nieuws

Architecten schrijven tweede open brief naar Gemeente Rotterdam

Geen categorie

De twee architectenbureaus die vorige week een open brief naar het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam hebben gestuurd, komen nu met een tweede openbare brief. Zij reageren verheugd op de positieve reactie van de gemeente en de veranderingen aan het eisenpakket voor de aanbesteding Nieuwbouw Stadskantoor
Rotterdam, maar zijn nog niet tevreden met de aanpassingen.

Architecten schrijven tweede open brief naar Gemeente Rotterdam

In de vorige brief pleitten de architecten André Kempe en Oliver Thill van Atelier Kempe Thill architects and planners en Ard Buijsen en Iris Pennock van buijsenpennock architects voor een soepelere aanbestedingsprocedure. Zij vreesden onder andere dat jongere bureaus te weinig kansen kregen.

Belangrijk resultaat is dat het verplichte het lidmaatschap aan het BNA vervalt. Maar de schrijvers van de brief constateren dat de aanpassingen inconsequent en halfslachtig zijn doorgevoerd. In hun ogen worden nog steeds veel bureaus uitgesloten door de omzeteisen. Met dit nieuwe voorstel hopen de architecten dat Rotterdam de reputatie van een innovatieve architectuurstad behoudt.

Foto: Marnix van der Meer

 

Hieronder publiceren wij de hele brief:

VOOR EEN INTERNATIONALE WEDSTRIJD STADSKANTOOR ROTTERDAM
Rotterdam, 25.03.2009

Reactie op Aanpassing aanbestedingseisen Nieuwbouw Stadskantoor Rotterdam
Het verheugt ons dat de gemeente Rotterdam naar aanleiding van onze Open Brief van woensdag 18 maart j.l. het eisenpakket voor de aanbesteding Nieuwbouw Stadskantoor Rotterdam naar beneden heeft bijgesteld. Ook is de juridisch niet toegestane eis om BNAlidmaatschap uit het document verwijderd. Echter moeten wij constateren dat deze voorliggende aanpassing inconsequent en halfslachtig en zonder grondige analyse van de kritiek is doorgevoerd. Ook moeten wij vaststellen dat er nog steeds geen sprake kan zijn van open marktwerking en het scheppen van werkelijke kansen voor vooral jonge en kleinere ondernemingen. Ook berusten een aantal beweringen in de reactie van de gemeente, ons inziens, niet op juistheid. Wij zullen in volgende reactie hier puntsgewijs op ingaan.

Geen gelijke kansen door hoge omzeteisen
Ondanks het naar beneden bijstellen van de minimum eisen is er, wat ons betreft, nog steeds geen sprake van gelijke kansen, aangezien door de gevraagde minimum omzet nog steeds het leeuwendeel van de Nederlandse maar ook internationale architectenbureaus van de selectie wordt uitgesloten. De minimum omzeteis is nu van € 2.4M verlaagd naar € 1.8M. Dat wordt door de gemeente als bescheiden  omschreven. Uitgaand van een jaaromzet van gemiddeld € 90.000 per medewerker betekend dat echter nog steeds dat de inschrijver over een bureau met minimaal 20 medewerkers moet beschikken. Een groot en gevestigd bureau dus dat gemiddeld al 15 jaar moet bestaan om een dusdanige grootte te kunnen bereiken. Hierdoor worden alle meer kleinschalige bureaus (met aanstormend talent) meteen van de selectie uitgesloten.

Het stellen van omzeteisen bij een Europese aanbesteding is trouwens überhaupt niet verplicht maar slechts een optie. Veel overheden – die werkelijk geïnteresseerd zijn in het scheppen van gelijke kansen laten daarom ook omzeteisen bij een selectie volledig vervallen. Hierdoor hebben ook kleine organisaties serieuze kansen en wordt er alleen geconcurreerd op basis van architectonische kwaliteit. Hierdoor komen eerder projecten tot stand die, qua ruimtelijke innovatie, kosten-kwaliteitsverhouding en duurzaamheid, wereldniveau kunnen bereiken. Internationale voorbeelden van dusdanige aanbestedingsmethoden zijn het Open Oproep-systeem in Vlaanderen en het inschrijfsysteem van het Bundesbauministerium Berlin of de wedstrijd tradities in Frankrijk of Spanje. Ook hiermee worden vrij grote projecten aanbesteed zoals onlangs bijvoorbeeld het Hoofdkantoor van het Havenbedrijf van Antwerpen (bouwsom €30M) of de Nieuwbouw van het Humboldtforum in het centrum van Berlijn (bouwsom €180M). 

Geen gelijke kansen door referentie-eisen
Ook het stellen van specifieke referentie-eisen is kritisch. Ook hierdoor worden weer vooral bureaus bevoordeeld die al langer op de markt werkzaam zijn en die een algemener profiel hebben. Bij de referentie-eisen voor het nieuwe stadskantoor Rotterdam zijn twee dingen echter bijzonder kritisch. Aan de ene kant worden zowel kantoor- als ook woningbouwreferenties opgevraagd. Gezien de huidige specialisering van veel bureaus is deze combinatie lastig. Juist de meest innovatieve kantoorarchitecten van Nederland (zoals Paul de Ruiter, cepezed, Rob Hootsmans) bouwen namelijk heel weinig of geen woningbouwprojecten. Hierdoor kunnen zij niet deelnemen en mist Rotterdam een echte kans. Aan de andere kant valt op dat alleen gerealiseerde projecten als referentie gebruikt mogen worden. Ook hierdoor worden weer jonge bureaus benadeelt omdat lopende of in aanbouw zijnde projecten niet ingediend mogen worden.

Ook is het stellen van referentie-eisen bij een Europese aanbesteding niet verplicht maar slechts een optie. De Rotterdamse aanpak is daarom ook “roomser dan de paus” te noemen en richt zich volledig tegen de jonge generatie. Dat verbaasd enigszins: Juist in deze stad zijn in de laatste decennia door jonge architecten zonder referenties en omzet de prachtigste monumenten van de toekomst gebouwd, waar Rotterdammers nu trots op zijn. Rem Koolhaas had nog nooit een museum gebouwd, maar kreeg wel de opdracht voor de Kunsthal – wereldwijd een van de belangrijkste gebouwen uit de jaren 90; Ben van Berkel en Caroline Bos hadden nog geen project van die omvang gebouwd, maar mochten wel de mooiste brug van Europa en het nieuwe symbool van Rotterdam realiseren (Erasmusbrug, Hfl.180M); Jo Coenen – die nog nooit een cultureel instituut had gebouwd – mocht het grootste Architectuurmuseum van Europa realiseren (Nederlands Architectuur Instituut, kortweg NAI). Dat is de geschiedenis van deze stad.

Conclusie
Met het stellen van overdreven referentie- en omzeteisen wordt daarom tegen de historie van Rotterdam in gegaan en werkelijk(e) concurrentie en inhoudelijke innovatie geblokkeerd. Rotterdam mist hierdoor de unieke kans om daadwerkelijk het beste en een vooruitstrevend ontwerp te kunnen kiezen. Ook wordt hierdoor niet voldaan aan het label Architectuurstad Rotterdam,  dat om een zekere voorbeeldfunctie vraagt zoals ook omschreven staat in de beleidsnota van Rotterdam.

Wij stellen daarom voor om nu de kans te pakken en de procedure alsnog te vernieuwen.

Voorstel

INTERNATIONALE WEDSTRIJD STADSKANTOOR ROTTERDAM

• organisatie van een echte architectenwedstrijd met in totaal 10+3 bureaus
• een ontwerpvergoeding van € 25.000 per bureau
• opstellen van een internationale jury met:
-30% juryleden met een opleiding tot architect
-20% juryleden uit het culturele circuit
-50% juryleden gebruikers en volksvertegenwoordigers van verschillende politieke fracties 

selectiecriteria bureaus:
• laten vervallen van omzeteisen
• verruimen van de referentie-eisen:
– bureaus (ouder dan 10 jaar): 5 referenties, waarvan minimaal 3 gebouwd
– jonge bureaus (niet ouder dan 10 jaar): 5 referenties, minimaal 1 gebouwd
• voorselectie: 7 bureaus ouder dan 10 jaar, 3 bureaus jonger dan 10 jaar en de 3 winnaars van de ontwerpwedstrijd uit 2002
• de voorselectie dient te geschieden door de jury die de prijsvraag beoordeelt

Andre Kempe & Oliver Thill | Atelier Kempe Thill (010-7503707)
Ard Buijsen | buijsenpennock architects (06-21833215)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels