstandigheden.” Zijn vuistregel luidt: “Werk niet aan dingen die niet van de grond komen. Op basis van een visie zoek je eerst investeerders, pluis je de regels uit en daarna ga je pas tekenen.”

(C)PO is helemaal niet zo gewild

Uit een onderzoek dat Wiebe de Ridder (marktonderzoeker en hoofdredacteur Ruimtevolk)heeft gedaan bleek in de tweede parallelsessie dat de consument helemaal niet zo warm loopt voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap, maar vooral keuzevrijheid wil. De grootste drempels om mee te doen aan (C)PO zijn het ontbreken aan kennis en ervaring over het proces en het bouwen. Mensen die er wel voor open staan, zijn vaak hoogopgeleid, opzoek naar een vrijstaande woning in de hogere prijsklassen en hebben al eerder een woning gekocht.

Wet voor meer buurtrecht

In de eerste natafelrede vertelde Remco van de Stoep (Dialogue by design) dat er in Engeland een wet in de maak is om het planningsysteem te veranderen: de localism bill. Mensen krijgen hierdoor veel meer te zeggen over de planning van hun eigen buurt. Tegelijkertijd is er ook stevig verzet tegen deze wet, omdat het ook voor grote bedrijven makkelijker wordt om hun plannen tot uitvoering te brengen.

Nederlanders zijn passief

Vincent Kompier (urbanoloog, onderzoeker, stadsgids) hield tijdens de tweede natafelrede een betoog dat de Nederlandse burger veel weg heeft van de DDR-burger, zonder dit zelf in de gaten te hebben. Volgens hem zijn Nederlanders passief en vertrouwen ze blindelings op de overheid. Alle keuzes die ze krijgen voorgelegd zijn voorbedacht en getest.

De overheid gedraagt zich als een schoolmeester in plaats van als een marktmeester: de overheid bedenkt van bovenaf wat burgers van onderaf moeten doen. De burger is volgens hem in Nederland verworden tot een consument pur sang en van consumenten kun je geen Doe-het-zelf mentaliteit verwachten.

Presteren burgers op dit moment niet?

Klaas Mulder (muzikant en filosoof) stelde in de laatste natafelrede dat de oproep van de overheid aan burgers om meer zelf te doen, wordt geformuleerd alsof burgers op dit moment sociaal onder presteren. Deze oproep is echter gedaan zonder empirisch onderzoek. Want wie heeft nou echt tijd over? Heel veel mensen zorgen naast hun betaalde werkzaamheden voor hun ouders, voor hun kinderen of doen vrijwilligers werk. Volgens hem is de overheid niet in staat vernieuwing door te voeren in haar eigen organisatie en wijst ze daarom maar naar de burgers.

Tussentijdse hype?

Het was een interessante en inspirerende dag. Eén vraag houdt ons echter nog steeds bezig: is doe-het-zelf een tussentijdse hype, wachtend totdat alles (financieel) weer is zoals voorheen? Of is het een structurele oplossing?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels