blog

Blog – Andere Werelden – Deel 2

Business

Arjan de Nooijer – Een van de leukste aspecten van het architectenvak vind ik dat je bij ieder project in een wereld kunt duiken die je voorheen niet kende.

Zo weet ik sinds 4 jaar alles over het houden van paarden, en daarmee over de agrarische sector, terwijl de keren dat ik op de rug van een paard gezeten heb, op de vingers van een hand te tellen zijn. Wat zijn minimale stalafmetingen, hoe train je paarden, hoe voorkom je pestgedrag tussen merries en wat zijn de ruimtelijke consequenties van strikte EU normen rondom de fokkerij, dit zijn allemaal zaken die voor mij geen geheim meer zijn.

Een andere boeiende wereld is die van de voedingsindustrie. De keer dat ik opperde groen in het kantoorgedeelte van een bestaande pannenkoekenfabriek te introduceren, werd ik meewarig aangekeken: planten in een dergelijk gebouw zijn nu eenmaal verdacht. Of ik weleens van de HACCP had gehoord? Terecht of niet, het is de mores in de meeste voedselverwerkende bedrijven.

Nieuwe wereld
Zo’n kennismaking met een nieuwe wereld brengt je in contact met manieren van denken en handelen die je uitdagen de toegevoegde waarde van je vak te herdefiniëren. Veel is gericht op de efficiëntie van logistieke processen. Is een gebouw alleen een zo optimaal mogelijk jasje rond een logistiek proces? Ik denk intussen dat er meer uit te halen valt. Gelukkig kent de architectuur in deze sectoren prachtige voorbeelden. Denk bijvoorbeeld aan de kaasmakerij van Bastiaan Jongerius architecten of de Aplix Factory van Dominique Perrault: hier zijn de logistieke processen opgegaan in een architectuur die een dialoog aangaat met het landschap.

Fig. 1 – Cono kaasmakerij – Bastiaan Jongerius, winnaar van ARC14 Architectuur (bron: website de architect)

Fig. 2 – Aplix factory ontworpen door de Franse architect Dominique Perrault (bron: perraultarchitecture.com)

Een woning in een stal
De pragmatische wereld van de paardenhouderij en de voedingsindustrie doet wat met je: gaandeweg heb ik een sympathie ontwikkeld voor de materialen waarmee je in dergelijke projecten te maken hebt. Stalen spanten van IPE600 profielen,  sandwichpanelen, stelconplaten; dat soort werk. Vierkante en vooral kubieke meters maken. Bram en ik zijn er in enkele prijsvragen mee gaan ontwerpen. Soms leverde dat boeiende inzichten op en soms bleken we de verkeerde verwachtingen te koesteren.

De ‘tiny house’ beweging is waarschijnlijk vooral populair vanwege de onafhankelijkheid die je hebt van contracten en hypotheken, en minder vanwege het geringe aantal kubieke meters. Een andere, even fascinerende benadering van wonen vind je in het werk van Lacaton Vassal. In hun projecten in St. Nazaire of in Mulhouse creëren ze met een gering budget grote volumes. Deze ruimtes hebben een ‘basic’ afwerkingsniveau en zijn door de bewoners zelf te definiëren. Geïnspireerd door deze woonopvatting, maakten Bram en ik in 2013 een ontwerp voor de Jonge Architectenprijsvraag van dat jaar.

Fig. 3 – Sociale woningbouw in Mulhouse (Fr.), ontwerp Lacaton Vassal (bron: lacatonvassal.com)

Woning van 500 m3
Onze ambitie was om een woning te maken voor een startersbudget van 140/150.000€ en met een volume van ten minste 500m3. Om dit te bereiken pasten we een spant uit de stallenbouw toe en ontwierpen we rondom dit spant een bouwkundige woningschil. Op basis van deze gedachte is het ontwerp ontstaan, dat we in de eerste ronde van deze prijsvraag hebben gepresenteerd.

Fig. 4 – Woningontwerp starterswoning Oudleusden, eerste ronde

Woningen moeten onderling echter akoestisch worden gescheiden. Daardoor is het toepassen van zo’n spant een complexer verhaal dan we aanvankelijk dachten. In de tweede en derde ronde hadden we de mogelijkheid dit verder bij te stellen, door koudgewalste staalconstructies toe te passen. Onder druk van het gestelde budget en de reguliere eisen bij sociale woningbouw kwamen we toen uit op een volume van 400 m3. Zo zie je maar; vanuit de eerste ‘agrarische’ ingeving is een heel boeiend ontwerpproces ontstaan.

Circulariteit als vanzelfsprekendheid
Boeiend is ook dat in de echte, pragmatische wereld circulariteit bijna een vanzelfsprekendheid is. Er zijn maar weinig producten even circulair als een stelconplaat of een sandwichpaneel op een boerenerf. Nadat deze platen 20 jaar op dezelfde plek hebben gelegen, worden ze terug verkocht aan het bedrijf dat ze ooit heeft geleverd. Ook sandwichpanelen verhuizen gemakkelijk van het ene dak naar de andere gevel.

Qua tijdelijkheid is de stelconplaat niet te definiëren. Van een provisorisch fietspad (fig.6) tot een bedrijfsvloer die 50 jaar blijft liggen en de ondergrond is gaan vormen voor het buitenterras van een restaurant (fig. 7): alles is mogelijk en het is bijna altijd rendabel. Alle reden om op dit platform de stelconplaat in het zonnetje te zetten. Volgend jaar wordt ze tenslotte 80 jaar.

Fig. 5 – Stelconplaten worden overal toegepast (bron: www.joostdevree.nl)

Fig. 6 – Stelconplaten op buitenterrein van de nieuwe stad in Amersfoort (bron: herbestemmingsteam.nl)

Geen meter te veel
Als laatste wil ik ingaan op de vanzelfsprekendheid waarmee in genoemde ‘pragmatische werelden’ wordt geïnvesteerd in efficiëntie en in denken vanuit efficiëntie. Men is gewend investeringen te doen op langere termijn, omdat je dan sneller, meer of duurzamer produceert, minder personeel in een stoeterij nodig hebt of minder energie aan heftruckbewegingen hoeft te spenderen. Één van de eerste reacties van het bedrijf waarmee we in de tweede ronde samenwerkten was: “zo’n unit moet als totaalpakket op 1 dieplader kunnen worden vervoerd, zonder dat vervoersbegeleiding nodig is”.

Fig. 7 – Transport van onderdelen van het Nedcam centre, Tel Aviv. De ontwerponderdelen zijn gedimensioneerd op basis van logistieke parameters. Ontwerp: Octatube (bron: nedcam.com)

Op grond van deze interessante suggestie hebben we ons ontwerp uit de eerste ronde verder uitgewerkt. Je moet dergelijke parameters echter zorgvuldig implementeren in het ontwerp en de esthetische consequenties ervan goed onderzoeken: het ritme van de gevels verandert misschien bij aanééngeschakelde units; wellicht is het handig de zonnepanelen 90 graden te draaien zodat het dak een andere éénheidsmaat krijgt; enzovoort. En misschien kan op de locatie de montage anders worden ingericht, waardoor ook het transport op een andere manier plaats kan vinden.

Het leek ons in ieder geval goed om de manier van transporteren als parameter in ons ontwerpproces te betrekken. Of we meegegaan zijn in deze aanbeveling, of toch een andere weg zijn ingeslagen? 8 juni is de deadline voor de tweede ronde. Voor die tijd zijn we er zeker uit.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels