nieuws

Verleiding in de stad

Geen categorie

De stad heeft de toekomst, daar waren de meeste aanwezigen op het congres van de Architect het over eens. In plaats van een verzameling problemen, is de stad een platform voor oplossingen, aldus congresvoorzitter Harm Tilman. Binnenstedelijk bouwen is een opgave vol uitdagingen voor de architectuur, van herbestemmen, renoveren en verdichten tot ambachtelijk werken, zelf kleinschalig ontwikkelen en slimme engineering.

Verleiding in de stad

Het congres van de Architect over binnenstedelijk bouwen vond plaats in het Vorstelijk Complex te Utrecht, twee leegstaande scholen in de wijk Zuilen die zijn herbestemd tot een cultureel centrum met horeca- en welzijnsvoorzieningen. Herbestemming is een actuele opgave, die onder meer in de lezing van key note speaker Ronald Rietveld over zijn project Vacant NL op inspirerende wijze aan de orde kwam.

 Rietveld_Binnenstedelijk Bouwen 

Kansen in de stad

Rietveld, oprichter van bureau Rietveld Landscape, wees erop dat de zee aan leegstand in Nederland niet alleen kantoren betreft, maar ook publieke- en overheidsgebouwen. Voor een installatie voor de Architectuur Biënnale in Venetië vorig jaar, inventariseerde het bureau de diverse soorten leegstaande gebouwen in ons land én de nieuwe gebruiksmogelijkheden daarvoor. Kansrijke gebouwen voor herbestemming zijn bijvoorbeeld kerken, watertorens en kloosters, maar ook forten en bunkers net buiten de stad.

Allianties aangaan

Het is Rietvelds wens om de kennis- en innovatieagenda van de overheid, die de creatieve industrie moet stimuleren, te koppelen aan hergebruik van leegstaande stedelijke monumenten. Vanwege de gecompliceerde processen en regelgeving rondom herbestemmingen, roept Rietveld architecten op allianties aan te gaan met andere (ontwerp)disciplines, de wetenschap en bedrijven. “Als ontwerper alleen kun je de problemen niet oplossen”, vindt Rietveld.

 Congres_Polo

Politiek engagement

Architect Alejandro Zaera-Polo, van het Britse bureau AZPA, liet in zijn lezing zien hoe architectuur om kan gaan met de diverse problematiek in binnenstedelijke opgaves. Volgens Zaera-Polo kan de architectuur terrein terugwinnen, als ze zich richt op de begrenzingen van architectuur, in plaats van zich over te geven aan een grenzeloze ruimte. Aan de hand van diverse projecten bewijst hij hoe gebouwen en hun gevels, in relatie tot zowel het interieur als de omgeving, een belangrijke rol spelen in de revitalisatie van de stad.

Zaera-Polo hield tegelijkertijd een vurig pleidooi voor politiek engagement in de architectuur: nu zij zich in de laatste decennia de kaas van het brood hebben laten eten, moeten architecten de politiek hun vak inhalen om weer een belangrijke speler te kunnen worden in de bouw. Niet door ideologieën aan te hangen of grootse visies te presenteren, maar door de engineering van architectuur in het ontwerp te integreren.

Woonproducten of milieus?

Bij wie de bal ligt, architecten, ontwikkelaars of overheden, was een belangrijke vraag in het openingsdebat onder leiding van Harm Tilman. De kersverse Rijksbouwmeester Frits van Dongen pleitte voor nieuwe en onconventionele manieren om woon- en werkplekken in de binnensteden te realiseren. Hij noemde de trapveldjes in de wijken uit de jaren twintig en dertig, die door de gemeentes kunnen worden verkocht aan ondernemende particulieren om daar eigen woningen te bouwen. Martin Knuijt van Okra Landschapsarchitecten verlegt de discussie over ‘woonproducten’ liever naar het verbeteren van de openbare ruimte, die noodzakelijk is om een aantrekkelijk leefklimaat in de steden te creëren. Ontwikkelaar Leo Versteijlen van Site Urban Development sluit zich daarbij aan en roept architecten op gemeentes en particulieren te verleiden met goede ontwerpen hiervoor.

Wat wil de markt eigenlijk?

 Dick van Gameren van de TU Delft betwijfelt of de grote ontwikkelaars het verleden los kunnen laten: zullen zij als de crisis voorbij is niet weer terugkeren naar het bouwen van woningen in de weilanden? Of de crisis het moment is om nieuwe ontwikkel- en ontwerpprocessen op te starten, verdeelt de sprekers. Wat dicteert de markt, voor wie bouwen we eigenlijk en zijn de woonvragen in de toekomst nog wel dezelfde? Zouden de tegenstellingen tussen stad en platteland niet scherper moeten worden vormgegeven en wat is eigenlijk een aantrekkelijke stad?

Hands on bottom up

Die vragen stonden eveneens centraal in de tien parallelsessies die ’s middags op het congres plaatsvonden. Deze werden geleid door architecten als Rick Wessels van biq stadsontwerp, Bart Mispelblom Beyer van Tangram en Mark Graafland van Bureau Kroner, en door ontwikkelaars als Vincent Taapken, Rico Zweers en Niels de Vries Humel. Cases uit de dagelijkse praktijk, zoals het renoveren van flatwijken uit de jaren zestig, zijn onder de loep genomen en nieuwe bouwprocessen- en producten besproken. Ook is gepraat over Het Nieuwe Ontwikkelen, waarin bottom up-strategieën als crowdfunding een rol spelen, en duurzaamheid en stedelijkheid kwamen aan de orde. Tenslotte is naar de toekomst gekeken: hechten de nieuwe generaties stadsbewoners nog zoveel waarde aan individualiteit of willen zij liever onderdeel worden van gemeenschappen?

 Oda Visser

Ode aan de stad

Uda Visser van SeARCH sloot het congres af met een gloedvol betoog voor wonen in de stad, geïllustreerd met beelden van projecten die het bureau in de loop der jaren op het terrein van binnenstedelijk bouwen heeft gedaan. Herbestemmen, verdichten, upcycling, dubbel grondgebruik: alles is geoorloofd om een aantrekkelijk stedelijk milieu te maken. Volgens Visser kampt het platteland met veel grotere problemen dan de stad: vergrijzing, krimp, een te grote (auto)mobiliteit en een gebrek aan kritische massa. Het dorp zoals het nu is wordt langzaam uitgekleed, voorzieningen als medische zorg, retail en openbaar vervoer verdwijnen. Het voorzieningenniveau in de stad wordt juist steeds beter: Zelfs de boerenmarkt is nu verplaatst naar de stad, getuige het succes van het winkelconcept Marqt in Amsterdam. Zo verwordt het dorp tot een vakantiebestemming en biedt de stad kansen voor steeds meer groepen. Overheden zouden daarom de rol van serviceverlener op zich moeten nemen, om kleine initiatiefnemers te helpen hun bouwwensen te verwezenlijken.

Marit Overbeek

Benieuwd naar de bevindingen van de deelnemers aan het congres? Bekijk dan op Twitter alle tweets met de hashtag #arcongres.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels