blog

Blog – Van wie is dit gebouw?

Business

Door Pieter Graaff – Stel, je wilt een huis laten bouwen, maar de architect die je in de arm neemt heeft zoveel ideeën en ambities dat je je begint af te vragen; wiens droomhuis bouwen we nu eigenlijk? Het is de plot van de met clichés doorspekte speelfilm ‘The Architect’ uit 2016. Met in de hoofdrol een overdreven, maar herkenbaar stereotype van de beroepsgroep.

Blog – Van wie is dit gebouw?
Still uit de film The Architect (2016). Bron: vimeo

Deze ambitieuze architect weet met strategisch jargon alle wensen van de opdrachtgever om te buigen naar zijn eigen ideeën. Intussen knoopt hij wel een affaire aan met diens vrouw.

Dan maar zonder architect
Maar stel, je koopt een oud pand, tast diep in de buidel om het nieuw leven in te blazen en wordt vervolgens door de oorspronkelijke architect – die je nooit hebt ontmoet – voor de rechter gesleept. Dit scenario komt niet uit een film, maar uit de praktijk. Het afgelopen jaar deed zich weer een aantal rechtszaken voor rondom het auteursrecht van architecten over hun ontwerp. Dat roept de vraag op: van wie is een gebouw eigenlijk?

De Kunsthal in Rotterdam is eigendom van de Gemeente Rotterdam. Als je naar binnen wilt betaal je entree aan het museum, feitelijk de huurder. Boek je een rondleiding, dan wordt je verteld dat het gebouw van Rem Koolhaas is. En dat het een echt Rotterdams gebouw is. Soms overheerst de identiteit van de ontwerper, soms die van de eigenaar en soms die van de gebruiker. En soms die van de plek waar het gebouwd is.

Museum en reclamezuil De Kunsthal Museum en reclamezuil De Kunsthal

Het is prachtig als veel mensen eigenaarschap voelen over geliefde en mogelijk kwetsbare gebouwen. Het is verstandig dat we historische monumenten vervolgens beschermen tegen de grillen van eigenaren, hoewel de erfgoedsector zich ook steeds meer realiseert dat gebruik een voorwaarde is voor behoud. Maar het is ook ingewikkeld als architecten hun ontwerpen zodanig als deel van hun identiteit zien dat ze gebruik en aanpassing hiervan blokkeren.

What happened to my buildings?
En dan is er nog het verhaal van Marlies Rohmer (‘Zeldzaam kwetsbaar en leerzaam’ volgens de uitgever) die met een busje haar oude projecten bezoekt en zich afvraagt ‘what happened to my buildings?’. In gesprek met bewoners en gebruikers ontdekt ze de kloof die is ontstaan tussen haar ontwerpideeën en het daadwerkelijk gebruik. En ook daarbij de kwalificatie ‘my buildings’… Als architect ontkom je er niet aan keuzes te maken in het ontwerp. Het siert Rohmer dat ze die vol overgave heeft gemaakt en er nu, dertig jaar later, openlijk verantwoording over aflegt na consultatie van bewoners en opdrachtgevers.

Marlies Rohmer op bezoek bij haar projecten. Bron: rohmer.nl Marlies Rohmer op bezoek bij haar projecten. Bron: rohmer.nl

Onbereikbaar
De pijn zit er natuurlijk in dat veel architecten niet de wereldvreemde egotrippers uit de film zijn, maar uit de aard van de opdracht geen contact krijgen met de uiteindelijke bewoners. Het project is dan van de ontwikkelaar, de ontwerper, de bouwer en pas op het einde van de nog onbekende bewoner of gebruiker. Hoe idealistisch en gemotiveerd ook, contact met deze bewoner tijdens het ontwerpproces is praktisch onmogelijk. Dit terwijl onderzoek keer op keer aantoont dat de woontevredenheid sterk samenhangt met de mate waarin bewoners hun woonomgeving kunnen beïnvloeden. De architect wordt daarbij gevraagd om hoogdravende verhalen om een plan te verkopen, waardoor de confrontatie met de werkelijkheid des te harder wordt.

Leistungsphase 9
In Duitsland zijn architecten tot 5 jaar na oplevering verantwoordelijk voor hun ontwerp. Dat betekent dat zij bij lekkages of ongemakken gebeld worden om dit op te lossen. In de beroepspraktijk zorgt dat voor een hoop knullig werk, maar ook voor een grote kennis van bouwproces, kostenbeheer en de effecten van ontwerpbeslissingen.

Bij een Dragons Den op de Jonge Architectendag van de BNA pleitte ik daarom jaren geleden voor een meer duurzame betrokkenheid van architecten bij hun projecten. In plaats van te werken aan eindbeelden en opleveringen zouden we langduriger betrokken kunnen zijn bij beheer en ontwikkeling van een groeiend portfolio. Door betrokken te blijven bij gebruik en verandering leren we meer van de gevolgen van ontwerpbeslissingen en wordt organische ontwikkeling beter mogelijk.

Slide uit de pitch ‘Naar een duurzame betrokkenheid van architecten bij gebouwde omgeving’, 2011 Slide uit de pitch ‘Naar een duurzame betrokkenheid van architecten bij gebouwde omgeving’, 2011

Bijkomend voordeel is dat het delen van verantwoordelijkheid in geslaagde samenwerkingen ook leidt tot een gedeeld begrip van kwaliteiten en uitgangspunten van een ontwerp. De gebruiker weet dan waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn, wat de uitgangspunten waren bij het ontwerp en welke onderdelen naar eigen smaak zijn aan te passen. Het portretrecht wordt daarbij niet door een rechter op afstand, maar door de bewoners of gebruikers zelf bewaakt. De vraag ‘what happened to my buildings?’ kan dan niet met lichte paniek, maar oprechte nieuwsgierigheid gesteld worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels