de Architect Platform voor vakkennis en inspiratie (beta)

08-02-2010 | Harm Tilman

Amsterdamse Zuidas verliest momentum

Mahler 4 aan de Zuidas door UNStudio

Mahler 4 aan de Zuidas door UNStudio

Begin dit jaar trok de gemeente Amsterdam opnieuw het idee van de Zuidas uit de kast. in het nieuwe voorstel draait de overheid voor alle kosten op. Maar waarom dit soort megalomane plannen als de gemeente niet eens bestaande plannen in de stad weet te realiseren? Afgelopen week gooide Ann Demeester van De Appel tijdens de S7Summit de knuppel in het hoenderhok.

 

Afgelopen week wees Amsterdam alvast twee plekken aan waar in 2028 de Olympische Spelen zouden kunnen plaatsvinden. De keuze is tussen het havengebied binnen de ring en de Zuidas. In dat laatste geval zal het Olympisch Stadion worden hergebruikt, terwijl in de RAI een zwemstadion wordt gerealiseerd.

De Zuidas is de strook grond aan weerszijden van het spoor en de autosnelweg A10. In de jaren tachtig werd bepaald dat hier Amsterdams grootste zakencentrum zou verrijzen, als tegenhanger van het havengebied dat zou worden ontwikkeld als woongebied. Tot op de dag van vandaag is Amsterdam de droom van de Zuidas onversaagd blijven najagen.

Vorig jaar leek aan deze droom een even abrupt als naar einde te komen. Kern van de plannen van de Zuidas was dat de A10 en de trein- en metrosporen onder de grond zouden worden gebracht. Het geld daarvoor zou worden opgebracht door de private partijen (de banken derhalve). In ruil daarvoor zouden deze partijen dan kunnen investeren en bouwen in dit vastgoedwalhalla.

De kredietcrisis en de vastgoedfraude gooiden roet in het eten. Keer op keer moest de veiling van de ontwikkeling worden uitgesteld. Pogingen de Zuidas vlot te trekken liepen spaak. Vorig jaar leek de Zuidas definitief niet meer door te gaan. De kans dat de overheid de investering zou kunnen opbrengen werd nihil geacht. Zij moet immers niet alleen enorm bezuinigen, maar zit ook opgezadeld met de zich opstapelende kosten van de noord-zuidlijn.

Groot was dan ook de verbazing, toen het kabinet begin dit jaar alsnog besloot tot de aanleg van een ondergrondse snelweg en spoorlijn. Hiervoor is het oorspronkelijke dokmodel opnieuw uit de kast getrokken. Wel zal de aanleg nu gefaseerd plaatsvinden en worden weg en spoor niet meer op, maar naast elkaar gelegd. De totale kosten worden inmiddels niet meer op 4 miljard geschat, maar op 1,5 à 2 miljard. De overheid wil de financiering hiervan volledig voor zijn rekening nemen.

Ook de plannen om op de Zuidas een museum of een kunsthal te vestigen zijn weer terug van weggeweest.

Maar waarom voor de Zuidas megalomane plannen maken, als het stadsbestuur nog niet eens in staat is bestaande plannen in de stad te realiseren? Dat vroeg Ann Demeester, directeur van de Appel zich afgelopen week ook af. In opdracht van de wethouder van cultuur onderzocht Demeester de culturele ambities van Amsterdam. In haar advies telt zij liefst negentien fata morgana’s: culturele projecten die wel zijn gelanceerd maar nooit zijn afgemaakt. Daaronder bevinden zich De Appel, maar ook de almaar langer durende verbouwingen van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum.

Rijksmuseum Amsterdam

Minstens zo belangrijk zijn de pittige stellingen die Demeester op grond van haar onderzoek formuleerde en tijdens de S7Summit in Amsterdam presenteerde. In een daarvan stelt ze voor dat de stad zich moet richten op de programmering van de bestaande centra en niet op het bouwen van weer additionele iconische architectuur. Amsterdam heeft immers voldoende culturele trekpleisters en kan zich beter richten op het versterken van het bestaande aanbod, aldus Demeester.

De reacties op advies en stellingen waren furieus. Maar Demeester voelt de veranderingen in de stad beter aan dan haar criticasters. De afstand tussen ambities en realiteit is de afgelopen tijd sterk gegroeid. De gedroomde projecten laten zich niet meer terugverdienen; de realisering ervan komt steeds verder weg te liggen. Het zou voor de hand liggen, als de gemeente haar prioriteiten verschuift en de Zuidas niet langer beschouwt als brandpunt van stedelijke ontwikkeling.

Reacties

  • Evelien Eshuis en Tako Postma | 17/02/2010, 01:19
  • Amsterdam is een leuke, inspirerende en bij tijden chaotische stad, die daardoor wellicht moeilijk te doorgronden is voor buitenstaanders en een fijne voedingsbodem voor de stedelijke hobby: klagen. Dat maakt het ook makkelijk voor critici om met ferme stellingnames te komen en te denken dat er (makkelijke) oplossingen zijn. Ann Demeester stapte in die valkuil. Kijkend naar Amsterdam signaleerde zij drie dingen: er zijn te veel landmarks en iconen, de bestuurlijke structuur verhindert groots denken en leidt tot dorpsplein politiek en er zijn teveel regels Op zich uitspraken waar een mens zich gauw in kan vinden. Maar Ann Demeester gaat de mist in als ze oorzakelijke verbanden gaat leggen. De meeste culturele gebouwen in Amsterdam zijn niet als icoon neergezet. Ze zijn met een cultureel doel neergezet en daar hoort goede architectuur bij, dat vindt de hoofdredacteur van de Architect toch ook? Het Nemo, Muziekgebouw aan het IJ, de uitbreiding van het Van Gogh en het Stedelijk, de renovatie van het Rijksmuseum, de uitbreiding van de stadsschouwburg zijn allen geinitieerd van uit de behoeften van de culturele gebruiker, en gelukkig zochten ze naar goede architecten. Dat het daarna uit de hand liep heeft meer met slechte begeleiding van bouwprocessen te maken en weinig met de bestuurlijke structuur van Amsterdam of dorpspleinpolitiek. Harm Tilman gebruikt het drijfzand van mevrouw Demeester als ondergrond voor zijn kruistocht tegen de megalomanie van Amsterdamse Zuidas. Als je zijn verhaal leest zou je denken dat het Zuidas gebied een leeg terrein is. De realiteit is dat een groot deel van de Zuidas er staat en zich ontwikkelt, crisis of geen crisis. Er valt dus weinig te stoppen. Zelfs niet als je gerealiseerde gebouwen toont met een uit verhouding gedrukte artist impression (foei toch!). Wat mw Demeester en de heer Tilman even over het hoofd zien is dat culturele gebouwen niet alleen het visitekaartje van een stad zijn die cultureel wil zijn, maar vooral bijdragen aan het woon- en leefklimaat van een buurt. De Westergasfabriek heeft de omringende stadsdelen een boost gegeven. De populariteit van het NDSMgebied overtuigde de stad van de mogelijkheid de noordelijke IJoevers te ontwikkelen. De theaters rond de Arena brengen balans in een tot dan toe zeer eenzijdig gebied. Zo moet een museum aan de Zuidas toegevoegde waarde brengen in een gebied dat best een risico loopt om steriel te worden. Een museum dat ook nog eens zonder publiek geld gerealiseerd wordt. Dus al met al: Welk momentum is nu eigenlijk voorbij? Dat van de vermaledijde as, of dat van de goedkope kritiek? Overigens verdienen de signalen van mw Demeester een betere analyse en serieuzere uitwerking. Er is een groot aantal culturele instellingen in de stad met problemen, maar het helpt niet echt om de commerciele tegenhanger daarvan de prut in te praten. Wat wel helpt is de contrasten in de stedelijke cultuur te zoeken en de kansen te benutten om de positieve resultaten van het een te gebruiken voor de tekorten van het ander.

  • Christoph Grafe | 15/02/2010, 13:50
  • Zo'n mooie droom was de Zuidas ook weer niet, en Amsterdam is niet minder compleet zonder haar. Misschien dat de denk-pauze zeer nuttig kan zijn, terwijl de andere projecten eindelijk afgemaakt worden.
  • Thomas Wensing | 15/02/2010, 13:37
  • Er is natuurlijk wel het een en ander dat je over de Zuidas en andere ambitieuze plannen kan zeggen.

    Alhoewel ik geneigd ben Ann Demeester gelijk te geven, denk ik dat er toch in de gaten moet worden gehouden dat zoiets als de Zuidas zichzelf alleen terugverdient gemeten in een periode van tientallen jaren en niet in een tijdspanne van enkele jaren. Het is achteraf gezien (dat wil zeggen nu het risicovolle gedrag van de banken is afgestraft), natuurlijk makkelijk om te zeggen dat de hele zuidas zonde van het geld was. Verder denk ik dat de zuid-as, ten opzichte van Canary Wharf in Londen (dat herhaaldelijk failliet is gegaan en de staat miljarden heeft gekost), relatief voorbeeldig is.

    Wat betreft het Stedelijk en het Rijks denk ik dat het een kapitale vergissing is geweest om beide gebouwen tegelijk aan te pakken. Ik hab al jaren niet meer van de collectie kunnen genieten - kijk eens naar de rijen voor de deur van het Van Gogh en het deel van het Rijks dat wel open is! Ik denk dat in het geval van de musea het euvel niet is geweest dat er een te veel aan visie was, maar juist te weinig. De verbouwingsplannen voor het Stedelijk gaan terug tot de vroege jaren 90!! Venturi, Koolhaas, Quist, Weeber. Ongelooflijk. Waarom is er nooit gezegd, weet je wat, we maken een tempel voor moderne kunst aan de Zuid-as. Op die manier zouden er enkele problemen tegelijk zijn opgelost:

    1. De te grote belasting met bezoekers en toeristen voor A'dam Zuid zou worden gereduceerd.

    2. Komen we eindelijk eens af van die middelmatige 19e eeuwse neo-renaissance rotzooi die door moet gaan voor ons nationale moderne kunst museum. Maak er een bibliotheek / archief van en houd er leuke alternatieve tentoonstellingen.

    3. Voor het functioneren van een nieuwe wijk is mono-functionaliteit een doodzonde. Lees Jane Jacobs er maar op na. Waarom is de Zuid-as een voorbeeldige modernistische redux?

    4. Heeft al die dure tram en metro infrastructuur rond de stad (incl. Noord-Zuidlijn) ook eens wat meer bestaansrecht.

    Voor nu echter - Ann - je hebt gelijk, Amsterdam maak eens wat af!

Reageer op dit artikel