blog

Made in Germany & Dutch Design

Business

Op de voorpagina van de Immobilien Zeitung stond onlangs een groot artikel over het aanzien van Duitse bouwers en ontwerpers in het buitenland. De titel “Kompetent, aber Mutlos” gaf de teneur goed aan; buiten Duitsland waardeert men de kwaliteit en deugdelijkheid van de Duitse ontwerpers, maar de laatsten worden niet gezien als innovatieve creatievelingen.

Made in Germany & Dutch Design

Vermoedelijk staat het aanzien van de Nederlandse ontwerppraktijk hier diametraal tegenover. Nederlanders worden gezien als conceptuele creatievelingen, die weinig kaas hebben gegeten van een deugdelijke uitvoering. Hoe verhoudt zich dit internationale aanzien tot onze dagelijkse beroepspraktijk? Zit een kern van waarheid in deze nationale stereotypes?

In het hierboven aangehaalde artikel komt Thomas Welter, de directeur van de BDA (Bund Deutscher Architekten), aan het woord. Volgens hem waardeert men de Duitse architecten buiten Duitsland niet om hun vormgevend vernuft, maar eerder om hun secundaire deugden. Hierbij valt te denken aan de vaardigheid om technische innovaties om te zetten in architectuur, om complexe projecten te organiseren en om de economische haalbaarheid te overzien.

Neutrale ontwerpopvatting

Je kan het natuurlijk ook anders uitleggen: Over het algemeen hebben Duitsers de neiging om meer dan volledig aan alle normen te voldoen. Dit in tegenstelling tot Nederlanders, die om onverklaarbare redenen vrijwel automatisch alle normen, regels en wetten eerst ter discussie stellen. Dit komt in Duitsland vrijwel nooit voor, heb ik inmiddels door schade en schande ondervonden.

Terwijl Nederlanders ruimte voor ontwerpende innovativiteit vinden door het ter discussie stellen van alle wetmatigheden, lijken Duitsers vanaf het begin in de praktische (on)mogelijkheden te verzanden. In de Duitse architectuurpraktijk is het gebruikelijk om bij het begin van het ontwerpproces uitgebreid alle wettelijke normatieve kaders in beeld te brengen. Welter ziet hierin een voordeel voor wat Duitsers internationaal te bieden hebben: ze staan neutraal in het ontwerpproces. Terwijl een Nederlandse architect zichzelf wil verwerkelijken in het ontwerp, maakt een Duitse architect gewoon wat hij kan en mag maken, en dat zo goed mogelijk.

Creativiteit en degelijkheid

Dit komt de planning en efficiëntie natuurlijk ten goede: als de uitgangspunten als gegeven worden beschouwd, komen er minder onverwachte, tijdrovende onbekende beren op de weg, waardoor de aandacht aan het meest wezenlijke besteed kan worden: het zo goed mogelijk maken van het bekende. Dit is overigens niet alleen iets wat in de architectuur terug te vinden is, ook in andere takken van industrie staan de Duitsers bekend om deze degelijkheid. Zo is de Mercedes, bij uitstek dé Duitse auto, vooral erg betrouwbaar, omdat er geen grote risico´s genomen worden bij de ontwikkeling ervan. Een Mercedes is geen spannende auto, maar hij doet het gewoon. In de pechstatistieken van de ADAC presteren traditiegetrouw de Duitse auto’s het best, Mercedes en BMW voorop.

Made in Germany

Deze Duitse degelijkheid is internationaal gezien een sterk merk. Een product dat gemarkeerd wordt met de zinsnede “Made in Germany” is betrouwbaar. Het is zelfs zo dat recentelijk de regels om dit predicaat te verkrijgen zijn aangescherpt, toen derivaten met een klein, uit Duitsland stammend onderdeel werden gepromoot met de slogan “Made in Germany”. Duitsland is betrouwbaar en verkoopt betrouwbaarheid, klaarblijkelijk.

Hoe anders is de Nederlandse situatie. “Made in the Netherlands” is nauwelijks een kwaliteitskenmerk. Wij hebben daarentegen vernieuwende ideeën en staan wereldwijd bekend met “Dutch Design”. Maar niet alleen op het gebied van ontwerp: ook bij bergingswerkzaamheden, offshore-techniek en baggerwerkzaamheden zijn Nederlanders geliefd. Als de omstandigheden lastig worden en een creatieve benadering gevraagd is krijgen Nederlandse bedrijven volop kansen. Onze creativiteit verkoopt ook, klaarblijkelijk.

De jaloerse buurman

Er zullen momenteel nogal wat Nederlandse ontwerpers zijn die met een schuin oog naar hun Duitse collega’s kijken. Immers zijn grote opdrachten, zeker in tijden van crisis, makkelijker  te verkrijgen door een deugdelijke en degelijke uitstraling. Een briljant idee is leuk, maar het moet wel maakbaar zijn – binnen de planning en het budget, het liefst.
De laatste jaren gaan derhalve ook in Nederland stemmen op om sterker in te zetten op zowel bouwkundige degelijkheid in de uitvoering als dienstbaarheid aan de opdrachtgever, in plaats van op het geniale idee en de bijzondere vormgeving. Hierdoor zouden architecten hun afkalvende positie in het bouwproces terug kunnen heroveren, is het vermoeden.

Land der Ideeën

Vreemd genoeg is in Duitsland een tegengestelde beweging aan de gang. Sinds 2006 probeert men zich internationaal te profileren als Land der Ideeën. Met een miljoenen kostende campagne wordt Duitsland als standplaats voor innovatie en ideeënontwikkeling gepromoot, als tegenwicht tegen het klassieke beeld van Duitsland als kwalitatief hoogwaardig productieland.

Ook kijken veel Duitse architecten met enige jaloezie naar Nederland. Nederland geldt hier nog steeds als gidsland, wanneer men het heeft over de algehele esthetische kwaliteiten van de Nederlandse gebouwde omgeving en de bijzondere gebouwen. Nederlandse ontwerpers zijn moedig, volgens veel Duitse ontwerpers. Vaak wordt er terloops aan toegevoegd dat “als we niet zoveel nadruk zouden leggen op alle regels en normen zoiets hier ook mogelijk zou zijn”..

Het groene gras

Nederlanders willen dus meer Duits worden en Duitsers meer Nederlands, qua ontwerp- en bouwopvatting. Ik vermoed echter dat de praktijk niet zo tegengesteld is als de beeldvorming doet vermoeden. De gemiddelde kwaliteit van de bouwproductie en de bouwprocessen doet in Nederland echt niet veel onder voor de Duitse tegenhanger. Een Duitse Nico Hendriks zou ook voldoende te doen hebben, en de Duitse vakbladen vullen zich ook met bijzondere, hoogwaardige ontwerpen.

Misschien is een parallel te trekken met het voetbal. Terwijl het Nederlands elftal tijdens het afgelopen WK uitgesproken Duits (lees: saai, consequent en effectief) speelde, dartelt de nieuwe generatie Duitse voetballers momenteel over de velden als ware nazaten van de Hollandse school. Tegelijkertijd blijft Nederland bekend staan als het land van het fraai verzorgde voetbal, dat nooit iets wint.

Stereotypen zijn behoorlijk hardnekkig. En juist deze stereotypen kunnen worden ingezet in marketing en acquisitie. Internationaal gezien zal het een Nederlands bureau waarschijnlijk geen windeieren leggen wanneer deze zichzelf verkoopt als “typisch Nederlands” – en voor Duitse bureaus vice versa. Een bureau dat zowel conceptueel ontwerpend sterk als uitvoerend degelijk pretendeert te zijn kan zich moeilijker profileren. Ook al is de praktijk complexer dan dat en zijn de tegenstellingen niet zo groot …

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels