nieuws

Architectendagen – Over verleiding en imperfectie

Geen categorie

De Architectendagen, jaarlijks georganiseerd door de redactie van de Architect op de Bouwbeurs, waren ook dit jaar een groot succes. Op de dag over ‘Licht en Architecuur’ gooide Rogier van der Heide van Arup Lighting hoge ogen met zijn opmerking dat licht eigenlijk op een ambachtelijke manier moet worden ingezet om een ruimte te creëren. Robert Winkel van Mei architecten en stedenbouwers bracht de zaal van de kaart met zijn stelling dat een gebouw niet perfect hoeft te zijn en dat de architect niet alles in de hand moet willen houden.

Architectendagen – Over verleiding en imperfectie

Rogier van der Heide opende de lezingenreeks dinsdagochtend met de vraag of men niet liever vijf manieren wilde horen om meer werk naar het bureau te brengen. Blijkbaar valt de schade die de crisis onder het publiek aanricht mee, want men koos unaniem voor het onderwerp licht. Volgens Van der Heide moet licht vooral worden ingezet om te verleiden. Daarbij is het de taak van de lichtontwerper en de architect om de analytische, logisch denkende opdrachtgever zo ver te krijgen dat hij instemt met een uniek ontwerp. “Als je iets ontwerpt, moet er geen substituut voor zijn. Er zijn al te veel producten met overeenstemmende kwaliteiten en de mens zit zo in elkaar dat hij alleen ziet wat anders is.” De kans dat dit lukt is het grootst als je met goede partners vanaf een vroeg stadium op een ambachtelijke manier te werk gaat en de klant ‘inplugt’ in het creatieve proces. 

Na Van der Heide sprak Joost Vos van Benthem en Crouwel Architecten over de toepassing van licht in het Stedelijk Museum te Amsterdam, dat van oudsher beroemd is om zijn daglichtzalen.Frits van Dongen van de Cie. vertelde hoe zijn lichtgebruik zich heeft ontwikkeld tussen het ontwerpen van theater De Harmonie in Leeuwarden (1995) en dat van het conservatorium in Amsterdam (2008), terwijl Nathalie de Vries van MVRDV ook veel aandacht vroeg voor de schoonheid van de duisternis.

Genereuze architectuur
Ton Mensink van IAA Architecten beet de spits af op de ochtend gewijd aan Genereuze gebouwen. Hij besprak het ontwerp voor het ROC Twente in Hengelo, in zijn ogen een huwelijksmarkt voor kinderen die overlopen van de testosteron. Volgens hem hebben ze daarom bij uitstek een gul, ruimtelijk en gelaagd gebouw nodig. Hij wilde hiertoe onder meer de oude gieterij behouden – een wens van drie miljoen euro. Op de vraag van dagvoorzitter en hoofdredacteur van de Architect Harm Tilmanhoe hij dit voor elkaar heeft gekregen, luidde het antwoord: “Knokken. Dit kan je als architect alleen bereiken als je politieke consensus weet te bereiken. En dat is een enorm gevecht.”

Berit An Roos van Onix Architecten sprak over de wens van haar bureau om te zorgen voor grensoverschrijdende gastvrijheid. Haar ideaal zou zijn als het onderscheid tussen privé en openbaar minder strikt zou worden. Een soort tussengebied tussen de tuin en het park, met gedeelde lusten en lasten voor de burger en de staat.

Luc Vanmuysen van A2o Architecten in Hasselt stelt dat je als architect ruimte kunt recupereren door op strategische punten interessante projecten te ontwikkelen. Met de aankoop en ontwikkeling van een voormalige silo in de haven voor het eigen kantoor en een aantal culturele bedrijven heeft A2o Architecten bijvoorbeeld bijgedragen aan de ontwikkeling van een culturele as in Hasselt.

Robert Winkel van Mei architecten brak een lans voor de eindgebruiker. Die wordt volgens hem veelal vergeten bij het ontwerpen van gebouwen. “Weten jullie bijvoorbeeld hoeveel spullen een Nederlander gemiddeld heeft? Twintigduizend. Dat lijkt me belangrijke informatie voor een architect.” Winkel probeert zich al jaren te verzoenen met de imperfectie die ontstaat wanneer een gebouw wordt gebruikt. Bijgevolg is hij nu tot de conclusie gekomen dat een gebouw bij oplevering al niet perfect hoeft te zijn. “Een handgemaakt glas vinden we toch ook juist mooi vanwege de imperfectie?”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels