blog

Wat is een architectentitel waard?

Business

Tegen de invoering van de Beroepservaringsperiode, afgekort BEP, per 1 januari 2015 is onder studenten groot verzet gerezen. Ze hekelen de miscommunicatie, de kosten en de in hun ogen te rigide opzet van de BEP. Ook vragen ze zich af waarom de scholing van beroepsbeoefenaars zich beperkt tot de twee jaar van de BEP. Tot slot wijzen zij er op dat het absorptievermogen van de praktijk op dit moment historisch laag is. Volgens voorstanders van de regeling is de kritiek echter mosterd na de maaltijd. Maar is dit ook zo?

Wat is een architectentitel waard?

De BEP is een uitvoeringsmaatregel van de Wet op de Architectentitel (WAT), die vorig jaar is ingevoerd. Deze WAT regelt de bescherming van de titels bouwkundig architect, stedebouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect. Pas als je na je masterdiploma, met succes een beroepservaringsperiode van twee jaar hebt doorlopen, kun je je inschrijven in het Architectenregister. Het idee is dat je tijdens deze periode ervaring opdoet in alle facetten van het beroep en in alle fasen van het ontwerp- en bouwproces, waar nodig aangevuld met zogenoemde kennismodules.

Vraagtekens bij uitvoering BEP

Aan de vooravond van de inwerkingtreding leidt de de BEP tot discussie. De BEP actiegroep plaatst grote vraagtekens bij de uitvoering van de regeling en hekelt onder andere de hoge kosten die met de regeling in beide trajecten zijn verbonden. Ze vindt  dat de BEP in zijn huidige vorm een realistische inslag mist. Gezien de onzekerheid, bijvoorbeeld over het aantal beschikbare arbeidsplaatsen om de nodige werkervaring op te doen, is dat een reële kwestie. De studenten zijn bovendien bang dat de introductie van de BEP ertoe leidt dat ze kwetsbaarder worden voor financiële uitbuiting, via tijdelijke contracten en schamele uurtarieven, terwijl ze tegelijkertijd extra kosten moeten maken om zich in het Architectenregister te kunnen laten registreren.

  

Niet nader tot elkaar

Op een onlangs over de BEP georganiseerd debat in Delft kwamen voor- en tegenstanders niet echt nader tot elkaar. De voorstanders van de regeling stelden zich op het standpunt dat deze per 1 januari 2015 wet is. Veel verder dan nog een keer uitleggen waar het in deze regeling om draait, kwamen ze niet. Ook het verweer “dat je de BEP niet hoeft te doen” klonk niet echt overtuigend. Het riep onder de studenten de terechte vraag op wat die titel dan nu echt waard is.

Beroepservaring opdoen

Vriend en vijand zijn het er over eens, dat het volgen van een ervaringsprogramma nuttig is. Ook de ervaring die is opgedaan met het Experiment, de voorloper van de BEP, geeft dit aan. Deelnemers geven aan dat daarin onderwerpen aan bod komen die noodzakelijk zijn om de ontwerper voor te bereiden op een volwaardige beroepsuitoefening maar waaraan in de reguliere opleidingen aan de universiteit geen of nauwelijks aandacht wordt geschonken. Ook het uitwisselen van ervaringen met andere starters wordt als waardevol ervaren. Uit een evaluatie van Het Experiment blijkt bovendien dat 95% van de in totaal 233 deelnemers nog steeds in de branche werkzaam is.

Distributie van uitbuiting

Het is vooralsnog een open vraag in hoeverre de kwaliteit van dit Experiment terugkeert in de BEP. Deelname aan deze periode gaat gepaard met veel regel- en papierwerk. Bovendien is de kans reëel dat de starters die instromen in de BEP, alleen zo effectief mogelijk worden ingezet en geen brede introductie krijgen in alle facetten en fasen van het vak. Architect Rudy Uytenhaak waarschuwde onlangs al voor een distributie van uitbuiting. Toekomstige architecten worden binnen deze distributie van uitbuiting juist niet begeleid op de brede beroepservaring die de BEP zegt te willen bevorderen.

 

Wetenschappelijke opleiding?

Hoe nu verder? Zeker is dat het welslagen van de BEP afhankelijk is van de veranderingen die zowel op de scholen als in de praktijk worden doorgevoerd. De universiteiten gaan nu ook modulen aanbieden. Dat is een mooi begin, maar is op zichzelf onvoldoende. In de jaren negentig gingen de Bouwkunde faculteiten zich opvatten als louter wetenschappelijke opleidingen. Dat principe lijkt aan herziening toe te zijn. Waarom zou een bouwkunde opleiding zich afschermen van de praktijk? Waarom kun je bijvoorbeeld niet afstuderen en tegelijkertijd bij een bureau werken?

Impact architectuur

Omgekeerd lijkt het raadzaam dat ook het beroepsveld zich eens achter de oren krabt. Er valt veel te zeggen voor het standpunt van de Vlaamse Bouwmeester Peter Swinnen dat de sector zich dient te bezinnen op de impact van architectuur en dit als gezamenlijk standpunt verder uit te dragen.

Weg in de architectuur

En de BEP zelf? Deze kan aan betekenis winnen als ze meer inhoudt dan alleen het opdoen van vakkennis. Als ze zo wordt georganiseerd dat jongeren beter worden toegerust om de nieuwe opgaven te definiëren en daarbij te formuleren wat zij als taak voor architecten zien. Als ze jonge architecten in staat stelt hun eigen positie te bepalen. Als ze jongeren op weg helpt hun weg in de architectuur te vinden.

Vernieuwing

Wellicht biedt dit ook een antwoord op de vraag van de studenten wat die titel van architect nu eigenlijk waard is. Wanneer jonge architecten, geholpen door ervaren mentoren, gevoel krijgen bij de context waarin ze als architect werken en bij de opgaven die nu en straks relevant zijn, lijkt daarmee ook een vernieuwing van de architectuur meer gegarandeerd. Veel pleit er dus voor de BEP op te vatten als een broedplaats waar jong oud ontmoet en waar op basis van vakmanschap en gelijkwaardigheid nieuwe wegen in de architectuur worden verkend. 

Actie abonnement de Architect

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels