blog

Rotor: van afbraak tot hergebruik

Business

Rotor is een Brussels architectencollectief dat graag werkt met afvalmateriaal. Afgelopen vrijdag kreeg Maarten Gielen, medeoprichter van dit Brusselse architectenbureau, de jonge Maaskantprijs voor de architectuur uitgereikt. De groep onderscheidt zich door zijn niet aflatende belangstelling voor materiaalstromen en de architectonische interpretatie die ze van hergebruik geeft.

Rotor: van afbraak tot hergebruik

 Rotor is in 2005 opgericht door Maarten Gielen, Tristan Bonvier en Lionel Devlieger, en onderscheidt zich door haar geduldige onderzoek naar de materiële economie. In haar werk onderzoekt het de stromen die bouwmaterialen in de loop van hun bestaan volgen. Ze doet dit met het idee dat na afbraak voor deze materialen een tweede leven in het verschiet ligt. Anders dan tot nu toe gebruikelijk, stelt Rotor dat ze niet hoeven onderdoen voor nieuwe materialen. Beide moeten gelijkwaardige producten worden in de economische realiteit.

 

Groepsfoto met architectencollectief Rotor, waarvan Maaskant laureaat Maarten Gielen (derde van links) lid is

Waarde van het bestaande

Dit was voor de jury onder leiding van Aart Oxenaar reden om Maarten Gielen de Jonge Maaskantprijs te verlenen. De jury prijst de omgang van Rotor met afbraakmaterialen. “Rotor laat zien dat het bestaande veel waarde in zich draagt”, oordeelde de jury. “Dat kan een nieuw vertrekpunt zijn voor de architectuur, die sinds de opkomst van het modernisme voortdurend op het nieuwe was gericht.” De ontwerpers laten ons met nieuwe ogen kijken naar bestaande structuren, voorwerpen en gebouwen, aldus de jury. “Werken met afvalmaterialen is voor Rotor meer dan recycleren of een hippe vintage look creëren.”

Hergebruik

Rotor maakte vooral naam met enkele grensverleggende tentoonstellingen. Zo richtte het in 2010 op de Biënnale van Venetië het Belgische paviljoen in. Deze tentoonstelling Usus/Usures ging over het gebruik van alledaagse gebouwen en de sporen die dat in deze gebouwen nalaat. Een jaar later richtte Rotor de tentoonstelling Progress over het werk van OMA in de Londense Barbican in. En in 2013 was de groep curator van de Oslo Triënnale waar ze de veel besproken tentoonstelling ‘Behind the Green Door’ maakte. Grootste verdienste van deze tentoonstelling was dat ze het begrip duurzaamheid ontdeed van louter technische toepassingen en liet zien wat onder dit begrip allemaal schuilgaat.

De tentoonstelling Progress van OMA – Rem koolhaas in het Barbican Center te London, is ingericht door Rotor

Rotor was curator van de Oslo Architectuur Triënnale die als thema ‘Behind the Green Doors’ had

Vademecum voor hergebruik

In een interview met Geest Sels van de Standaard geeft Maarten Gielen aan meer gericht te zijn op afbreken dan op bouwen. De huidige praktijk van hergebruik heeft slechts beperkt toegang tot die transformatieprojecten die het grootste potentieel van hergebruik hebben: grootschalige publieke gebouwen, aldus Gielen. Om dit te ondervangen onderneemt Rotor een groot aantal activiteiten. De samenstelling van een vademecum voor hergebruik van materialen op andere locaties is hiervan een eerste uiting.

Inventarisatie van recycling

Daarnaast maakte de groep tussen 2012 en 2013 een landelijke inventarisatie van bedrijven die zich bezig houden met de recyclage van materialen. Het ging in eerste instantie om honderden kleine bedrijven die handelen in afgebikte bakstenen, gerecycleerde dakpannen of kasseien. De resultaten van deze survey van herbruikbare materialen zijn vastgelegd op de website opalis.be. Gezien de beperkingen van dit veelal op op de woningbezitter gerichte aanbod, is Rotor zich recent gaan richten op grootschalig werk en moderne gebouwen.

 

Rotor Opalis

Deconstructie

Spin-off hiervan is het bedrijf ‘Rotor Deconstruction’ dat zich specifiek toelegt op het actief ontginnen van herbruikbare materialen uit de afbraak van naoorlogse en moderne architectuur. Op de website plaatsen ze regelmatig nieuwe materialen die ze in de aanbieding hebben.

Rotor Deconstruction, een spin-off van Rotor, is sinds 2014 actief op de Brusselse markt voor hergebruik.

Rotor Deconstruction verzamelt en verkoopt moderne of hedendaagse materialen, voor een deel afkomstig uit de iconische gebouwen van het modernisme.

Op dit moment bijvoorbeeld biedt Rotor Deconstruction veel spullen aan die gelinkt zijn aan de afbraak van de hoofdzetel van BNP Paribas Fortis (de voormalige ‘Generale Bank’) in Brussel met het waardevolle interieur van de Belgische architect Jules Wabbes.

Ontmanteling van het voormalige hoofdkantoor van BNP Paribas Fortis in Brussel

Matchmaking

De rol die Rotor ziet weggelegd is die van matchmaker tussen een gebouw en zijn gebruikers. Deze rol speelde ze met verve bij het cultuurcentrum van Namen, gelegen in een voormalig slachthuis achter het station, dat bij oplevering al direct aan vernieuwing toe was. Om hier alsnog een levendig gebouw van te maken met een gering budget, wordt het verrijkt met elementen uit andere gebouwen, zoals het interieur van Bacob, de cappuccinobar van Fortis en een restpartij voor de dansvloer van het Bolshoi.

  

Het cultuurcentrum van Namen wordt door Rotor ingericht met elders geoogste spullen.

Architectuur van hergebruik

Het belangrijkste misschien wel is dat Rotor geen bouwkundige maar architectonische interpretatie van hergebruik geeft. Rotor probeert met afvalmateriaal goede architectuur te maken. Het is wellicht paradoxaal dat deze intentie in eerste instantie heeft geleid tot massa’s saai administratief werk. Belangrijker is dat in het werk van Rotor de grenzen tussen restauratie en nieuwbouw vervagen. Het Mode- en Designcentrum in Brussel, Rotor’s eerste grote project in samenwerking met Vplus, dat binnenkort wordt opgeleverd, is hiervan de eerste echte testcase. Het zal interessant zijn te zien welke architectuur dit oplevert.

Rotor in samenwerking met Vplus, ontwerp Mode- en Designcentrum, gelegen tussen Nieuwe Graanmarkt en Papenvest, Brussel 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels