blog

Rammelen aan de poort – De voor-en achterkant van architectuur #2 – een gesprek met advocaat Fabian Horsting

Business

Advocaat Fabian Horsting ontvangt me aan de IJ-oevers van Amsterdam, op een steenworpafstand van het nieuwe paleis van justitie. Zijn kantoor SIX – advocaten is een praktijk die zich heeft gespecialiseerd in vastgoed, bouw-, bestuurs- en aanbestedingsrecht. Hij is een van een handvol Nederlandse advocaten die gespecialiseerd is in Europees aanbestedingsrecht. Mijn eerste gesprekspartner, architect Ninke Happel, richtte mijn blik op zijn praktijk.

Rammelen aan de poort – De voor-en achterkant van architectuur #2 – een gesprek met advocaat Fabian Horsting

Het is opvallend en verfrissend dat Horsting me terug neemt naar de basis van het Europese aanbesteden. ‘Veel mensen lijken te zijn vergeten dat Europees aanbesteden tot doel heeft de handel tussen de verschillende lidstaten te bevorderen. Het is onderdeel van de vier vrijheden; de vrijheid van personen, van kapitaal, van goederen en van diensten. Het zijn die vrijheden die uiteindelijk moeten leiden tot een Europese markt.’

Het is deze basis die zijn houding ten opzichte van het aanbestedingsrecht duidt. ‘Voor mij is procederen een middel, als het niet anders kan. Of soms strategisch om iets los te krijgen en iemand in beweging te krijgen maar het niet een doel an-sich. Ik wil in gesprek, dat vindt ik eigenlijk het allerbelangrijkste. Als je escalerende geschillen afpelt is het eigenlijk allemaal terug te voeren op miscommunicatie. Je kunt vaak heel nauwkeurig duiden van ‘ nou daar is het misgegaan , daar zijn mensen in plaats van naar elkaar toe van elkaar af gegaan en hebben ze niet meer de weg terug kunnen vinden .‘

Fabian Horsting - Interview_Opinie Harald Sluys Veer

Horsting studeerde Staats- en Bestuursrecht en Internationaal Publiekrecht in Groningen met de gedachte om als diplomaat aan de slag te kunnen gaan. Tijdens zijn studie ontdekte hij zijn werkelijke roeping.‘Ik ging tijdens mijn studie bij de rechtswinkel werken. Daar kwam ik er achter hoe leuk het is om vanuit kennis voor iemand zijn of haar gelijk te halen. Dat is ook de essentie van ons vak.’

‘We willen iets en het wordt ons of niet gegund, of we weten de weg er naar toe niet. Kan je ons helpen vanuit het recht en de rechtspraak en vanuit je ervaring? Dat vind ik heel leuk en dat doe ik ook het liefst. Ik bedoel we (SIX advocaten) werken veel samen maar ik vind het heel leuk om dat van A tot Z zelf te en niet iets toegeworpen te krijgen waar ik een deeltje van moet doen. Dat heeft misschien ook wel wat met ego te maken als ik eerlijk ben.’

Happen naar de baas

Horsting werkt in zijn praktijk voor zowel de opdrachtnemers als opdrachtgevers. Hij ziet waar de schoen wringt, in Nederland zijn er jaarlijks zo’n 300 kort-gedingen waarin een besluit van een aanbesteding wordt aangevochten. Op basis van het aantal uitschrijvingen is dit niet heel erg veel.

‘Als een opdrachtnemer op basis van subjectieve criteria procedeert, is de kans dat hij of zij wint minimaal. Want dan zegt een rechter, ik ben een jurist… Die kijkt alleen maar, zaten er zorgvuldige mensen in die beoordelingscommissie, is het allemaal netjes op papier gezet, is dat wat op papier is gezet ook netjes uitgevoerd? Dat is de marginale toets, die kijkt procedureel, is het nu procedureel goed verlopen? Heb je je gehouden aan je eigen spelregels. En wat die regels dan zijn en hoe je het dan beoordeeld hebt in het geval van een architect daar ga ik niet over.’

Wat betreft de objectiviteit zijn er volgens Horsting voor opdrachtnemers absoluut mogelijkheden om je kansen te vergroten. ‘Als bijvoorbeeld de rijksoverheid disproportionele eisen stelt kan je gewoon kritische vragen stellen. Het gaat om de toon en inhoud van je vraag. Er zijn mogelijkheden te over. maar die worden nauwelijks gebruikt.’

Hij ziet dat het deels komt door de grootte van de bureaus maar dat er bij architecten ook nog steeds een bepaalde schroom is om aan de bel te trekken. ‘Er zijn maar een paar grote bureaus die het professioneel geregeld hebben, de rest werkt vaak alleen of in een klein team. Die hebben daar gewoon geen tijd voor, en een bepaalde angst, dat zag vroeger in elke branche wel, om te happen naar de baas.’

Fabian Horsting - Interview_Opinie Harald Sluys Veer 

‘Waarom zou ik kritische vragen stellen of advies vragen aan een bepaalde commissie die we in Nederland hebben of naar de rechter stappen met een potentiële opdrachtgever die mij in de toekomst wellicht ook nog wel eens onderhands zou kunnen uitnodigen voor een opdracht….
Daarvan zeg ik altijd; ik zou het een reëel standpunt vinden in een normale commerciële markt waarin het ècht gaat om een relatie opbouwen, maar als je het over overheidsopdrachten hebt; je kan gewoon kritische vragen stellen. Die rancune waar je bang voor bent die zal heus op sommige plaatsen zijn. Maar die is ook afhankelijk van de toon en inhoud van je vraag maar die kan, zal en mag ook geen enkele rol spelen in een uiteindelijke gunning.’

De kentering

Vanuit de opdrachtgevers ziet Horsting een beweging om zich ècht te verdiepen in hun wens. ‘Ik merk dat de groep opdrachtgevers die eigenlijk helemaal niet zit te wachten op het verlagen van omzeteisen of aansprakelijkheid. Het eigenlijk op safe speelt, steeds kleiner wordt. Ik zie een tendens dat opdrachtgevers voor reële vragen en klachten openstaan. Omdat ze inzien dat als ze daar voor openstaan, maar dan ook echt openstaan in de zin van bereidheid tot verandering. Hun uitvraag beter wordt en het uiteindelijke resultaat ook beter wordt.’

‘Ze hebben meer te kiezen en ze krijgen een beter contact met een gemotiveerde opdrachtnemer. Die kentering in denken, die mindset die is er. De groep van rancuneuze, zoals ik wil moet het, opdrachtgevers die heb je nog wel maar die wordt steeds kleiner ook omdat dat soort gedrag niet leidt tot de beste inschrijving en dat is toch wat je wil.’

Leren van elkaar

Horsting geeft workshops aan architecten waarin hij hen op strategisch niveau leert hun kansen te vergroten. Hij merkte dat architecten vaak geen uitweg meer zien. ‘Wat ik heb gemerkt tijdens mijn cursussen voor de BNA is dat ze moet overtuigen dat ze veel middelen tot hun beschikking hebben. Dat ze in eerste denken; “ Dat is een opdracht die ik best zou kunnen, maar de manier waarop ze het nu weer uitvragen krijg ik toch geen voet tussen de deur’.

Hij denkt dat het zeker te maken heeft met de recente crisis; ‘Een slachtofferrol, het gaat slecht met ons. Er zijn natuurlijk heel veel mensen over de kop gegaan, er is een kaalslag geweest en daar gaat ook geen advocaat aan helpen om dat recht te breien.’

Vragen stellen

Hij vindt het leuk om ‘les’ te geven; ‘Als je aan de poort wilt rammelen heb je in eerste instantie helemaal geen advocaat nodig, dat kan je gewoon zelf. Door een slimme vraag te stellen aan bijvoorbeeld de BNA. Kunnen jullie wat voor mij betekenen?

‘Als je geen reële antwoorden krijgt kan je kosteloos een klacht indien bij de commissie van aanbestedingsexperts. Dat is een commissie die twee jaar geleden is ingericht bij de komst van de nieuwe aanbestedingswet en die is bij uitstek bedoeld om niet meteen naar de rechter te hoeven.’

Maar het belangrijkste is volgens Horsting het stellen van de vraag; ‘Want waar lopen architecten nou heel vaak tegenaan? Ze lopen aan tegen eisen van de opdrachtgever, de vraag die gesteld moet worden is: “ Waarom stel je die eis? Waarom vindt je die zo belangrijk?”. En let wel, dat is geen klacht hè? Dat is een vraag, een dialoog die je aangaat. Weliswaar geregisseerd in de vorm van een aanbesteding, maar het en blijft een dialoog. En mijn punt is altijd; als je vragen op de juiste toon en met de juiste inhoud stelt, dan kun je nooit tegengeworpen kunnen krijgen: “ Terug je hok in, je doet maar wat ik zeg!”. Want je bent gewoon bezig de wereld een stukje beter te maken, ook voor die opdrachtgever.’

Deel van een geheel

Horsting stelt vast dat architecten zich in het verleden al veel kaas van het brood hebben laten eten. Dat de architect van nu een andere rol heeft, een rol waarin hij zeker kansen ziet. ‘Als je kijkt naar de vroegere integrale opdracht die je als architect kreeg daar zat ook een heel groot stuk bouwbegeleiding, kostenmanagement. Op grond van de DNR allemaal zaken waar architecten prima hun geld mee verdienden. Al deze aspecten zaken worden nu grotendeels uitgevoerd door bouwmanagementbureaus of hoe ze ook mogen heten. Architecten zijn ook een beetje uitgekleed hè, ze mogen af en toe nog even een schetsje maken, zijn esthetisch adviseur. En dan even de grote namen daargelaten, die op basis van hun reputatie diensten op een andere manier kunnen afdwingen.’

‘De ontwikkeling die ik zie is dat er op dit moment maar heel zelden een sec- architectenopdracht wordt uitgevraagd. En dan ook nog alleen maar eens het ontwerp. Het zijn de geïntegreerde contracten die op dit moment enorm in opmars zijn. En ook veel omvangrijker zullen worden Ik vind dat als burger gunstiger omdat je bij publieke gebouwen een veel integrale re aanpak krijgt met betrekking tot de exploitatie van een gebouw en ik vind het voor een opdrachtgever ook gunstiger is. Ik denk dat het voor een architecten de uitdaging is, dat had je eigenlijk al moeten doen, dat in zo’n geïntegreerde setting een positie verwerft. Het goede voor een architect kan zijn dat hij of zij zich echt weer met zijn stiel kan bezighouden. Dat hij in zo’n consortium van dezelfde waarde kan zijn als bijvoorbeeld een bouwer/aannemer. Daar moet je voor openstaan, je moet je rol opnieuw uitvinden en je kunt in die dialoog weer tot hele mooie resultaten komen.’

Als hij de architectenpraktijk vergelijkt met andere creatieve beroepsgroepen waarvoor hij adviseert valt hem vooral op dat veel architectenbureaus nog niet de stap hebben gezet naar een andere vorm van professionalisering.

Ruimte voor professionalisering

‘Waar er meer geld wordt verdiend, zie je dat er ook ruimte is voor professionalisering. Dat er een bijvoorbeeld een zakelijk directeur rondloopt, die niet met de kern van het werk bezig is maar zich juist bezighoudt met dingen waar wij het vandaag over hebben. Maar je moet er ook maar de tijd voor hebben, ik kan het natuurlijk allemaal wel mooi vinden maar wij zijn bijvoorbeeld zelf ook een compacte club. Als je iets bedenkt moet je het ook zelf allemaal doen. ‘

In dit tweede gesprek over de voor-en achterkant van architectuur heeft Fabian Horsting mij duidelijk gemaakt dat de architect (nog) mondiger mag worden. Dat vragen stellen niet mag worden verward met het hebben van een klacht.

Op mijn vraag wie in deze serie mijn volgende gesprekspartner zou kunnen worden, stelt hij Leon Teunissen voor: “Iemand die er echt is voor de zakelijke kant van de architectuur.”

Gerelateerde artikelen

 Aanbesteden: de discussie zwelt aan
Aanbestedingen funest voor architecten
Maak aanbestedingen lichter!
Architect vist achter het net
Contraproductieve regelgeving rondom aanbesteden

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels