blog

Verdienmodellen voor de toekomst

Business

De crisis in de architectuur valt samen met de crisis in de uitgeefwereld, waardoor vakbladen in de ruimtelijke sector het extra moeilijk hebben. Oorzaak is de digitale disruptie die traditionele verdienmodellen van uitgevers onder druk zet. Nieuws is overal gratis te vinden en adverteerders spreken via sociale media zelf hun klanten aan. Tegelijkertijd ontstaat er een vraag naar duiding en analyse op online media, in plaats van gratis snel nieuws te snacken. Wat is het nieuwe verdienmodel voor een architectuursite?

Internet verandert onze samenleving en dus ook de manier waarop we communiceren en hoe we worden geïnformeerd. Uitgevers hebben niet langer het alleenrecht op het publiceren van informatie, dat kan iedereen en dat gebeurt ook. De gratis beschikbaarheid van online informatie doet de oplages van kranten en vakbladen verder dalen en breekt het traditionele verdienmodel (advertenties betalen de journalistieke werkzaamheden) van uitgeverijen af.

Websites als Marktplaats, LinkedIn en Funda kapen advertenties weg en giganten als Google bereiken veel gerichter hun omvangrijke publiek dan gedrukte media. Natuurlijk zijn er ook online adverteerders, maar de verdiensten hieruit komen nog niet in de buurt van wat er met print werd verdiend. Kortom: de uitgeefwereld staat op z’n kop door deze digitale disruptie, zoals eerder de muziekindustrie (iTunes, Spotify) onherroepelijk is veranderd.

 Spotify maakt het mogelijk muziek streaming te beluisteren, waardoor bezit van het muziekstuk overbodig is geworden. 

Media over ontwerp, bouw en ruimtelijke ordening kampen daarbij met de gevolgen van de economische crisis: faillissementen doen de abonneebestanden extra dalen. Gecombineerd met teruglopende advertentieinkomsten worden redacties sterk ingekrompen en vanwege bezuinigingen op subsidies legden veel culturele tijdschriften het loodje. Ook bij de Architect denken we na over herziening van de redactieformule, verschijningsvorm en –frequentie, om onze titel voor de toekomst veilig te stellen.

Crack the dealers

Mijn collega’s en ik willen kwaliteit leveren, en sterker nog: de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving verbeteren met ons werk (en ik helemaal, ik ben nu eenmaal een idealist). Net als in de architectuur wordt er in de journalistiek momenteel fel gediscussieerd over of je je werk gratis weggeeft om klanten te behouden, of hoe je met minder mensen en minder middelen voor je klant van toegevoegde waarde kan zijn. Op het congres ‘Driving innovation in media, het uitgeven opnieuw uitvinden’ van Mediafacts bogen diverse uitgevers en Nalden, de oprichter van Wetransfer, zich over de huidige problematiek. De CEO van Reed Business, Peter de Mönnink, zei binnenkort alle online vakinformatie achter een betaalmuur. Hij ziet geen andere mogelijkheid om de salarissen van de honderden journalisten die dit produceren te kunnen betalen in de toekomst.

 
Nalden bedacht met Wetransfer een dienst om e-mail bestanden tot 2 GB kosteloos te versturen. Terwijl de gebruiker zijn files binnenhaalt of verstuurt verschijnen er clickable advertenties op de achtergrond. Je kunt ook betalen om je eigen profiel aan te maken en je eigen wallpaper op te hangen.

De Britse special interest-uitgeverij Future plc, die tijdschriften uitgeeft als Total Film, Procycling en Mac Life, weet juist omzet te genereren uit de tabletuitgaves van de eigen printtitels. Dit en een fikse reorganisatie zorgen ervoor dat het bedrijf weer winst maakt. Jonge hond Nalden ziet de toekomst zonnig in. Hij hanteert het fremium model: de kerndienst kan gratis zijn en het echte geld zit in alle bijkomende mogelijkheden van uitgeven. Volgens hem hebben uitgevers goud in handen: “We zijn allemaal verslaafd aan informatie. Informatie is een soort crack en uitgevers zijn de dealers.” Sanoma-directeur Marc Stubbé betwist dit: hij denkt dat je met content maken niet kan overleven. Volgens hem gaat uitgeven over “de ene groep met de andere in aanraking brengen.”

Werkt een betaalmuur?

Nu de New York Times na invoering van ‘metered access‘ meer dan 600.000 online abonnees mocht verwelkomen, is 2013 door enkele journalisten en uitgevers uitgeroepen tot ‘Het jaar van de betaalmuur‘. Is dit de heilige graal of moet je het juist zoeken in betalen per artikel, per auteur of een online abonnement?

Daarom keek ik uit naar de presentatie van onderzoeksbureau MediaTest. Het onderzocht de verwachtingen van uitgevers ten aanzien van betaalmuren en andere online betaalmodellen. Conclusie is dat uitgevers steeds meer modellen naast elkaar proberen en geloven dat dit combineren de beste kans op een rendabel resultaat biedt. Uitgevers geloven meer in paywalls, specifiek het ‘pay per view‘-model, dan in advertenties. Dat geldt niet voor algemeen nieuws, maar vooral voor “doelgroepgerichte of exclusieve informatie”, aldus presentator Rob Does.


Met het digitale project De Correspondent wil hoofdredacteur Rob Wijnberg diepgravende, journalistieke verhalen brengen, voorbij ‘de waan van de dag’.

Exclusieve informatie, dat is ook wat initiatieven als De Correspondent en DeNieuwePers willen bieden. Het succes van deze journalistieke startups toont aan dat er ook mensen zoeken naar online achtergronden, analyses, duiding, onderzoek en de persoonlijke stem van de journalist, (los van de waan van de dag). En die willen daarvoor ook betalen. De Correspondent haalde met crowdfunding 1,3 miljoen euro op nog zelfs voor duidelijk is wat voor journalistiek medium ze gaan maken. Bij DeNieuwePers kun je je voor 1,50 per maand abonneren op journalisten die je betrouwbaar vindt en graag wilt volgen. Om lange artikelen te lezen op internet, worden op sites als Longform en Givemesomethingtoread gewoon keiharde dollars neergelegd.

 

Welk model past bij deArchitect.nl?

Nu biedt deArchitect.nl nieuws, projectpublicaties, blogs, dossiers en productinformatie gratis aan. Het is overal, 24/7, voor iedereen beschikbaar met actualiteit als voornaamste selectiecriterium. Dat betekent dat belangrijk nieuws voor architecten zo snel mogelijk moet worden gebracht. Helaas doen veel andere architectuursites dat ook.

Een belangrijke vraag is dus: hoe kunnen we ons online wel onderscheiden en hoe financiëren we mensen en middelen? Op Twitter hield ik een kleine ‘vox pop’: wat zouden onze fanatieke volgers graag op deArchitect.nl willen vinden? Kees van der Hoeven, Ard Buijsen, Ira Koers en Reimar von Meding antwoordden respectievelijk:
•    “eigen nieuwsgaring”
•    “informatie over (onbekende) buitenlandse projecten”
•     “kritische recensies over ontwerpen, boeken, exposities, producten, debatten, publicaties, 3D, politiek ontwerponderwijs”
•    “kritische recensies van recente ontwikkelingen”

Ik ben benieuwd naar de antwoorden op mijn vragen hoe vaak ze dit online zouden willen lezen en of ze er voor willen betalen. Algemeen, ‘brekend’ nieuws zal altijd gratis beschikbaar blijven, ook bij deArchitect.nl. Maar voor welk soort online content hebben architecten en bouwers geld over? Of is branded content of sponsoring de manier om een goede website te financieren? Welk verdienmodel past bij deArchitect.nl? En hoe bewegen we daar naartoe? Voor wat crowd sourcing: reageer gerust via redactie@dearchitect.nl of op Twitter naar @designmaatje

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels