nieuws

Jo Coenen van TU Delft naar IBA Heerlen

Business

Jo Coenen heeft afgelopen vrijdag afscheid genomen van zijn post aan de faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Coenen moest stoppen omdat hij 65 werd. Hij heeft echter al een andere uitdaging gevonden, bij de Internationale Bauausstellung (IBA) in de regio Heerlen – Parkstad. Daar gaat hij als directeur aan de slag.

Jo Coenen van TU Delft naar IBA Heerlen

 

 

De TU Delft publiceerde het volgende interview op zijn site:

U was voor uw aantreden vooral bekend van grote nieuwbouwprojecten als het Nederlands Architectuur Instituut, Plein 1992, Tivoli en het stadskantoor van Delft. Hoe kwam u terecht bij de vakgroep Restauratie?
Ik ben gerufen, zoals de Duitsers dat zeggen. Dat gaat niet via sollicitatie, er is iemand nodig voor een klus en daarvoor was ik kennelijk de juiste man. Ik heb een aantal gebouwen uit de periode van het Nieuwe Bouwen gerestaureerd en bij stedenbouwkundig werk als het Céramique-gebied in Maastricht was erfgoed het uitgangspunt. Binnen het heersende klimaat van ‘nieuw en nog eens nieuw’ viel dat op. Ik heb kennelijk een fijngevoeligheid aan de dag gelegd die uitzonderlijk is.

Dan ontbreekt die kennelijk bij anderen. Is het aan te leren?
Tot op zekere hoogte. Daartoe heb ik een leerstoel in het leven geroepen en didactiek opgesteld. Om de ‘kunst van het versmelten’ te leren, zoals ik het in mijn oratie noemde. Mensen reizen graag naar het ‘oude’ Europa – Brussel, Lyon, Wenen – omdat daar het nieuwe is vormgegeven zonder het oude geweld aan te doen. Typisch aan Europese architectuur is de aandacht voor de ruimtelijke en historische context. Aan ons de taak om dat te bewaken en opnieuw te onderwijzen.

Heeft Nederland de ‘kunst van het versmelten’ beter onder de knie gekregen?
Ja, er zijn tekenen van herstel. Het vernieuwde Rijksmuseum en het gerestaureerde gebouw van de Rijksdienst voor Monumentenzorg in Amersfoort zijn klinkende voorbeelden. Gemeenten kiezen trouwens in het algemeen steeds meer voor architecten die deze kunst verstaan.

Is dat de verdienste van uw – heringerichte – vakgroep?
Ik vermoed van mede. Als Rijksbouwmeester heb ik me daarvoor in de beleidssfeer ook ingezet. De omvorming van de leerstoel was noodzakelijk. Interventie, modificatie en transformatie zijn veranderingsmethoden: oud en nieuw staan gewoonlijk naast elkaar en men aanschouwt de verschillen. Om versmelting te bewerkstelligen moet je meer doen. Daarnaast heeft de opkomst van nieuwe materialen en technologieën een dubbelslag mogelijk gemaakt. Niet voor niets is er een leerstoel Heritage Technology erbij gekomen. Als de technische superspecialisten en de aannemerij een zelfde fijngevoeligheid ontwikkelen introduceer je de vernieuwing zoals prefabricage bijvoorbeeld.

Is het proces nu afgerond?
Nee, nu moeten anderen het oppakken. Ik wil niet over mijn graf regeren, maar het is belangrijk dat we studenten deze visie op het vak meegeven. Twee derde van alle opdrachten bestaat momenteel uit veranderen van het bestaande, totale nieuwbouw wordt steeds schaarser. Het vak verandert dus fundamenteel. Mede daarom was ik een voorvechter van de Beroepservaringsperiode (BEP). Dat helpt jonge mensen met opdoen van enkele jaren beroepservaring. In de toekomst moeten architecten integraal kunnen werken – niet alleen ruimtelijk, maar ook maatschappelijk. Beroemd worden met iconen is er nauwelijks nog bij in de toekomst.

De tijd van de iconenbouwers is voorbij?
Absoluut, zeker in dit land. De beroepsgroep is gedecimeerd door de crisis, het aantal projecten ook. Dat heeft geleid tot bezinning. Misschien kan het nog het in het Verre Oosten, waar veel minder aandacht is voor de context.

Actie abonnement de Architect

Wie is jouw gedroomde hoogleraar voor de vakgroep Restauratie?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels