blog

Architect in de nieuwe huisvestingsindustrie

Business

Fred Schoorl, directeur van de BNA, stelde dat de energietransitie een goede stimulans zou zijn voor de transitie van architecten zelf. Hij ging in op de uitdaging van de Energiesprong om de energieloze woningen aantrekkelijker te helpen maken. Het debat over de overgang van de architect vraagt een ruimere invalshoek, vindt Pieter Huijbregts van Conceptueel Bouwen.

De crisis heeft één ding duidelijk gemaakt, de maatschappelijke prestaties van onze sector moeten fors omhoog: Meer doen met minder (en schoner). Huisvesting klaar maken voor de toekomst, betaalbaar voor Nederland, vraagt om het werken met concepten. Het is dan ook een basis onder de Stroomversnelling, laat de Energiesprong niet na te benadrukken. Onderzoek wijst uit dat die manier van ontwikkelen en bouwen nu al zo’n 25 procent meer waarde levert dan de traditionele aanpak. En die nieuwe huisvestingsindustrie komt op stoom: voor nieuwbouw is er al een capaciteit van circa 17.000 woningen per jaar, voor renovatie 11.000 woningen.

Beter aansluiten

Niettemin staat hij nog aan het begin van zijn ontwikkeling. Veel concepten zijn dan wel (energie)technisch beter en goedkoper maar houden nog weinig rekening met de behoeften van de toekomst. We willen dat concepten beter gaan aansluiten op een scala aan maatschappelijke vraagstukken. Er is behoefte aan concepten die een belangrijke bijdrage leveren aan goede zorg, veilige wijken, waterveiligheid, gezonde voeding, goed onderwijs, goede bereikbaarheid, en meer. Aan conceptuele oplossingen die over de grenzen van de bekende functiescheidingen heen kijken. Die integratie van bijvoorbeeld zorg, wonen, werken en leren mogelijk maken. Of op het verbonden raken van energieverbruik, afvalverwerking, rioolwaterzuivering. De creativiteit en denkkracht van architecten (en andere adviseurs) is hierbij hard nodig. De transitie van het architectenberoep vindt haar brandstof in deze behoefte aan diepgaande innovatie, de energietransitie is daar onderdeel van.

Angst

Sommige architecten werken al aan deze innovaties en zijn ook actief in de omslag naar het conceptuele ontwikkelen en bouwen. Anderen voelen zich bedreigd, in hun architectonische vrijheid en in hun bestaan. De reactie van de BNA weerspiegelt die angst: we kunnen wel meer dan een mooi plaatje maken, we willen op waarde geschat worden en een eerlijke behandeling. Een visie op de rol van de nieuwe architect kan helpen die beklemming te overwinnen. Daarom hier een schets uit de praktijk in de nieuwe huisvestingsindustrie.

Concepten

Architecten vervullen daar inmiddels een scala van taken. De belangrijkste is die van ontwerper van concepten. Passend bij opkomende behoeften bedenkt deze innovatieve concepten voor gebieden, gebouwen of bouwdelen. Dit doet hij als deel van een groep die samen een nieuw/verbeterd concept op de markt wil zetten. Met de partners bedenkt hij de standaard ontwerpregels bij die concepten. Regels die zo flexibel zijn dat een reeks van oplossingen mogelijk wordt om op de behoefte per klant in te kunnen spelen.

Een tweede rol is die van regisseur van het huisvestingsproces, vanuit de vraagzijde of de aanbodzijde. In het eerste geval helpt hij de opdrachtgever bij zijn uitvraag: bij het helder krijgen van de vraag en bij het kiezen van de beste oplossing. In het tweede geval is hij het loket van de keten, ook wel omschreven als ketenregisseur of systeemintegrator. Meestal wordt die rol ingevuld door de initiatiefnemer van het concept. Architecten in deze rol blijken steeds zelf het voortouw te hebben genomen.

De derde rol is die van ontwerper met concepten; middels concepten een uniek ontwerp per klant maken. Hij ontwerpt dan een bouwwerk uit een mix van deelconcepten. Of hij ontwikkelt een gebied door gebouwconcepten te combineren.

Uitlenen van kennis

Bureaus die deze weg naar innovatie enkele jaren terug al zijn ingeslagen draaien ook in deze tijd zwarte cijfers. Hun businessmodellen draaien minder op het verkopen van uren en meer op het in gebruik geven van innovatieve kennis. Naast innovatie hebben ze twee ding met elkaar gemeen: ze zijn overtuigd van de gelijkwaardige inbreng van anderen en vertonen actief ondernemerschap.

Deze blog is eerder gepubliceerd op Cobouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels