blog

Talkin’ ‘bout my generation

Business

Architectuur is enorm veranderd in de laatste vijf jaar. De architecten die nu de toon zetten, werken veel meer samen met hun opdrachtgever aan projecten en staan op een veel meer ondernemende manier in het vak. Dat botst met de architecten van de vorige generatie die wijzen op de gezamenlijke verantwoordelijkheid nieuwe condities voor het vak te creëren, zoals onlangs bleek op een bijeenkomst in Amersfoort.

Talkin’ ‘bout my generation

In de architectuur wordt weer gesproken over verschillende generaties, misschien ook omdat het vorige spreken uitgewerkt is geraakt en langzaam is verstomd. Bij de generaties die vanaf 1980 een rol speelden, lag de nadruk op het maken van unieke gebouwen waarbij concepten werden ingezet om die uniciteit te verduidelijken. Dit mondde uiteindelijk uit in het model van de sterarchitect, of stararchitect.

On speaking terms?

Architecten van verschillende generaties praten weer met elkaar, maar hebben ze ook wat aan elkaar en kunnen ze van elkaar leren? Zijn ze inderdaad weer met elkaar on speaking terms, na dat blijkbaar heel lang niet te zijn geweest? Deze vraag werd onlangs gesteld op een debat dat ik onlangs in Amersfoort mocht modereren. Ze is niet zonder belang, nu de architectuur bezig is zichzelf te vernieuwen en haar rol opnieuw te bepalen.

Van babyboom naar generatie X

Intussen is de vraag of in de architectuur een nieuwe generatie aantreedt, nog niet beantwoord. Demografisch gezien zou dat wel het geval kunnen zijn, nu de babyboom generatie langzaam plaats maakt voor de zogenoemde generatie X. Bovendien is de afgelopen vijf jaar zeventig procent van de medewerkers in de architectuur uit het vak verdwenen. Niet te verwachten is dat ze daar ooit nog in zullen terugkeren.

Het gezicht van de nieuwe generatie

Recent zijn verschillende pogingen gedaan de nieuwe generatie een gezicht te geven. Ontwikkelaar Rudy Stroink probeerde een nieuwe generatie te creëren door zich hardop af te vragen waar de avant-garde van deze tijd blijft. Publicist Indira van ’t Klooster bracht in haar boek ReActivate een groot aantal jonge architecten samen die in haar woorden “ontwikkelaar en ondernemer zijn, die zelf opdrachtsituaties creëren, die nieuwe coöperatieven vormen en die ideeën leveren die inspireren en ook in moeilijke financiële tijden praktisch toepasbaar en realiseerbaar zijn.”

Vrijheid voor je opdrachtgever

In het debat in Amersfoort kwam het verschil tussen deze en de vorige generatie scherp aan de orde. Wat onze nieuwe generatie onderscheidt, is dat wij samen met de opdrachtgever een project maken, aldus Marnix van der Meer van Zecc. Volgens hem is het de kunst de opdrachtgever zo veel mogelijk vrijheid te geven en ervoor te zorgen dat hij net niet uit de bocht vliegt. Tien jaar geleden waren architecten gedwongen vanuit een vraag een sterk concept vorm te geven. De kracht van de opgave ligt nu veel meer bij de opdrachtgever zelf, aldus Van der Meer. Opdrachtgevers hebben een droom die je moet ondersteunen. Jurg Hertog van Emma en Oscar Vos van denieuwegeneratie vielen hem hierin bij.

Kansen voor jongeren

Rudy Uytenhaak stelde echter dat doordat iedereen zo gefocust is op het vak, we de condities voor het vak en de kansen voor jongeren niet meer gerealiseerd. “Je kunt een vlammend betoog houden over de opdrachtgever, maar de huidige processen zijn zo georganiseerd, dat op dit moment nauwelijks meer contact mogelijk is tussen opdrachtgever en architect. Dat vraagt om herordenen. Wat ik doe is in een klein kringetje ronddraaien en wat ik mis is de revolte die nodig is.” Generatiegenoot Thijs Asselbergs sloot zich daarbij aan. Architecten van zijn generatie waren veel meer bereid stelling in te nemen. Nu vinden we elkaar alleen maar aardig, maar daarmee kom je er niet, aldus Asselberg.

Het gaat niet om het antwoord, maar de vraag

Wim Quist bleek uiteindelijk degene te zijn die beide generaties met elkaar verbond, door te vertellen over een recent bezoek aan Parijs. Daar zag hij gelijktijdig een tentoonstelling van Rudy Riciotti en van Marcel Breuer. Breuer beheerste met zijn bureau het hele proces, zoals nu bijvoorbeeld Norman Foster doet. Riciotti zoekt per project een projectleider die op zijn beurt medewerkers zoekt. Het team maakt samen gebouwen. Bij beiden zie je echter de nieuwsgierigheid van de vraag, aldus Quist.

Hedonistische afrekencultuur

In de huidige hedonistische afrekencultuur wordt van je verwacht dat je meteen met een antwoord komt. Voor het proces waarin wordt gezocht naar de vraag ontbreekt vaak de tijd. Quist ziet dit als een van de grote problemen van deze tijd, maar verwacht ook dat de wal het schip gaat keren. Ook voor kleine projecten heb je immers denkkracht, creativiteit en talent nodig. Alleen in een dialoog met elkaar kun je ontdekken wat de werkelijke vraag is van de opgave.

  

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels