Belazerd
Ruimtelijke kwaliteit kan een doel zijn. In dat geval leidt het tot verbluffend aangename stedelijkheid als teken van beschaving. Maar wat steeds vaker blijkt is dat Ruimtelijke kwaliteit geen doel op zich meer is, maar een voorwendsel voor de werkelijke reden van een bouwontwikkeling; het verdienmodel voor een marktpartij of voor politiek gewin elders. Het resulteert in een vorm van roofbouw van complete gebieden en steden, keurig goedgepraat door het ‘vakgebied.’
Onwetend en zonder excuus worden studenten hiervoor opgeleid.
Tijdens de opleiding wordt de stedenbouwkundige getraind in het herkennen van
kwaliteit, verleid met hoge cijfers en blijk van waardering. Maar vanaf het
werkzame leven wordt de stedenbouwkundige ervoor betaald deze kwaliteit terug te
brengen tot het minimum waarop roofbouw nog grammaticaal tegengesproken kan
worden.
Hoe enthousiaster de pas afgestudeerde stedenbouwkundige water bij de wijn
schenkt, des te frequenter de schouderklopjes. Hoe beter hij aan collega's uit
kan leggen dat hij het toch behoorlijk goed gedaan heeft, en hij zelf evenmin
kritisch is naar diezelfde collega’s, des te groter wordt zijn macht binnen de
organisatie en des te desastreuzer de gevolgen voor het stedelijk landschap.
Het opvolgen van deze ongeschreven regels wordt sociaal-maatschappelijk beloond
en verklaart waarom massa’s aan stedenbouwkundige hier aan mee werken:
“Zo werkt het nou eenmaal.”
“Het is al heel wat, dat dit project van de grond gekomen is.”
“Het ging hier vooral om het raamwerk, de rest was niet de essentie van de
stedenbouwkundige opgave.” (…)
“Nee, je moet het in fasen zien; wat nu gebouwd is, wordt over 50 jaar misschien
wel heel mooi gevonden of anders tegen die tijd wel mooier gemaakt.”
“We kunnen niet alles van goud maken hoor.”
“Wat is hier nou mis mee?” (vb. IJburglaan)
“Ach, blijkbaar willen de mensen dit.” (menig VINEX-wijk)
Dat het allerminst om kwaliteit gaat blijkt uit haar uiteindelijk minimale
gewenstheid, tijdens het aflopen van het planproces. Het maakt stedenbouw, in
essentie, tot kwakzalver van realiteit ten dienst van het gewenste zelfbeeld als
mens, en de verdediging ervan. Bovendien remt het de vooruitgang van beschaving.
Deze werkelijkheid is zo gênant, dat ze leidt tot verbazingwekkende ontkenningen
in alle tonen.
Vastgoed is een beleggingsobject en stedenbouw het voorwendsel om met de minst
nodige kwaliteit weg te kunnen komen. Om het morgen nog een keer te kunnen doen.
Een volwassen geworden schande die een herdefiniëring van het begrip ‘
vakgebied’ vereist, of als enige andere keuze haar welverdiend de das om doet om
met schone lei opnieuw te beginnen.
Reacties
- Jeroen Heester | 12/07/2011, 11:56
-
Beste Micha, mijn oprechte dank voor je aangename reactie.
Ook in een zapcultuur, is inhoud van belang en is soms meer tekst en uitleg vereist.
Ik heb mijzelf verleid tot een te bondige tekst waardoor termen als cultuurpessimisme en cynisme op begrijpelijke wijze kunnen ontstaan. Daarom deze nadere toelichting:Met het onbetwist accepteren van politiek en geld, ben ik het eens, omdat binnen deze kaders inmiddels veel vooruitgang heeft plaatsgevonden. Mijn inziens echter niet door de aanwezigheid van weerstand, maar door de aanwezigheid van de menselijke wil. Die op zijn beurt weer gebruik maakte van technische innovatie, functionele noodzaak op het gebied van gezondheid en veiligheid, alsmede van idealistische uitgangspunten.
Deze menselijke wil was bovendien stedenbouwkundig van maatschappelijk belang, omdat ieder zijn/haar leefomgeving er beter van werd. Dus de component die ik wens te diskwalificeren, is niet geld of politiek, maar de willoosheid om nog van maatschappelijk nut te zijn. (zie citaten in oorspronkelijke tekst.)De blinde razernij van voor de crisis, het prijsopdrijvend effect van de marktwerking en het Nederlandse gesubsidieerde woonsysteem waarin bovendien het marktaanbod kunstmatig gemanipuleerd wordt, is prijstechnisch een reden geweest die de crisis verzwaarde, en is prijstechnisch gezien een rotpositie om tijdens deze crisis tot een uitweg te komen, die ons allen verder brengt.
Overgave aan het niet (willen) zien van een uitweg leidt tot het accepteren van stilstand. Het goedpraten van deze relatieve achteruitgang leidt tot introvertie: het concentreren op eigen verantwoordelijkheid, zonder contact te houden met het geheel. De manager let enkel op geld en kosten, de politicus op het beschermen van de eigen positie en de stedenbouwkundige en architect op het dienstbaar voldoen aan de wensen van beiden. Vervolgens kan veilig naar de ander gewezen worden als kritiek gegeven wordt. Dit is de willoosheid, waar ik op doel.
Om met deze beperking toch tot verbetering en vooruitgang te komen, is daarom allereerst acceptatie van belang. Acceptatie van wat slecht is, fout gaat, onmogelijk blijkt. Alleen dan kan op Tai-Chi achtige wijze van beperkingen gebruik gemaakt worden. We dienen onze schaamte en ons verdriet te tonen en te voelen, om haar tenslotte te kunnen omarmen in een gezamenlijke dans naar verbetering.
Hoe moeilijk dat nu ook lijkt, want het betekent dat we onze zwakte en tekortkoming als mens moeten omarmen. Dit accepteren van zelfkritiek schept een podium voor het herformuleren van stedenbouwkundige doelstellingen en maakt dat nagedacht kan worden over in wat voor samenleving we willen leven. Alleen dit leidt tot de coördinaten van de verbetering.
Dit noem ik het herdefiniëren van het vakgebied. En omdat deze houding, mijn inziens, de enige kans is om stedenbouw toekomst te bieden noem ik, de das omdoen en opnieuw beginnen, als enige optie.
- Martijn Oosterhuis | 07/07/2011, 20:48
- Jeroen, Kijk eerst eens om je heen voordat je je eigen vak diskwalificeert ! Bouwen aan ruimtelijke kwaliteit kan alleen met een brede scope, overtuigingskracht en geduld. Een schone lei is niet aan de orde. Dan kun je inderdaad beter iets met kunstprojecten doen.
- Micha de Haas | 07/07/2011, 15:34
- Beste Jeroen, "een volwassen geworden schande" - wat mooi geschreven! Maar: dat het een strijd is (en die hebben wij zelf ook ooit met elkaar gevoerd) zal niemand betwijfelen. maar de vraag is of je het wint als je geld en politiek niet als valide componenten van het ruimtelijk beleid accepteerd en als je alleen maar cultuurpessimisme en cynisme in de strijd gooit. Vooruitgang en kwaliteit kommen door weerstand, niet door het diskwalificeren van de oponenten.

