Toekomst van architectuur
André Kempe van Atelier Kempe Thill. Foto Ronald Tilleman/DAPh.
Afgelopen week modereerde ik op de beurs GEVEL2012 in Rotterdam de drie edities van het door onze redactie samengestelde evenement Meet de Architect. Deze middagen stonden in het teken van gevelontwerp en hoe dat samenhangt met het totale architectonische ontwerp.
Nu op het gebied van duurzaamheid nadere eisen aan het bouwen worden gesteld, verandert het gevelontwerp. De gevel wordt een complexere component, als intermediair tussen binnen en buiten. Voor een architectenbureau als Atelier Kempe Thill is een gevel bijvoorbeeld uitdrukking van de structuur van een gebouw. Terwijl een bureau als Onix Architecten juist uitgaat van de context en de gevel een zekere charme wil meegeven.
Haiko Meijer van Onix Architecten. Foto Get in the Picture, Hans de
Vries
Wat bleek tijdens onze bijeenkomsten? Een architect moet behalve die van ontwerper, ook een groot aantal andere rollen vervullen. Om dit waar te maken zal een architect zijn coördinerende rol moeten terug veroveren, zeiden zowel Ronald Schleurholts (cepezed) als Jean Marc Saurer (HvdN + Studioninedots).
In de huidige krimpende markt is het van belang dat een architect zijn
toegevoegde waarde aantoont en bewijst. Een architect moet in staat zijn
specialisten op het puntje van hun stoel kunnen krijgen, aldus
Rudy Uytenhaak. Hij moet
daarvoor kunnen integreren, oplossingen kunnen bedenken en systemen op elkaar
kunnen afstemmen. Ook een architect als
Nanne de Ru
profileert zich op deze wijze. Hij werkt als consultant en als
productontwerper, maar ontwikkelt als ondernemer ook op eigen risico projecten.
Nanne
de Ru van Powerhouse Company.
Duidelijk werd, dat binnen dit perspectief een architect nadrukkelijker moet nadenken over het bouwen en hoe je dingen in elkaar zet. Voor een deel dient hij dat te doen in samenwerking met leveranciers. Onze vakredacteuren lieten daar op de bijeenkomsten trouwens knappe staaltjes van zien. Productontwikkeling is een belangrijk middel om tot betere gebouwen met meer kwaliteit te komen. Jean Marc Saurer van HVDN is daar bijvoorbeeld het grootste deel van zijn tijd mee bezig. En in de praktijk van cepezed wordt ieder project doorontwikkeld op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in vorige projecten. Overigens lijkt hier voor de universiteiten ook een schone taak te liggen: die van de verdere ontwikkeling van de bouwwetenschappen.
Tot slot doemt een heus dilemma op. Om aan eisen van duurzaamheid te voldoen moeten gebouwen als bouwpakketten worden samengesteld. Willen ze gerecycled of geupcycled te kunnen worden, dan dienen ze immers na gebruik uit elkaar te kunnen worden gehaald. Deze eis lijkt op gespannen voet te staan met de wens om geïntegreerde producten te maken. Deze zijn immers op het werk gemakkelijker in elkaar te zetten. Bovendien kan de architectonische kwaliteit beter in de hand worden gehouden. De voordelen van integrale projecten liggen in het proces van het maken besloten. Met geïntegreerde producten kun je onder betere omstandigheden werken, en minder afval maken. Maar hoe verenig je dit laatste nu met de wens tot duurzaamheid?
Reacties
- kees van der hoeven | 30/01/2012, 15:02
- waarde harm,
wederom een interessant blog...
je dilemma beschrijft misschien wel het actuele dilemma van een tijdschrift als 'de architect'
moet 'de architect' nu gaan over de protagonisten of over de producten? jouw blog gaat over beide en onder de titel 'de toekomst van de architectuur'
dat laatste onderwerp, de architectuur lijk je nu juist niet te bespreken... je bespreekt vooral de architecten zelf; maar dat past misschien ook beter bij de naam van jullie tijdschrift.
met gewaardeerde groet, /kees van der hoeven.

