blog

Architectuur in omstandigheden van de markt

Business

Afgelopen donderdag was een drukte van belang in Rotterdam. Niet alleen werd het nieuwe NAi geopend met acrobaten, tentoonstellingen en een geslaagde verbouwing, ook nam Liesbeth van der Pol moegestreden, maar met passie en op de haar bekende wijze afscheid als rijksbouwmeester. In een vlot programma werd een aantal veranderingen in het architectenvak geschilderd. De architect moet vooral gaan luisteren. Maar is dat wel zo?

Architectuur in omstandigheden van de markt

 

Met een architectuursymposium nam Liesbeth van der Pol afgelopen vrijdag afscheid van drie jaar Rijksbouwmeesterschap. De bijeenkomst vond plaats in het voormalige, deels gesloopte Stadskantoor in Rotterdam. Het onderstreepte op bijzondere wijze Van der Pols visie dat de herbestemming van gebouwen de toekomst is. Op het symposium werd naast dit onderwerp ingegaan op de scholenbouw en op de rol en betekenis van het ontwerp.

Korte lijnen en vooral luisteren

Van der Pol denkt dat korte lijnen tussen opdrachtgever en architect tot betere resultaten kunnen leiden. Volgens haar kan de hele tussenlaag van management er tussen uit. De aanwezigheid van Vlaams bouwmeester Peter Swinnen onderstreepte het enthousiasme dat de afscheid nemende Rijksbouwmeester aan de dag legt voor de Open Oproep. Tijdens het symposium toonde Van der Pol zich echter geen tegenstander van DBFMO. En juist in de week voorafgaande aan dit symposium maakte de RGD bekend vanaf september verplicht met BIM te gaan werken.

Trefwoorden tijdens het symposium waren hergebruik, luisteren, het ´after life’ van gebouwen en evalueren in plaats van projecteren. Diverse malen werd gesteld dat architecten moeten luisteren en niet voor architecten, maar voor gebruikers moeten bouwen. Ofschoon ik snap wat hier wordt bedoeld, bevreemdt het me toch dat architecten niet meer voor hun collega’s behoeven te bouwen.

Kunstenaar, surfer of ondernemer?

In de bloeiperiode van de Nederlandse architectuur bevocht de discipline haar autonomie. Het idee daarbij was dat de betekenis en autoriteit van de architectuur diende te worden bevochten tegenover de toen gangbare cultuur. Het idee dat een architect weerstand moet leveren (tegen de maatschappij, de opdrachtgever, de gebruiker, enzovoorts) stond daarbij voorop. Dit idee werd opgevolgd door de wens om door middel van experimenten innovatieve vormen te genereren met behulp van elementen uit de bestaande cultuur. Rem Koolhaas verzon hiervoor de beroemd geworden metafoor van de architect als een surfer op de golven van de economie.

Door de teloorgang van de publieke sector en de dominantie van de private sector staat de rol van de disciplines architectuur en stedebouw in de vormgeving van de stad opnieuw ter discussie.

In het bij Van der Pols afscheid verschijnende magazine ‘Nederland wordt anders’ vat Nanne de Ru de gevoelens goed samen. “Het uiteenspatten van de vastgoedbubbel maakte definitief een einde aan de dominantie van de idee. Onder architecten zingt het magische woord ‘marktconformiteit’ rond. Marktconform is niet vernieuwen, maar een pas op de plaats. Het lijkt elke vorm van innovatie te weren. Architectuur komt daarmee tot stilstand.”

Scharnierpunt

Het misverstand lijkt te zijn, dat de markt innovatie weert. Dat is niet zo. De private sector bestaat namelijk uit een aantal instrumentele en innovatieve, organisatorische processen. Omgekeerd floreert ze alleen bij de gratie van een stevige, ondersteunende structuur. Als dat zo is, dan is de vraag voor de komende tijd: kunnen we zo’n onderliggende, regulerende structuur ontwikkelen, terwijl tegelijkertijd innovaties en experimenten worden aangemoedigd? Of laten we dit schieten en worden architecten gereduceerd tot wat Thijs Asselbergs VooDoo-architecten noemt, zonder enige rol van betekenis in de stad?

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels