nieuws

Deel 3/3: Nut en noodzaak van PPS – systematisch en kritisch onderzoek

Business

Sinds de ingebruikname van het Ministerie van Financiën in 2008 worden steeds meer bouwprojecten gerealiseerd onder de vlag van Publiek-private samenwerking (PPS). In een uitgebreid artikel gaf Louis Lousberg hierover een kritische evaluatie in het Februarinummer van de Architect. Deze week publiceren we het stuk in drie delen, waarvan dit het derde deel is.

Deel 3/3: Nut en noodzaak van PPS – systematisch en kritisch onderzoek

 

Beperkte invloed van gebruikers

Zou een brede evaluatie van de kwaliteit van gebouwen plaatsvinden, dan kan kennis ontstaan over de mechanismen die een rol spelen bij het bepalen van die kwaliteit. Bij de DBFMO-aanpak krijgt de gebruiker niet de rol van opdrachtgever, wat de gebruiker een beperkte invloed geeft op de kwaliteit. Volgens de Rijksgebouwendienst (Rgd) lukt een goed DBFMO-contract alleen als de toekomstige gebruiker nauw betrokken is zowel in de voorbereidingsfase als tijdens de looptijd van het contract. Indicaties zijn echter dat deze procedure in de werkelijkheid anders uitpakt. De gebruikers hebben in de voorbereidingsfase een andere positie dan in de traditionele situatie; volgens een architect in een dergelijke fase was er minder direct contact met de gebruiker zodra zij in het acquisitietraject zaten. De gesprekken tussen een architect en de opdrachtgever dan wel gebruiker verlopen nu eenmaal anders wanneer een opdracht al is vergeven, dan wanneer een zogenaamd ‘concurrentiegericht dialoog’ plaatsvindt, die een deel van de aanbestedingsprocedure is.

Systematisch en kritisch onderzoek hard nodig

Geconstateerd is nu dat het Rijk met de inzet van PPS/DBFMO bij gebouwen als doelstelling heeft om betere kwaliteit-prijs-verhouding te bereiken, maar dat het wat prijzen betreft slechts mag spreken van ramingen en dat het nog geen initiatieven heeft genomen om de kwaliteit serieus te evalueren. Wat hierbij kan helpen is systematisch uitgevoerd onderzoek.

Een eerste vereiste hiervan is dat de DBFMO-projecten worden vergeleken met de meer traditionele projecten. Het is anders immers onmogelijk om uitspraken te doen over wat beter is.
Een tweede vereiste is dat voldoende representatieve projecten worden onderzocht om betrouwbare gegevens te genereren. Naar schatting is het aantal tot nu toe gerealiseerde projecten in principe voldoende voor betrouwbare gegevens wat betreft kwaliteitsvraagstukken.
Tot slot is een vereiste dat dit onderzoek kritisch is, zoekt naar nuance en precisie en vanuit een van de opdrachtgever onafhankelijke positie wordt verricht.

Pas dan kunnen controleerbare uitspraken worden gedaan over nut en noodzaak van PPS. Gezien de tot nu toe bereikte resultaten, is een dergelijk systematisch en kritisch onderzoek hard nodig.

 

Actie abonnement de Architect

Wat is jouw kritische evaluatie van PPS?

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels