Zeepbel van kantoren
Wat insiders allang wisten, werd afgelopen zaterdag officieel bekendgemaakt door De Nederlandse Bank (DNB). Na de bankencrisis van 2008 en de Eurocrisis van 2010 dreigt nu een derde crisis: die van het vastgoed.
De leegstand op de kantorenmarkt is net zo gevaarlijk als de enorme hypotheekschuld die huizenbezitters hebben opgebouwd, aldus De Nederlandse Bank. Door de speculatieve nieuwbouw van de afgelopen jaren, in combinatie met perverse ontwikkelingsmechanismen die de nieuwbouw hebben aangejaagd, staat in Nederland veertien procent van de voorraad leeg. Met de invoering van het zogenoemde Nieuwe Werken waarbij per persoon minder ruimte nodig is, zal dit aantal nog eens verdubbelen.
Als het aan De Nederlandse Bank ligt gaan de beleggers hun portefeuilles afbouwen totdat meer reële waarden zijn bereikt. Hugo Priemus bepleitte afgelopen zaterdag in de Volkskrant zelfs een bouwstop voor kantoren en bedrijfsgebouwen. Alleen zo ontstaan mogelijkheden voor hergebruik van leegstaande panden voor starterwoningen of voor publieke voorzieningen zoals scholen en buitenschoolse opvang. En voor de renovatie van die kantoren die wel verhuurkansen hebben.
Het is natuurlijk wrang dat de instellingen die het meeste hebben verdiend aan deze speculatie (de banken), nu buiten schot blijven, terwijl de pensioenfondsen en in laatste instantie de overheid (wij dus) de klappen moeten opvangen. Er is alle reden toe dit beter te reguleren.
De vraag alleen is wie dat moet gaan doen en of het voldoende is. Er zijn geen instituties meer die dergelijke vragen kunnen oplossen, stelt Zygmunt Bauman, eveneens in de Volkskrant van 4 februari. Daarvoor is de politieke besluitvorming te afhankelijk geworden van de financiële markten, het kapitaalverkeer en de investeringen.
Het wordt dus nooit meer zoals het is geweest. Dit maakt de noodzaak des te groter onderzoek te doen naar veranderingen in de gebouwde omgeving en hoe die het ontwerp beïnvloeden.
Alleen zo kunnen we ons instellen op de grote verschuiving die de komende jaren gaat optreden, in de richting van de stad en weg van de voorsteden en de verder weggelegen randgemeenten.
Reacties
- pepijn verpaalen | 14/02/2012, 21:04
- Recent hebben wij (http://www.urbanos.nl) en de Hogeschool van Amsterdam de leegstand onderzocht door alleen te praten met de financiers, beleggers, ontwikkelaars, corporaties, makelaars, etc. Verfrissend om na alle ruimtelijke visies hun zijde van het vergaal te horen. Via de volgende link tref je het discussiedocument aan dat is gemaakt ter voorbereiding op de Ronde tafel: http://www.carem.hva.nl/wp-content/uploads/2011/10/leegstandshortpaper1.pdf
- Jurgen Hoogendoorn | 10/02/2012, 12:32
- Mooi gedegen artikel en hopelijk goede discussie (oplossingen ipv blamen)
Dezelfde discussie (maar dan weer net ff anders) vindt ook plaats op
http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/
- Jeroen Heester | 08/02/2012, 21:38
- Beste Harm,
Correct geïnterpreteerd, deel ik je constatering dat ruimtelijke ordening de weerga van onze cultuur is, gemanifesteerd in een systeem(default.)
Van de verschijningsvorm van een ideaal (eerste driekwart 20e eeuw) , is een verschuiving opgetreden naar de verschijningsvorm van gretigheid. Een belangrijke drijfveer die ons allen beheerst. Omdat meeropbrengst voor zo min mogelijk tegenprestatie, ergens vandaan moet komen, is een luchtbel een middel om dit te bereiken, en goedgelovigheid (binnen het vakgebied) de conditie om er lang mee door te kunnen gaan.
Menselijke drang, anders dan ons wenselijke zelfbeeld, wordt door de ruimtelijke ordening tastbaar gemaakt. In ons gezicht geduwd nu de luchtbel betrapt is. Ons spiegelbeeld maken we zelf en we noemen het ruimtelijke ordening. Zoals haar falen nu ook in de kantorenmarkt niet meer serieus ontkent kan worden, zo dienen wij ons zelfbeeld te her-ijken en de kern van ons vakgebied te herbezien.
Het begint met loslaten van de huidige obesitas werkwijze, waarvan onze vakgebieden fungeren als bestek. Het onderkennen hiervan is een vertrekpunt. En inderdaad, deze onderkenning leidt tot de vraag naar meer regulering, want de honger is nooit te stillen.
Het is immers onze aard.
Een en ander vanuit de emotie toegelicht in tekst, collage en gedicht in de katern ‘forum’ op dit webmagazine.
Hoogachtend,
Jeroen Heester

