blog

Vergroot mandaat welstand

Business

Architecten reageerden ontdaan op het nieuws dat Groningen zijn Welstandsbeleid gaat hervormen. In plaats van toetsing door een onafhankelijke Welstandscommissie gaan ambtenaren bouwplannen beoordelen onder aansturing van de Stadsbouwmeester. Net zoals vorig jaar, toen in Eindhoven sprake was van het afschaffen van de Welstandscommissie, laaide de discussie hierover op sociale media fel op. Wij vroegen twee van deze architecten, Jeroen de Vries en Ard Buijsen, hun voorstel voor een nieuwe Welstand op papier te zetten.

Vergroot mandaat welstand

Onder vakgenoten is door de jaren heen altijd discussie geweest over het nut of noodzaak van een beoordeling door een commissie van vakgenoten. Sinds vorig jaar het kabinet, in het kader van deregulering, lastenvermindering en efficiency, de wettelijk verplichte welstandstoets afschafte, zien we steeds gemeenten meer overgaan tot het opheffen, danwel drastisch beperken van het instituut Welstandcommissie. Een beeld dat past in een steeds verdergaande individualisering van de maatschappij waar mensen meer voor zichzelf (willen) beslissen.

Klankbord en breekijzer

In onze praktijk omarmen wij juist de dialoog met Welstand. Het is voor ons een klankbord dat we gebruiken om onze ontwerpen aan te scherpen. Ook kan een welstandsoordeel vaak worden gebruikt als breekijzer in discussies met opdrachtgevers. Deze opvatting wordt echter zeker niet door alle vakgenoten gedeeld. Hun argument is vaak dat ze als architect zijn opgeleid, en niet zitten te wachten op kritiek van vakgenoten. Maar wat dan te denken van al diegenen die zonder hulp van een architect een omgevingsvergunning aanvragen? In Nederland is het inschakelen van architect bij het aanvragen van een omgevingsvergunning immers niet verplicht.

Draagvlak vergroten

Gevoed door programma’s als ‘De Slag om Nederland‘, waarin op smeuïge wijze de uitwassen van betuttelende welstandsoordelen aan de kaak worden gesteld, blijft het maatschappelijk draagvlak voor Welstand onveranderd laag. De populistische stelling dat het beleid niets heeft opgeleverd is echter een drogredenatie. Natuurlijk zijn er genoeg voorbeelden van slechte gebouwen, betutteling, vriendjespolitiek en willekeur.

 

Je hoeft echter maar naar onze zuiderburen te kijken, om te zien dat er veel leed door is voorkomen. Treffend beschreven door de Belgische architect Renaat Braem in zijn pamflet ’Het lelijkste land ter wereld’. Wij plaatsen dan ook vraagtekens bij de ontmanteling van de Welstand. Gooien we niet het kind met het badwater weg? En is het wellicht niet beter om juist het draagvlak te vergroten??

Willekeur?

Daar waar in België ruimtelijke ordening altijd een ondergeschoven kindje is geweest, kent Nederland juist een rijke historie. Nederland heeft met het instituut Welstandscommissie altijd een uniek instrument gehad om door middel van de gebouwde omgeving de kwaliteit van de openbare ruimte te borgen.

Met de wijziging van de Woningwet in 2001 wijzigde ook het Welstandsbeleid. Voor 2001 konden de Schoonheidcommissies (zoals ze vaak genoemd werden) vooral naar eigen inzicht plannen beoordelen en bekritiseren. Het gevolg hiervan was dat ze van willekeur beschuldigd werden en dat bekende architecten vaak een streepje voor hadden. De wijziging van 2001 leidde tot een transparanter Welstandsbeleid. Elke gemeente diende voortaan een Welstandsnota op te stellen. Deze nota’s beschrijven de kenmerken van de gebieden waarbinnen ontwerpuitgangspunten vastgelegd worden. Hierdoor kunnen architecten en inititiefnemers vooraf kennis nemen van de uitgangspunten waarop beoordeeld zal worden.

Tandeloze tijger

Een ander probleem is niet zozeer in het falende welstandsbeleid, maar juist het beperkte mandaat van Welstand. Het werk van de Welstandscommissies leidt altijd tot een Welstandsadvies. Het woord advies is veelzeggend in deze. Het kan opgevolgd worden (en zal dat meestal ook wel) maar het hoeft niet. College van BW mag er van afwijken als het hen zo blieft.

 

Een berucht voorbeeld hiervan is de klucht rondom de realisatie van de Calypso in Rotterdam. Tot twee keer toe werd het ontwerp van architect Will Alsop afgekeurd op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten. Zowel de commissie van Rotterdam als ook in tweede instantie die van Utrecht (die was ingeschakeld voor een second opinion) keurden het plan af. Echter de wethouder van dienst besliste anders en ging contrair. Dergelijke besluiten maken van Welstand een tandeloze tijger.

Hoe nu verder?

De stap die nu in Groningen wordt genomen is in feite vlees noch vis. Daar waar een meerkoppige commissie altijd tot een vergelijk moet komen in hun advies zal straks in Groningen de Stadsbouwmeester toezien op beoordelingen die gedaan worden door aangewezen ambtenaren. Naast de kans op discussies over interpretatie van de nota is ook het gevaar van willekeur weer terug.

De vraag die voor ligt is; Hoe nu verder met Welstand? Een consequente doorvoering van het beleid van de huidige regering zou zijn een volledige afschaffing van Welstand als methode van kwaliteitsborging van de openbare ruimte. De consequentie is dat iedereen mag bouwen wat hij wil, zolang dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan en aan de bouwregelgeving voldoet.

Poolse landdag

Het resultaat van dit beleid is al te zien in diverse welstandsvrije gebieden, en natuurlijk in België. Indachtig de huidige aandacht voor de participatiemaatschappij, zou je ook kunnen overwegen burgers zelf plannen te laten beoordelen. Initiatiefnemers gaan het gesprek aan met de omwonenden en andere instanties in de buurt. De burgers geven zo mede vorm aan hun eigen leefomgeving. Het grote gevaar van dit model is natuurlijk dat bijeenkomsten eindigen in een Poolse landdag.

Om van Welstand een goed functionerend orgaan te maken is het van belang dat juist het mandaat van Welstand wordt vergroot. Het advies dat afgegeven wordt moet bindend zijn en moét worden opgevolgd door de Colleges van BW. Daarna zal uiteraard gehandhaafd moeten worden door de bouwinspecties en mogelijk zelfs door een meer uitvoerend orgaan van Welstand (iets wat nu niet bestaat).

Tijdens de uitvoering van de ontwerpen die goedgekeurd zijn moet actief gecontroleerd worden of er gewerkt wordt volgens de bouwvergunning die mede is afgegeven met goedkeuring van Welstand. Deze wijziging zal door velen als zeer ongewenste inmenging gezien worden, en vergt een aanzienlijke uitbreiding van het ambtenarenapparaat. Geen bezuiniging dus, en ook geen terugtrekkende overheid. Maar wel duidelijkheid voor de direct betrokkenen en een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving voor ons allen.

Jeroen de Vries, Jeroen de Vries Architecten en Ard Buijsen, Artisan Architects

Reacties kunnen naar redactie@dearchitect.nl of reageer op Twitter via @JdVArchitecten en @ArdBuijsen 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels