blog

Aansprakelijkheid voor tenietgaan van het bouwwerk

Business

Veel bestekschrijvers gebruiken het bestek om met verantwoordelijkheden te schuiven. Verplichtingen die op grond van de UAV 2012 bij de opdrachtgever liggen, worden door middel van het bestek bij de aannemer gelegd. In een blogreeks zal ik mogelijke bestekbepalingen die afwijken van de UAV 012 behandelen.

Aansprakelijkheid voor tenietgaan van het bouwwerk

Vorig jaar verschenen de UAV 2012, als opvolger van de UAV 1989. Ze zijn grotendeels hetzelfde. Eén grote wijziging kreeg echter weinig aandacht, namelijk de aansprakelijkheid voor het tenietgaan van het bouwwerk. Stort een bouwwerk na twaalf jaar in en kan de opdrachtgever bewijzen dat dat aan de aannemer is toe te rekenen, dan kan de opdrachtgever de schade niet meer op de aannemer verhalen, behoudens als de aannemer al tijdens de bouw wist van het gebrek maar dat heeft verzwegen. Onder de UAV 1989 was dat anders. Hoe zit dan nu?

Verjaringstermijnen

Par. 12 lid 1 en 2 UAV 1989 bepaalt, dat de aannemer na oplevering niet aansprakelijk is, behoudens onder meer “indien het geval voorzien in artikel 1645 van boek 7A van het BW zich voordoet”. Op grond van hiervan was de aannemer tot tien jaar na oplevering aansprakelijk in het geval het bouwwerk teniet gaat of dreigt teniet te gaan. De Raad van Arbitrage voor de Bouw heeft dit als volgt uitgelegd:

Als een bouwwerk binnen tien jaar vergaat (dreigt te vergaan), moet de aannemer aantonen dat het vergaan niet aan haar ligt. Als een bouwwerk na tien jaar, maar binnen twintig jaar vergaat, moet de opdrachtgever bewijzen dat het aan de aannemer ligt. De termijnen zijn verjaringstermijnen, die door een aangetekende sommatie kunnen worden gestuit waarna weer een nieuwe verjaringstermijn ontstaat. Verder volgde uit ieder gebrek dat leidde tot het tenietgaan van het bouwwerk aansprakelijkheid, ook als deze niet geldt als een verborgen gebrek.

 

Par. 12 lid 2 en lid 4 sub b UAV 2012 bepaalt, dat de aannemer aansprakelijk is voor verborgen gebreken die leiden tot het teniet gaan van het bouwwerk. Een vordering op grond van deze bepaling vervalt als deze niet binnen tien jaar is ingesteld bij de rechtbank of Raad van Arbitrage.

Verborgen gebreken

In plaats van een verjaringstermijn van twintig jaar onder de UAV 1989 geldt dus een vervaltermijn van tien jaar onder de UAV 2012. En de discussie over al dan niet verborgen gebreken geldt voor tenietgaan nu wel. Deze wijziging ten opzichte van de UAV 1989 heeft weinig aandacht gekregen bij het verschijnen van de UAV 2012. In bestekken kom ik geen bepalingen tegen waarin ten voordele van de opdrachtgever hiervan wordt afgeweken. De adviseurs (architect, bestekschrijver) doen er goed aan de opdrachtgever hierop te wijzen en voorstellen te doen op basis waarvan de belangen van de opdrachtgever bij het (dreigend) tenietgaan van een pand beter worden beschermd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels