blog

WAT en de nieuwe werkelijkheid in de beroepspraktijk

Business

Architectuur moet nadenken over de manier waarop ze in de toekomst diensten gaat verlenen. Ze kan daarbij niet wachten tot de economie weer aantrekt. Dat betekent ook dat de huidige apathie in architectenland moet worden doorbroken. De komende tijd bezoek ik enkele sleutelfiguren die hiermee druk bezig zijn.

WAT en de nieuwe werkelijkheid in de beroepspraktijk

Twee jaar geleden is Kees Rijnboutt door Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol gevraagd om kwartiermeester van de nieuwe Wet op de architectentitel (WAT) te worden. Onder zijn leiding hield een door het SBA in het leven geroepen projectgroep zich bezig met de wijzigingen in deze architectenwet die dateert uit 1988. Met deze wet werden waarborgen gegeven voor een vakbekwame beroepsuitoefening.

De komende wetswijziging is nodig in verband met de nieuwe Europese werkelijkheid. In de ons omringende landen bestaat bijvoorbeeld al jaren de verplichting om na je studie eerst beroepservaring op te doen alvorens je zelfstandig te kunnen vestigen. Zonder een deugdelijke regeling op dit vlak zal de Nederlandse architectuur het niet redden, aldus Rijnboutt. Maar de toenemende onvrede in de beroepswereld over de output van de opleidingen speelt ook een rol. Pas afgestudeerden beschikken niet over de juiste kennis en competenties die in het ontwerp- en bouwproces nodig zijn. Om deze reden begon oud Rijksbouwmeester Jo Coenen in 2003 het Experiment, een training voor jonge architecten en later ook voor stedebouwkundigen.

Belangrijkste wijziging in de WAT is dat (vanaf 2015) het doorlopen van een tweejarige beroepservaringperiode verplicht is alvorens men zich kan laten inschrijven in het Architectenregister. In deze periode bekwaamt men zich onder begeleiding van een mentor in de uitoefening van het beroep. Naast dit individuele deel kent ze ook een gemeenschappelijk deel. Nieuw zijn voorts de verplichte bij- en nascholing voor stedebouwkundigen, landschaps- en interieurarchitecten en de cross-over regeling die het mensen mogelijk moet maken zich te kwalificeren voor meerdere ontwerpdisciplines.

De WAT vormt een belangrijke stap in de verdere emancipatie van de architectuur, stedebouw, landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur. In Nederland is de beroepsuitoefening over veel instituties verdeeld en de Wet lijkt meer focus op te leveren, wat in de huidige omstandigheden broodnodig is.

 
Vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen tekenden op 22 September 2010 een intentieverklaring inzake wijzigingen van de Wet op de architectentitel

Daarnaast ligt een nieuwe rolverdeling tussen het Bureau Architectenregister en de vier vakverenigingen in het verschiet. Op 1 januari a.s. maakt het oude stichtingsbestuur plaats voor een nieuw bestuur bestaande uit Anneke de Vries, Harm Post en Henk Döll. Het Architectenregister vertegenwoordigt formeel het gehele beroepsveld. Het Bureau is volgens Rijnboutt dan ook beter in de positie om de regels op te stellen waaronder vakgenoten bij opdrachten met elkaar concurreren dan de vakverenigingen dat zijn. Ze kan ook de schakel zijn tussen beroepsgroepen en overheid en de noodzakelijke aanpassing van de DNR (de standaardregeling voor het afsluiten van overeenkomsten tussen adviseurs en opdrachtgevers) ter hand nemen, aldus Rijnboutt.

De voorwaarden waaronder architecten hun vak moeten uitoefenen, worden hiermee verbeterd. Door de wijze waarop tot nu toe opdrachten zijn verleend en collega’s de concurrentie met elkaar aangaan, zijn de marges van het architectenvak onaanvaardbaar verengd. Dankzij de WAT zijn regelingen binnen handbereik waarmee architecten weer evenredig worden betaald voor de waarde die hun diensten hebben en creëren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels