blog

Ik verzet mij

Business

Architect Fons Verheijen spande een rechtszaak aan vanwege de verbouwing en uitbreiding van zijn uit 1996 daterende Naturalis in Leiden door Neutelings Riedijk Architecten (NRA). Zijn aanklacht dat sprake zou zijn van een “verminking” van het museum annex onderzoeksinstituut, kwam hem op veel kritiek te staan. Hieronder het verweer van Verheijen.

Ik verzet mij

In de 90er jaren heb ik het gebouw voor het museum Naturalis in Leiden ontworpen. Tot voor kort heb ik alle wijzigingen en aanpassingen mogen begeleiden. Enkele jaren geleden is Naturalis samen met het Nationaal Herbarium Nederland en van het Zoölogisch Museum Amsterdam samengegaan onder een nieuwe naam: Naturalis Biodiversity Center. De collecties en de wetenschapsbeoefening van die twee instituten worden samengevoegd met die van Naturalis. Hierdoor ontstaat de noodzaak het huidige gebouw uit te breiden met zo’n 10.000 m2 depotruimten en werkplekken. Een dergelijke substantiële uitbreiding vergt onder de huidige wetgeving een Europese aanbesteding onder architecten. Dat begrijp en aanvaard ik. Toch verzet ik mij nu, zoals bekend in de pers, tegen de huidige plannen. Ik verzet mij niet tegen het feit van een andere architect voor de uitbreiding. Ik verzet mij tegen het gebrek aan respect voor het huidige gebouw, de grove verminkingen daarvan. Ik verzet mij tegen de wijziging van het programma van eisen na de architectenselectie die daaraan ten grondslag ligt.

De oorspronkelijke opdracht was een uitbreiding met werkplekken en eenvoudige depotruimten (de huidige depottoren biedt voldoende voor de hoogwaardige depotruimten). In de plannen, die nu uitgewerkt worden, komen in de uitbreiding werkplekken en nieuwe tentoonstellingsruimten; de goed functionerende en architectonisch hoogwaardige tentoonstellingsruimten in het huidige Naturalis worden liefdeloos gestript en volgepropt met vloeren om opslagruimten te worden. Dit is een onnodige verminking, want immers niet de vraag, maar ook een zeer dure ingreep. Was het budget bij de architectenselectie nog 20 miljoen euro, nu staat de die al op 70+ miljoen. Het gaat hier over publieke middelen! Zou het kunnen zijn dat het voor een architect en een directeur prestigieuzer is ontwerper en bouwheer te zijn van een nieuw tentoonstellingsgebouw dan voor een nieuwe opslagplaats? Maar laat ik bij het begin beginnen.

Naturalis, zoals het nu is

Een museum bestaat per definitie uit drie onderdelen: collectievorming, wetenschapsbeoefening en tentoonstellen. Veel musea worden door architecten alleen uitgewerkt als flamboyante tentoonstellingsgebouwen, waarbij de twee andere functies niet zichtbaar en marginaal verborgen zijn. Toen ik aan de opdracht begon was het Nationaal Natuurhistorisch Museum, de voorloper van Naturalis, 175 jaar oud en een niet compleet museum: er was geen tentoonstelling. Echter de collectie en de wetenschapsbeoefening waren op wereldniveau. Daarom heb ik destijds besloten die onderdelen juist niet te verbergen.

 

Na een wedloop tussen Amsterdam en Leiden had minister Brinkman besloten voor Leiden als standplaats van Naturalis en wel bij het 17e eeuwse Pesthuis, buiten de binnenstad. Het Pesthuis was bedoeld voor de tentoonstelling, maar al snel bleek het gebouw ongeschikt voor het tentoonstellen van kwetsbaar organisch materiaal. Het werd het entreegebouw met bijkomende functies en in de nieuwbouw, verbonden door een luchtbrug, kwamen de drie hoofdfuncties. Besloten werd het alzijdige solitaire Pesthuis als cultureel belangrijk gebouw en ingang van Naturalis een centrale rol te laten spelen in een nieuw te vormen museumtuin en de nieuwbouw van Naturalis als eerste gebouw in een rooilijn te plaatsen om uiteindelijk een heldere stedenbouwkundige kamer te vormen voor het Pesthuis en de museumtuin. Dit stedenbouwkundig uitgangspunt is een tiental jaren na de bouw van Naturalis volledig uitgevoerd. Als gebouw, gedienstig in de rooilijn, is het nieuwe gebouw geen flamboyant gebouw – het Pesthuis moest immers ‘winnen’. De tentoonstellingsfunctie is ‘verborgen’ in de nieuwbouw omdat tentoonstellen van kwetsbaar organisch materiaal een redelijk duistere omgeving vereist (max 50 lux). De ruimten voor de wetenschapsbeoefening – de werkkamers en bibliotheek – zijn om de tentoonstellingsruimten gevouwen op een ereplaats aan het park, vandaar dat uiterlijk. De laatste functie, de collectievorming, is ondergebracht in de collectie toren van 62 meter hoog, als een schatkamer waar men trots op is, terugliggend van de rooilijn, maar zichtbaar op grotere stedenbouwkundige schaal: in het perspectief van twee lange grachten in de binnenstad en vanaf de A44.

Geen flamboyant gebouw dat zich belangrijker acht dat de inhoud, een keuze die gezien het succes van Naturalis, het museum alleen maar goed heeft gedaan. Ontworpen met een verwachting van 150.000 bezoekers, werd dat in het eerste jaar 250.000 en dat is zo alle jaren gebleven, het vorige jaar zelfs 300.000. Dit alles met een grote naamsbekendheid.

Alexandrium 

Tegelijkertijd met Naturalis heb ik in die 90-er jaren in Rotterdam het winkelcentrum Alexandrium ontworpen. In tegenstelling tot culturele gebouwen, die flamboyant werden geacht te zijn, was een winkelcentrum een banale non-opgave waar de architect in die tijd zijn neus voor ophaalde. Ik vond dat het juist wel een architectonische opgave. In de publicatie Cayennepeper, de oeuvre-omschrijving bij mijn hoogleraar benoeming schreef Gerda ten Cate:“Verheijen heeft met Naturalis en Alexandrium sleutelgebouwen afgeleverd die in Nederland een brug hebben geslagen naar de ontmythologisering van culturele gebouwen en de (massa)cultivering van rampetamp gebouwen als een weidewinkel, wat de woonmall in wezen is. Hij heeft bewezen dat het ontwerp van een museum niet een architecturale egotrip hoeft te zijn, maar ook een bedachtzame, logische, publieksvriendelijke uitkomst kan zijn van een specifiek programma en zware technische randvoorwaarden. In Alexandrium is de architect er in geslaagd platvloerse banaliteit naar een niveau te tillen, waar chic en verzorgdheid heel goed hand in hand blijken te gaan met commerciële doelen en oppervlakkige attracties. Hoge en lage architectuur worden zo gekneed tot een substantie die grotere groepen mensen kunnen begrijpen en waarderen, zonder dat het hen overigens te gemakkelijk wordt gemaakt.”

De Europese aanbesteding

Begin 2013 kondigde de nieuwe directeur van Naturalis in de krant de architectenkeuze procedure aan voor de nodige uitbreiding van het museum. Naturalis zou uitgebreid worden met depotruimten en werkplekken, kosten werden geraamd op 20 miljoen euro. Het nieuwe plan moest de doelstellingen van het nieuwe Biodiversity Center uitdragen: duurzaamheid en biodiversiteit. Daarnaast moest het een icoon worden.

Bij een Europese aanbesteding sta je als architect van een bestaand gebouw sowieso al op achterstand, omdat opdrachtgevers beducht zijn voor vermeende voortrekkerij en rechtszaken daarover, en de directeur gaf geregeld impliciet aan de voorkeur te geven aan architectenbureau Neutelings Riedijk, waarmee hij samen Beeld en Geluid maakte. Omdat duurzaamheid en biodiversiteit zulke belangrijke criteria waren voor de uitbreiding, heb ik contact gezocht met de Maleisisch-Engelse architect Ken Yeang, dé wereldberoemde architect op het gebied van de duurzaamheid en biodiversiteit (in Nederland kreeg hij de Prins Clausprijs). Als je een gebouw bouwt raakt de omgeving 100% van de footprint aan groen kwijt. Met het Solarisgebouw in Singapore lukt het Ken Yeang de omgeving 108% groen terug te geven. Ik meende dat een team bestaande uit de huidige architect en dus bij uitstek kenner van het gebouw, samen met een iconisch expert op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit goede kans zou maken om op zijn minst toegelaten te worden tot de ontwerpwedstrijd. Helaas zijn we er bij de aanmeldingsfase al uitgegooid. Zes architectenteams werden uitgenodigd een plan te presenteren. Het was geen verrassing dat Neutelings Riedijk wonnen. Wat wel een verrassing was dat de architecten het programma van eisen flink hadden veranderd. De directeur schreef in een advertentiebijlage over Naturalis bij de NRC dat hij verheugd was over de voorgestelde wijziging, dat hij het jammer vond dat hij het zelf niet bedacht had, en dat hij aldus het programma van eisen veranderde. Het is maar de vraag of dat is toegestaan.

 

Het ontwerp van Neutelings Riedijk voor het Naturalis-gebouw 

In plaats van een uitbreiding van werkplaatsen en depots (lage ruimten, laag afgewerkt) is in het plan Neutelings Riedijk de uitbreiding: werkplaatsen en tentoonstellingsruimten (hoog en op hoog niveau afgewerkt). Dit is al aanmerkelijk duurder. Het wordt nog duurder, want de hoogafgewerkte tentoonstellingsruimten in het huidige Naturalis worden gestript en volgepropt met vloeren om er opslagruimten van te maken. Dergelijke weggooien van geld en onder-de-maat gebruik van hoogwaardige ruimtes druist is tegen het selectiecriterium duurzaamheid en past bij lange na niet binnen het oorspronkelijke budget waaraan de meedingende plannen moesten voldoen.

Verminking van het huidige Naturalisgebouw

Onderdeel van de opgave was, waar nodig, herinrichting van het huidige gebouw: aanpassen aan de uitbreiding en het opnieuw inrichten van de tentoonstellingsruimten. Dit is normaal. In de museumwereld gaat men er vanuit dat na 15 jaar een tentoonstellingsconcept veranderd en aangepast moet worden. Indertijd was dit bij het ontwerpen van Naturalis een expliciete eis: ontwerp de tentoonstellingsruimten zo dat na 15 jaar enz. onbekende en onverwachte nieuwe tentoonstellingsconcepten kunnen worden aangebracht. De tentoonstellingsruimten zijn niet alleen neutraal maar ook flexibel gemaakt, zodat ruimtelijk nieuwe combinaties en nieuwe routes mogelijk zijn. De huidige tentoonstellingsruimten zijn hoogwaardig architectonisch afgewerkt, ruimtelijk hoogst aangenaam, ruimtelijk en avontuurlijk gekoppeld en ze functioneren fantastisch. Deze ruimten en de architectuur hebben bijgedragen tot het blijvende succes van Naturalis.

 

Links: het origineel. Rechts: de uitbreiding 

In het plan van Neutelings Riedijk worden de twee grote centrale zalen, met de vele vides en de vijf afzonderlijke zalen van 20×20 m2 en de tussenliggende 20 meter hoge tussenruimten, waar de verbindingen en trappen zich bevinden, volgepropt met vloeren. Dit om zoveel mogelijk opslagruimten te krijgen. Verandering van het tentoonstellingsconcept na15 jaar is logisch. Niet logisch en zeker niet duurzaam is de hardware te veranderen in plaats van de software! Wat vindt de gemeenschap van deze onnodige kapitaalsvernietiging? Weet men hier wel van?

Neutelings Riedijk zeggen aan het gebouw niets te wijzigen, omdat de buitenkant gewoon intact blijft. Architectuur is niet alleen de buitenkant. Door wijziging in functie en gebruik is het hele gebouw een loze huls geworden, alle betekenis gaat verloren, terwijl het niet nodig is en niet gevraagd. Maar ook de buitenkant lijdt. De fraaie 10 meter hoge bibliotheek wordt volgepropt met vloeren, waardoor de nu betekenisvolle gevel van de bibliotheek die betekenis verliest. De hangende collegezaal achter de zuidgevel wordt gesloopt en ook deze ruimte wordt volgepropt met vloeren; de gesloten zuidgevel aldaar met de heel bijzondere architectonische display voor mededelingen wordt vernield. Spleetramen van de tentoonstellingsruimten worden aan de binnenzijde gewoon dichtgemetseld. Elk respect ontbreekt.

Onnodig en maatschappelijk financieel onbegrijpelijk

De verminking van het huidige gebouw van Naturalis is onnodig. Het huidige gebouw functioneert succesvol en elk nieuw tentoonstellingsconcept kan worden geïntegreerd. De fusie met het Nationaal Herbarium Nederland en van het Zoölogisch Museum Amsterdam vraagt slechts om extra depotruimten en werkruimten. Ik ben er van overtuigd dat goede architecten ook met degelijke uitbreidingsfuncties een prachtig ensemble oudbouw-nieuwbouw kunnen ontwerpen, zelfs of misschien wel juist als het een icoon moet worden.

Naast Naturalis heb ik een gebouw ontworpen in samenhang met Naturalis. Een kantoorgebouw, in de rooilijn, gebouwd als potentiele toekomstige uitbreiding van Naturalis. Recentelijk is dit gebouw gekocht door Naturalis voor 7 miljoen euro. Vijf verdiepingen werkruimten. Hoewel het programma van eisen voor de uitbreiding van Naturalis een grote hoeveelheid werkruimten verlangt, wordt dit gebouw gesloopt en worden de werkruimten elders gebouwd. Het kwam kennelijk niet uit in het ensemble. Slopen is bij uitstek niet duurzaam. En duurzaam was, zoals in begin al gesteld, hét beoordelingselement en motto van het nieuwe museum.

Twintig miljoen euro aan publieksgeld was de oorspronkelijke inzet voor dit project. Er wordt nu al gesproken over 70+ miljoen. Stel dat die meerkosten vergaard worden uit niet-publiek geld, zoals Postcodeloterijen, dan nog moet de vraag zijn of het geld niet beter voor onderzoek van Naturalis kan worden besteed.

Levelgebouw, ROC LEiden 

Een paar honderd meter van Naturalis staat een groot ROC gebouw pal naast het station. Afgelopen maand is bekend geworden dat dit ROC failliet is en dat de school, overgenomen door een andere, het gebouw zo snel mogelijk zal verlaten. De ROC is failliet gegaan omdat het door financieel omvangrijke keuzes de huurpenningen van het gebouw niet meer kan dragen, nadat het onderwijsniveau al ernstig leed onder bezuinigingen en ontslagen. Gaat het met Naturalis ook die richting op? Ik dacht dat we de tijd van woningbouwverenigingen en scholen voorbij waren, die met hun kastelen- en iconenbouw, slechts ontslagen en huurverhogingen teweeg brachten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels