Platform voor vakkennis en inspiratie
09-08-2010|Harm Tilman| 4

Verdichten meer dan ooit nodig

Woningen van MVRDV in Ypenburg, Den Haag

Het advies Prachtig Compact Nederland heeft de tongen in beweging gebracht. De kritiek dat we in Nederland niet echt stedelijk en niet echt landelijk bouwen, maar een soort gemiddelde in de vorm van de Vinex, lijkt nu ook tot de bestuurlijke bovenlaag te zijn doorgedrongen.

 

 

 

De voordelen van echt stedelijk bouwen en echt landelijk bouwen zijn evident. Het draagvlak onder voorzieningen en openbaar vervoer wordt versterkt, de versnippering en verrommeling worden tegengegaan en de stedelijke energiehuishouding komt op orde. Bovendien staat door de financiële crisis het oude ontwikkelmodel ter discussie. Dit is immers in belangrijke mate de veroorzaker van deze crisis.

Over compact bouwen en verdichten is naar aanleiding van het advies een flinke discussie ontstaan. De laatste bijdrage komt van hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft Friso de Zeeuw. De Zeeuw neemt in het tijdschrift van Architectuur Lokaal ten opzichte van verdichting een welwillende houding aan, maar formuleert vervolgens drie forse kritiekpunten. “De leus prachtig compact is volstrekt hol, als de onrendabele toppen ongedicht blijven, het procedurele oerwoud voortwoekert en de voorkeur van mensen niet meer dan bijzaak is”, aldus De Zeeuw. Van verdichting komt zo nooit iets terecht. Van ontwikkelaars hoeven we in ieder geval niets te verwachten.

Verandawoningen in Almere door Onix. Foto Jeroen Musch. Gepubliceerd in de Architect, november 2006

Over verdichting wordt in Nederland al ruim dertig jaar gepraat, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Ondanks alle retoriek is de dichtheid in de Nederlandse steden flink gedaald, terwijl de bevolking in omvang verder toeneemt. De bevolking is sinds de jaren zestig de kernsteden gaan verlaten, gevolgd door bedrijvigheid en voorzieningen. De suburbanisering van Nederland heeft gigantisch om zich heen gegrepen, niet alleen in het stedelijke gebied, maar ook in de afgelegen randgebieden.

Het model van compacte steden met omliggende voorsteden lijkt daarmee niet meer haalbaar. Beide maken tegenwoordig deel uit van megaregio’s. Zowel de stedelijke ruimte als de suburbane gebieden dienen verstandiger en slimmer te worden benut. Het doel daarbij zou moeten zijn comfortabele, betaalbare leefruimte voor meer mensen te creëren, en tegelijkertijd te voorzien in een grotere leefbaarheid. Dit vraagt om meer liberale regelgeving, om meer woonbestemmingen in de stad en meer gemengd programma in de Vinexwijken, om investeringen in openbaar vervoer en om gebruikersheffingen voor autoverkeer.

De tegenstanders van compact bouwen wijzen er voortdurend op, dat mensen niet in de stad willen wonen. Maar je kunt dit argument ook omdraaien en je afvragen waarom mensen die wel in de stad willen wonen, dat in de huidige context niet kunnen. Niet iedereen wil in de stad wonen, maar ook niet iedereen in een Vinexwijk.

Meer Vinexwijken bouwen is geen optie. De tijd dat iedere woning blind kon worden verkocht, ligt ver achter ons. Het is een illusie te denken dat de goede oude tijden van de Vinex zullen terugkeren. Evenmin is het wenselijk. Economisch herstel lijkt uitgesloten als we doorgaan met verdere stedelijke expansie, waarbij meer en meer land wordt opgeslokt door meer en meer woningbouw. Dit mechanisme heeft immers in de eerste plaats de economische crisis veroorzaakt.

De opgave is daarmee de uitbouw van vervoersnetwerken en het effectiever gebruiken van de al ontwikkelde ruimte. Als mensen dichter bij hun werk willen wonen, moet dat kunnen. Ze moeten niet zijn veroordeeld tot de volgende Vinexwijk. Het verkeer in de Randstad staat vrijwel stil. Wil de economie weer gaan draaien, dan zal de beweging van goederen, mensen en ideeën moeten worden losgemaakt.

Scherf 13 door SeARCH in Leidsche Rijn. Foto Iwan Baan. Gepubliceerd in de Architect, november 2006

Reacties

  • andre | 18/09/2010, 23:00
  • Het artikel heeft het over de noodzaak tot verdichting.

    Mij lijkt dat helemaal niks.
    Echt bedacht door iemand die niet (met kinderen) in een oude binnenstad gewoond heeft of daar niets te zoeken heeft.

    Ik woonde tot voor kort in haagse binnenstadswijk met 4000 inwoners en plm 1500 auto's.
    Tot plm 1950 was de oppervlakte die deze auto's innemen stel 5meter lang X 3 breed X 1500 (dan is dit is een stuk van 200 bij 100 meter).
    Dat is een aardig blok huizen in een wijk die 2 bij 1 km is......

    Dat was vroeger dus gewoon speelruimte !! Verder heb ikzelf hoogtevrees, dus hoger dan 2 hoog krijg ik het op zo'n kippehokbalkon al benauwd. Je kunt best vernieuwen in oude stadsijken, maar verdichten lijkt mij een slecht idee.
    De leefkwaliteit wordt alleen maar beter als minder mensen op elkaars lip zitten.

    En dan hebben we het nog niet eens over de tientallen verschillende culturen met hun specifieke wooneisen etc ...
    Sociale samenhang is zooooo belangrijk, dat bereik je alleen maar in een kleine stabiele kring.

    Verdichten leidt alleen maar tot een duiventil.
  • Elmer Rietveld | 17/08/2010, 17:47
  • De huidige troebele praktijk van grondposities en grondprijzen stimuleert gemeenten, PO's en aannemers (de enige echte shareholders) niet tot vernieuwing. Gelukkig houdt de crisis verder onevenredig winstmaken even tegen. Maatschappelijke kosten en baten t.a.v. landschap worden niet eerlijk verdeeld. Bewoners moeten een eerlijke prijs gaan betalen voor hun tuin. (tegels, beschutting) Kijken of ze dan nog zo'n hekel hebben aan de "stad".

    Sociaal cultureel blijft het denk ik een gegeven dat Nederlanders individualistische boeren zijn die graag op zichzelf wonen met alleen OSM om zich heen. Ik vraag me af of we genoeg stedelingen in NL hebben om innovatieve ontwerpen voor meerlaags stedelijk wonen (met kwalitatieve buitenruimte 20-30m2) rendabel te maken.
  • Joost van den Donk | 17/08/2010, 16:52
  • Volgens mij is het zo dat wie diversiteit nastreeft, nooit uit het bouwen van het gemiddelde kan wegblijven. De meeste woningen die gebouwd worden zullen altijd een gemiddelde 'Vinex-klant' bedienen, wat overigens niet wil zeggen dat er geen andere klanten zijn dan de 'klanten van Ikea'. Zelfs de mooiste woningen in Drenthe hebben goed bekeken een soort eenzijdig 'boerderette' imago. Tussen 'Leenbakker/Hema' en 'het Arsenaal' zit een breed perspectief aan mogelijkheden. En zelfs de collecties van winkels en winkelketens blijken onderhevig aan de tanden van de tijd. Ik verdedig dus graag eerst de stelling: 'Wonen is mode, het verandert en is tijdgebonden'.

    Veel mensen beschouwen hun leven, hun werk en hun woning als een enigszins saai, noodzakelijk goed. Je moet er altijd iets aan doen om het leuk/eigen te maken. De ophef die de planoloog of architect daarover van buitenaf, en soms vanuit iets wat lijkt op een ivoren toren, maakt is te classificeren als niche-marketing (breng je eigen goed 'boerderette/bungalow/kasteel' aan de vrije klant) of overheersing/monopolie (bepaal wat goed genoeg en Vinex is voor alle klanten) of maatwerk (beschouw je klant als je gelijke en ga een soort particulier opdrachtgeverschap of een één-op-één bouw/maakovereenkomst aan).

    Wie het heeft over 'land opslokken', zou voor zichzelf eerst eens vast moeten stellen van wie dat land is, waarvoor het land kan dienen en wie daarmee gebaat is. In gedachten eisen sommigen de hele wereld op en laten weinig voor het wonen van 'de massa' of 'de anderen' over. Het is soms net of de locatie van werknemers ondergeschikt is aan de locatie van bedrijven. De vrije natuur en vrije tijd wordt voor en door enkelen beschermd en ontoegankelijk verklaard, tenzij je de entreeprijs (de villa of het landgoed) van het Groene of het Blauwe hart kan betalen. Veel VINEX gebieden zijn misschien lelijk in de ogen van planologen en architecten, maar de woonconsument geeft daarover, gezien de beperkte leegstand, toch een geheel eigen oordeel. Het is voor iedereen tenslotte toch Oost West, Thuis Best, lijkt het.

    Het is naar mijn idee op zijn minst gezegd vreemd of juist niet vreemd, dat de meest ondernemende mensen inmiddels in die VINEX gebieden blijken te wonen. Kennelijk zien zij de kansen in plaats van de bedreigingen. Het zijn de positivos die er wonen, niet de criticasters, want die blijven veilig in de grachtengordel of binnen de muren van hun kasteel. Kritiek is gemakkelijk uit de luie stoel. Een wijnglas (VINEXwijk) dat half vol is, is immers altijd half leeg als je het beschrijft. Het is de vrijheid van de verhalenverteller of hij de ondernemend positieve, de bestuurlijk neutrale of de veilig negatieve insteek kiest.

    Werken, wonen en recreëren bij elkaar brengen kan in theorie op iedere vierkante meter in Nederland gebeuren. Sommige vierkante meters daartussen blijken door historie en wensen bepaald voor de mens(heid) een bepaalde meerwaarde te vertegenwoordigen. En die meerwaarde (sociaal, economisch of ecologisch) of toegevoegde waarde bepaalt wat je van de mens(heid) in een democratie met dat land kan en mag doen. Een 'Blauwe Stad' bedenken kan iedereen, een 'Blauwe Stad' waar maken is twee en er een succes van maken blijkt dan ook nog drie. Als ik meer kijk naar de aantallen inwoners die er voor kiezen en er willen wonen, dan zou je net zo goed het werk kunnen verplaatsen als de woningen. Het lijkt me gewoonweg wat eenvoudiger dan andersom. Als ik dit zeg slaat de angst de grote steden wellicht om het hart, maar allah, je moet het wel kunnen zeggen. Het gaat de stad niet om de inkomsten, het gaat om de stad om de mensen die er wonen, werken en recreëren.

    Ik vraag me dan ook zeer af wat ondernemers met hun (grote) bedrijf beweegt om tussen die overvolle wegen in die overvolle steden te blijven. Zou het soms te lucratief zijn? Is het te eenvoudig om je hand op te houden bij de overheid voor goedkopere grond, nog meer landingsbanen, nog meer Maasvlakte en havengebied, kennis innovatie, investeringen in wegen en woningen in die overvolle gebieden? Is de overheid soms wat onhandig als het gaat het stimuleren van bedrijven om te komen, terwijl ze op voorhand weten dat er eigenlijk geen woningen voor de werknemers zullen zijn? Als een deel van de werkelijkheid maakbaar is en een ander deel niet, wat is er dan aan de hand? De vraag wordt dan: Of wonen, werken en recreëren in één gebied een kwestie van geloof en lotsbestemming is? Want dan ben ik daar snel klaar mee en heb je daar met technologie, bestuur of wetenschap weinig te maken, te sturen of te verklaren.

    Mijn overtuiging/visie is goed te blijven kijken naar wat (nieuwe) burgers en ondernemers in je stad zelf doen en willen. Dus huur een goede trendwatcher in, naast je reclamemaker en je prediker. Zoek de onevenwichtigheden in sociaal, ecologisch en/of economisch opzicht. Probeer daarna met ondersteunende techniek en onderzoek en met coachend en democratisch bestuur een maatwerk oplossing voor de onevenwichtigheden in je stad te zoeken. Besturen wordt dan logisch meebewegen met de krimp en/of de groei van de bevolking en haar nukken en wensen. Als je de ondernemers en de burgers van je stad zoveel mogelijk de ruimte en de kennis geeft om tussen nukken en wensen zelf te kiezen of te delen, dan pas kun je en zul je versteld staan van hun creativiteit en onverwachte resultaat.
  • Roland | 17/08/2010, 15:04
  • [Economisch herstel lijkt uitgesloten als we doorgaan met verdere stedelijke expansie, waarbij meer en meer land wordt opgeslokt door meer en meer woningbouw. Dit mechanisme heeft immers in de eerste plaats de economische crisis veroorzaakt.]

    Het "immers" in de tweede zin suggereert dat de "stedelijke expansie" en het "land opslokken" de economische crisis hebben veroorzaakt.

    Wellicht zijn wat tussenstappen in deze redenering weggevallen, want zoals het er nu staat hebben we hier een revolutionaire verklaring voor de economische crisis!

Reageer op dit artikel