nieuws

Interview met Joan Busquets

Geen categorie

De Spaanse architect en stedebouwkundige Joan Busquets is in Nederland werkzaam sinds hij door AIR Rotterdam werd uitgenodigd deel te nemen aan de prijsvraag voor de spoortunnel van Rotterdam. Busquets greep deze kans destijds met beide handen aan en liet op overtuigende wijze zien wat je met de vrijkomende ruimte kon doen zodra het spoor onder de grond was gebracht. Een paar jaar later kreeg hij zijn eerste grote opdracht, de Grotiusplaats, boven de Utrechtsebaan in Den Haag. Sindsdien werkte hij continu aan de meest uiteenlopende opgaven in de Nederlandse stad. In een interview met Harm Tilman kijkt hij terug op deze ervaring.

Interview met Joan Busquets

Jij hecht veel waarde aan het stedebouwkundige proces. Kun je vertellen waarom?

Stedelingen en bewoners zijn tegenwoordig zeer betrokken bij de planontwikkeling. We spreken veel met ze en proberen ze ook te overtuigen. Wat ik sterk waardeer in de Nederlandse situatie is dat deze discussies zo democratisch zijn en op zo’n beschaafde wijze plaats vinden.
Ook ontwikkelaars zijn geïnteresseerd in de stedelijke ruimte, al is het op een andere manier dan de burgers. De gemeente probeert dit op een goede wijze te laten verlopen. Wij hebben vooral oog voor het gegeven dat ieder project zijn eigen logica kent. We ontwerpen niet strikt wat gebruikers of ontwikkelaars willen, maar wat de logica ons oplegt. Het is onze taak deze bevindingen op de juiste wijze over te dragen, zodat burgers en ontwikkelaars deze kunnen delen.
Als je nu naar Grotiusplaats kijkt, dan lijkt het resultaat sterk op ons oorspronkelijke plan, maar tegelijkertijd is alles anders. Dat is de kern van stedebouw. Zij legt het concept van de ruimte vast, bepaalt de schaal van de gebouwen en werkt de detaillering van het maaiveld uit. Gelijktijdig nemen ontwikkelaars beslissingen, terwijl burgers bijvoorbeeld meer groen eisen. Door goed naar ze te luisteren, proberen wij het project te upgraden zonder daarbij op het concept in te boeten.

Wat vind je van de huidige wijsheid dat ontwerpers vooral moeten luisteren?

Je moet zeker goed naar de eindgebruikers luisteren, maar daarmee is je werk niet gedaan. Ieder project kent zijn eigen logica en esthetiek. Die moeten we via tekeningen, modellen en teksten op zo’n manier overdragen dat iedereen ze begrijpt. Om consensus te bereiken, moet die logica sterk zijn. Het gaat niet om door God gegeven ideeën. Mensen hebben het recht te weten waarom iets niet symmetrisch is.
Onze projecten veranderen niet op directe wijze de stad, maar dragen daar wel aan bij. In steden wordt altijd geprobeerd om op een meer rationele wijze gebruik te maken van stedelijke ruimtes en deze op een slimmere wijze te organiseren. Het is zaak hier met je ontwerp op aan te sluiten.
Volgens Lewis Mumford behoren steden en talen tot de belangrijkste artefacten die mensen ooit hebben gecreëerd. Ze zijn niet het gevolg van de acties van een Meester, maar van het werk van vele handen. Uiteindelijk kun je na verloop van tijd niet meer zien wie wat heeft gedaan. Dat wil niet zeggen dat onze bijdragen niet sterk en helder zijn. Ze moeten de mensen een gevoel van trots op hun stad meegeven. We maken specifieke bijdragen, maar vanuit het besef dat steden ons altijd zullen overleven.

Lees het hele interview in de Architect, nr 11, 2011

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels