blog

Een nieuwe generatie architecten

Business

“De generatie post Superdutch-architecten is in opkomst”, gonst het door architectenland. Maar wat kenmerkt deze generatie? Zet ze zich af tegen de ideeën van de vorige generatie? Of zijn ze door de crisis gedwongen zich anders op te stellen om aan werk te komen? In de televisieserie Architecturen in Kunstuur (AVRO) wordt de nieuwe situatie van de architectuur onderzocht en komen beide generaties aan bod.

Een nieuwe generatie architecten

Ik bekeek via uitzendinggemist.nl de tot nu toe uitgezonden afleveringen, vijf van de zes, tijdens een marathonsessie. In de eerste twee afleveringen wordt duidelijk dat de Superdutch-generatie is opgekomen na 1988. De overheid kwam met een nieuw architectuurbeleid, omdat de stad leegliep. Volgens haar kon architectuur het tij keren en de stad weer aantrekkelijk maken door het realiseren van beeldbepalende gebouwen, zogenoemde iconen. Om dit te stimuleren nam ze verschillende maatregelen, zoals het oprichten van het stimuleringsfonds voor architectuur. Daarnaast werd ze zelf een belangrijke opdrachtgever. Zo vertelt Jaap Huisman in aflevering 1.

 Villa VPRO ontworpen door MVRDV

De geboorte van de Superdutch generatie

Eerst bouwden vooral bekende buitenlandse architecten in Nederland spectaculaire gebouwen, maar vanaf de jaren negentig werden vooral jonge Nederlandse architecten aangetrokken. Een bekend voorbeeld is Villa VPRO ontworpen door MVRDV. Maar ook bureaus als OMA, UNStudio, Mecanoo, Meyer en Van Schooten Architecten kregen al vroeg kansen om grote opvallende gebouwen neer te zetten. En zo was de Superdutch generatie geboren.

 Het Agoratheater in Lelystad, ontworpen door UNStudio

Het einde van de icoonarchitectuur

Icoon na icoon werd opgeleverd. Overal werden nieuwe kantoren uit de grond gestampt, want door speculatie was er geld genoeg. Totdat de financieringsmodellen, waarbij vastgoed alleen maar meer waard wordt, in 2008 ineens omvielen. Hiermee kwam volgens Harm Tilman, aflevering 2, tegelijkertijd een einde aan de icoonarchitectuur.

Tijd voor een nieuwe architectuur

Wat nu? Twintig jaar na het begin van het icoontijdperk is het tijd voor een nieuwe architectuur! Enerzijds is de crisis in die zin een kans: er is tijd voor reflectie en om te kijken waar nu werkelijk de vraag ligt. Anderzijds moet er snel een antwoord komen, want veel architecten zitten momenteel zonder werk. Belangrijk hierbij is dat, zoals Daan Bakker in aflevering 2 aangeeft, de stad vooral functioneert op een goede massa in plaats van op spectaculaire gebouwen. Nu is het alleen zo dat veel van die massa leegstaat, wat allerminst positief is voor een stad. Zeker als je bedenkt dat de woningvraag nog steeds urgent is.

Voor het Schieblok in Rotterdam zijn door ZUS tijdelijke gebruikers gevonden, waardoor het gebouw nu niet meer leegstaat in afwachting van sloop.

Een nieuwe generatie architecten

Maar Ole Bouman zegt in aflevering 3 dat er genoeg ‘vernieuwende geesten’ actief zijn, die kansen zien in de bovengenoemde problemen. Van deze nieuwe generatie passeren enkele architecten in aflevering 3 en 4 de revue. Zo vertellen Roland Rietveld en Erik Rietveld (Rietveld Landscape) dat ze bewust inzetten op tijdelijk gebruik: “Je zou de periode tussen het tijdstip dat een gebouw leeg komt te staan en wanneer het weer wordt hergebruikt of wordt gesloopt een andere functie kunnen geven”. Daarnaast proberen ze mee te liften op grootschalige ontwikkelingen die al aan de gang zijn, bijvoorbeeld in het project Generating Dune Scapes.


Generating Dune Scapes door Rietveld Landscape

Tijdelijkheid als oplossing voor leegstand

Ook de architecten van het Bureau M.E.S.T. zien tijdelijkheid als oplossing voor leegstand. Ze zijn nu onder andere samen met Architectuurlokaal betrokken bij KusSloop in de Afrikanenwijk in Rotterdam, waarbij leegstaande panden zijn omgetoverd tot tijdelijke logeeradressen. De inbedding van het project in de hele wijk vormt een belangrijk onderdeel.

KusSloop conceptschets door Bureau M.E.S.T.

De virtuele wereld als voorbeeld

Florian Idenburg (SO-IL) vindt het een uitdaging om de fysieke ruimte te ontwerpen met in achtneming van de aanwezigheid virtuele wereld. Volgens hem kunnen architecten veel leren van de virtuele wereld, die veel speelser, interactiever en losser is. Het gaat hem niet om het maken van een sexy plaatje, maar om een ruimte waar je naar toe moet, omdat je het wilt beleven. Deze visie zie je terug in zijn project Pole Dance.

Foto van Pole Dance, ontworpen door SO-IL.

Minimale ingrepen voor een groot effect

DUS architects legt uit niet te denken niet in grote gebaren. De ontwerpers willen met minimale ingrepen een zo groot mogelijk effect bereiken. Voor hen is architectuur omgaan met ruimte en dat zit niet alleen in het maken van gebouwen, maar ook in het ontwerpen van een theekopje passend bij een interieur of een feest met alles erop en eraan.

Urban Camping Shower Experience door DUS architects.

Les van Rem

Deze jonge architecten reageren op een vernieuwende en succesvolle manier op de veranderende situatie. Hun projecten verschillen wezenlijk van die van de Superdutch generatie: ze zijn kleiner en soms tijdelijk, ze gaan uit van de gebruikers en vaak zijn het herbestemmingen. Maar volgens mij is in basis aanpak van beide generaties wel vergelijkbaar. Dit illustreert Idenburg door te vertellen over een belangrijke les, die hij heeft geleerd van het boegbeeld van de Superdutch generatie, Rem Koolhaas: “Je moet de situatie nemen zoals die is en daar op een ironische manier een antwoord op vinden”.

Laatste aflevering Architecturen

De laatste aflevering van Architecturen van komende zaterdag gaat over de toekomst van de architectuur. Ik ben benieuwd welke, al dan niet ironische, antwoorden door wie worden gegeven op de problemen die nu al zijn voorzien.

Naar de afleveringen van Architecturen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels