blog

Aanbestedingen: het blijft behelpen

Business

Hoe absurd kan het leven zijn? Voor een aanbesteding van een lagere school in Weesp worden architecten gezocht die in de afgelopen twee jaar twee lagere scholen in baksteen hebben gebouwd. Ik werd gewezen op deze aanbesteding door een architect die zijn sporen ruimschoots in de baksteenarchitectuur heeft verdiend. Zijn naam doet er in dit verband niet toe, wel het gegeven dat hij in deze periode op virtuoze wijze wel tien baksteengebouwen heeft opgeleverd waarvan slechts één school en dat hij om deze reden is afgewezen.

Aanbestedingen: het blijft behelpen

Over deze absurditeiten schreven we al eerder. Echter bij Europese aanbestedingen is meer aan de hand, zoals de volgende voorbeelden laten zien. Naast een net gerealiseerd gebouw wil de universiteit van Leiden een nieuw gebouw realiseren. De gemeente vraagt om een gebouw met een eigen karakteristiek, de opdrachtgever (gelieerd aan de universiteit) om een twee-eenheid met het al gerealiseerde gebouw. De aannemer en de architect van het eerste gebouw schrijven in met een kopie van het eerder gerealiseerde gebouw en worden de opdracht gegund.

Ander voorbeeld: Voor een school in Leiden wordt een inschrijving geopend waarbij een structuurontwerp als randvoorwaarde wordt opgelegd. Het bureau dat dit structuurontwerp maakte en drie jaar eerder ook al een voorlopig ontwerp, neemt ondanks deze betrokkenheid in de voorbereiding deel aan de selectie en wint. En bij de verbouwing en uitbreiding van een gemeentekantoor in Eindhoven presenteren vijf architecten een visie. Achteraf blijkt de architect die op alle punten met 100 procent wint, al bij voorbaat de voorkeur te hebben gehad van de opdrachtgever.

 Mare College in Leiden

Impressie nieuwbouw Marecollege

Al deze voorbeelden roepen de vraag op waarom dergelijke kostbare en voor verliezers frustrerende inschrijvingen worden gehouden. Bovendien ondermijnen ze de economische positie van de branche als totaal. Onlangs konden architecten zich bijvoorbeeld inschrijven voor het maken van een VO+ waarmee een school in Eindhoven een aannemer gaat selecteren. De omvang van deze opdracht bedroeg € 50 tot € 70.000. De benodigde voorinvestering van de vijf architecten voor het doen van deze visiepresentatie bedroeg € 20.000 oftewel € 100.000 in totaal.

Het beeld bij de meeste doorsnee Europese aanbestedingen is niet anders. Als bijvoorbeeld veertig bureaus meedoen, komt de totale kosten uit op 40 x € 7.000 = € 280.000.Vervolgens wordt van vijf bureaus een visiepresentatie gevraagd. De totale kosten hiervan kunnen oplopen tot € 100.000. Soms worden voorlopige ontwerpen verwacht; de hiermee gemoeide investeringen bedragen € 250.000. Hier tegenover staan vaak schamele vergoedingen. De totale investering voor de branche is op deze wijze tussen de € 330.000 en € 530.000 per aanbesteding, geld dat verdampt en waar weinig tegenover staat.

Overspanningen verwachtingen architectuur

De oorzaak van al deze malheur is te wijten aan de manier waarop in Nederland de aanbestedingen zijn geregeld, maar ook aan de manier waarop architectuur wordt waargenomen. Om met het laatste te beginnen, van de architectuur bestaat bij het grote publiek een overspannen beeld. Van architecten wordt bijvoorbeeld verwacht dat zij de voedselproblemen van de wereld oplossen. Tegelijkertijd krijgen ze het verwijt dat ze geen gelijke tred houden met de snelheid van maatschappelijke veranderingen. Een serieuze krant kopte onlangs zelfs: “architecten namen klant jaren niet serieus”.

Volgens de manier waarop hier te lande aanbestedingen plaatsvinden, wordt architectuur gezien als technische dienstverlening. Architectuur zit hiermee in dezelfde categorie als een wegenbouwer of een aannemer. Dat is fnuikend, want behalve producent van ontwerper is een architect ook en vooral een adviseur. Architectuur is daarmee in de verkeerde categorie van aanbesteden geplaatst. Hoe dat heeft kunnen gebeuren is voor mij een raadsel. Waarom dit zich niet zomaar laat rechtzetten, nog veel meer.

In de huidige categorie blijft het schipperen en behelpen. De selecterende bureaus hebben zich een positie verworven tussen opdrachtgevers en architecten. Een vergelijking met de advocatuur is snel gemaakt. Het is ondenkbaar dat een klant zijn advocaat selecteert op basis van omzeteisen, of de eis dat hij in de laatste twee jaar twee plegers van bepaalde delicten heeft verdedigd. Kern van de relatie tussen advocaat en cliënt is vertrouwen. In de architectuur is dat niet anders. Echter door de huidige werkwijze speelt dit uitermate essentiële element geen rol in de selecties.

Maar er is nog iets anders. De bureaus die de selecties verrichten doen dit op een uitermate ambtelijke manier. Ze zijn kennelijk in een positie gebracht waarbij de dialoog met de opdrachtgever over de wensen met betrekking tot een gebouw plaats maakt voorde meest simpele manier om uit veel architecten er vijf te selecteren. Door slechts te kijken naar omzet en eenvoudige referenties, zijn ze feitelijk incapabel, dat wil zeggen niet in staat de juiste architect voor hun opdrachtgever te selecteren. Even bizar is het aanbestedingen tegen te komen waarin de meest uiteenlopende bureaus het tegen elkaar op moeten nemen. Het is alsof iemand die een Alfa Romeo wil kopen, wordt verplicht ook een Opel showroom in te lopen.

Juiste categorie

Bij de Europese aanbestedingen gaat het in veel gevallen niet om kwaliteit, maar om de meest eenvoudige wijze om te komen tot een keuze. Opdrachtgevers hebben vaak geen idee welke impact een vraag heeft op de gewenste kwaliteit.

Het wordt tijd dat de architectenbranche hiertegen in verweer komt. De aanbesteding van architectendiensten moet in de juiste categorie worden geplaatst. Nodig is een selectieprocedure waarin vergelijkbaar met de advocatuur wordt gezocht op basis van vertrouwen. Het is onbegrijpelijk dat dit nog steeds niet is geregeld. Tot die tijd blijft het bij behelpen.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels