blog

Aanbestedingen en geschonden zelfvertrouwen

Business

Op de meeste architectenbureaus waar ik kom, is het doodstil. Geen telefoontjes van potentiële opdrachtgevers, projecten die worden stilgezet, collega-bureaus die failliet zijn gegaan of een doorstart maken. Verontrustender wellicht is dat architecten nauwelijks zijn betrokken bij het creëren van de juiste condities voor hun vakbeoefening.

Aanbestedingen en geschonden zelfvertrouwen

 

 

In het afgelopen week gepubliceerde regeerakkoord van het beoogde kabinet Rutte Verhagen valt het woord architectuur geen enkele keer. Wel komen er (overigens terecht) 500 agenten om de dierenmishandeling te bestrijden, maar geen spoor van plannen om de hardst door de economische crisis getroffen branche te ondersteunen.

Het is een uiterst pijnlijke constatering, maar in de ogen van het publiek lijkt architectuur er nauwelijks toe te doen.

Uit onderzoek dat USP Marketing Consultancy onlangs in opdracht van Jong Onroerend goed Rotterdam [JOR] uitvoerde naar Rotterdam als architectuurstad bleek, dat architectuur vooral wordt geïdentificeerd met gedurfde en aparte gebouwen. Maar op de vraag of architectuur bijdraagt aan ‘de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad’, antwoordde slechts elf procent bevestigend. En een magere achttien procent is bereid ‘iets meer te betalen’ om in ‘toonaangevende architectuur’ te wonen.

 Koolhaas Cover
Koolhaas op de cover van L’Uomo/Vogue, maart 2008

De meest beroemde architecten van de afgelopen generatie – Frank Gehry, Rem Koolhaas, Norman Foster – bouwden hun reputatie op bijzondere projecten: een museum, een hoog gebouw, een bibliotheek, een stadion. Architecten deden veel meer, maar in de ogen van het grote publiek ben je pas een architect als je op de cover van de Vogue hebt gestaan.

Het nu verfoeide sterrensysteem vergrootte lange tijd de aantrekkelijkheid van de architectuur. Van heinde en verre stroomden immers studenten en jonge professionals toe die bereid waren om tegen schamele beloningen lange werkdagen te maken op de bureaus van deze architecten. Om meestal daarna teleurgesteld dit bureau te verlaten en zelf een vergelijkbare praktijk te beginnen.

De conclusie kan alleen maar zijn dat de slag om de architectuur als een gerespecteerde discipline in de markt te zetten in de afgelopen periode totaal is gemist. De architect is hierdoor iemand die niet snel wordt gebeld tijdens een crisis.

De laatste jaren gaat in de architectuur veel aandacht uit naar de praktijk van openbare aanbestedingen. Nog onlangs deed de BNA een dringende oproep aan de aanbestedende diensten in Nederland om eenmaal aanbestede projecten niet stop te zetten. Het is een goede zaak dat de BNA aandacht hiervoor vraagt, maar zelfs als deze oproep succes heeft (wat niet is te verwachten) zal het de architectuuruitoefening in de breedte nauwelijks verbeteren of versterken. Europese aanbestedingen betreffen weliswaar prestigieuze en grote projecten, maar maken maar een miniem aandeel van de bouwportefeuille uit. De vraag is zelfs of het de ontwikkeling van het beroep op termijn niet zal vertragen. De huidige apathie tegenover de discipline architectuur vloeit immers direct voort uit de huidige succesmechanismen in het beroep.

Op de lange termijn is het terugwinnen van de autoriteit van de architect belangrijker dan de werkgelegenheid bij grote bouwprojecten. Als dit eerste lukt, zal de werkgelegenheid immers vanzelf toenemen. Het beschrijven en promoten van de toegevoegde waarde van architectuur is daarmee voor de komende tijd topprioriteit nummer één.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels