nieuws

Gaten in de gevel en goed stoken

Geen categorie

Wie een prettig binnenklimaat wil in zijn woning, kan vooralsnog het beste alles tegen elkaar open zetten. Woningen moeten dan ook worden voorzien van voldoende gevelroosters en tuimelraampjes, want juist kleine openingen maken continu ventileren mogelijk. Dit lijkt de belangrijkste uitkomst van seminar ‘Gezond ventileren: natuurlijk!’, dat DWA en CIB op 24 juni hielden naar aanleiding van de gezondheidsproblemen in woningen met balansventilatie in Vathorst.

Het seminar telde elf sprekers die ’het geval Vathorst’ en balansventilatie in het algemeen vanuit zeer verschillende hoeken bekeken. Toch leken ze het in grote lijnen eens: balansventilatie met centrale toevoer is een kwetsbaar systeem. Er moet heel veel goed gaan om te zorgen dat het werkt en het is duur in onderhoud.

De ‘probleemwoningen’ in Vathorst zijn een mooi voorbeeld van hoe het níet moet. Alleen al op bouwtechnisch gebied is er veel mis gegaan, in veel schakels van de keten. De installaties hebben bijvoorbeeld zo weinig capaciteit, dat ze alleen in nieuwstaat en op de hoogste stand voldoende lucht kunnen aanvoeren om de norm in het Bouwbesluit te halen: het absolute minimum. 

Tegelijk zijn warmte-terugwin-units (WTW-units) bevestigd aan niet-constructieve wanden en is er bezuinigd op geluidsisolatie, zodat bewoners de systemen laag of zelfs uit zetten. De ventielen zitten op de verkeerde plekken en men heeft de goedkoopste ventielen genomen, die de lucht recht naar beneden laten vallen. De oude lucht mengt dus niet met de nieuwe en bij het ventiel tocht het. Áls het ventiel al iets doet – want het systeem was in veel gevallen niet ingeregeld. De WTW-units en kanalen zijn tijdens het bouwen volgeraakt met zand, bouwstof en soms zelfs beton, hetgeen de capaciteit van de installatie en de luchtkwaliteit uiteraard ook niet ten goede komt.

Dit kan natuurlijk beter. Dan moet men in een vroeg stadium samenwerken en het comfort en de gezondheid van de gebruiker zwaarder laten wegen dan geldelijk gewin. In de praktijk wordt er echter weinig samengewerkt en is er altijd wel iemand te vinden die bereid is een klus ‘voor een kwartje minder’ te klaren – en dan kiest voor de goedkoopste materialen. Bovendien levert zelfs een overgedimensioneerd systeem dat goed is aangelegd en ingeregeld na verloop van tijd nog problemen op. De kanalen moeten namelijk worden schoongehouden. En een reiniging die stof, zand, beginnende schimmelgroei en andere ongezonde zaken echt goed verwijdert, is erg duur. Dus: wie gaat dat betalen?

Het is daarom misschien wel het beste om een voorbeeld te nemen aan een Brits / Schots experiment, waarbij degene die de opdracht kreeg voor de bouw van een school tevens verantwoordelijk was voor de eerste dertig jaar onderhoud. Het kan namelijk wèl goed. Maar tot die tijd lijkt het toch het beste om de bewoner de kans te geven om een raampje open te zetten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels