blog

Wel licht, maar helaas geen gebouw

Architectuurproducten

Het begon zo goed, het Velux daglichtsymposium, vorige week in Lausanne. Een van de eerste sprekers was Russel Foster, een vooraanstaande Britse wetenschapper die heeft ontdekt dat we licht niet alleen waarnemen met de ‘rods and cons’ in onze oogballen, maar ook met de ‘retinal ganglion cells’. Dat die laatste het blauwe licht opvangen dat zich met name ’s morgens voor tienen in het spectrum bevindt en dat ze daarmee een cruciale rol spelen bij het herijken van ons bioritme: iets wat dagelijks moet gebeuren, omdat we van nature wat traag zijn en achter dreigen te raken bij het draaien van de aarde. En dat het dus het beste is om elke ochtend een ‘douche van blauw licht’ te nemen, bijna als onderdeel van de dagelijkse hygiëne.

Wel licht, maar helaas geen gebouw

 
Rods, cons and ganglion cells

Deze boodschap past precies in het straatje van het grootste deel van de aanwezigen: daglicht-freaks die zich in de pauzes niet naar de koffie spoedden, zoals congresgangers betaamt, maar drommen dik buiten gingen staan om zich te laven aan de stralen van het onderwerp van hun studie.
Het Rolex Learning Centre van onderen, op een rustig moment

Nou vond het symposium plaats in het Rolex Learning Centre: het prijswinnende betonnen heuvellandschap door SANAA, dat ook wel uitnodigt om eens een rondje te lopen. Eerlijk gezegd vond ik het een klein wonder dat er niemand spijbelde, om het rondje uit te breiden met wat bergen. Want hoewel het Learning Centre een bewonderenswaardige lichtinval heeft (overdag kan het kunstlicht uit. En dat in een gebouw met een voetafdruk van ruim 20.ooo m2), moest in onze zaal een deel van de gordijnen dicht, om de beamer een kans te geven.
Zicht op de kant zonder gordijnen

Anyway, men spijbelde niet en hoewel de architecten vonden dat er wel wat veel sheets met cijfertjes passeerden, terwijl de onderzoekers zich minder konden vinden in het wat tv-dominee-achtige optreden van de architect Will Bruder (VS), was men over het algemeen aardig in zijn nopjes met het afwisselende programma.

 
Will Bruder

Tot Peter Raynham ten tonele verscheen.
Peter Raynham  veroorzaakte een ommekeer in een tot dan toe uitermate aangename bijeenkomst, zette de boel op scherp, en men bleef nog lang onrustig.
Peter Raynham zit namelijk in een Europees comité dat bezig is vast te leggen hoeveel daglicht er in gebouwen binnen moet treden.

En hoewel Peter Raynham een aimabele man is, gezegend met een fikse dosis zelfrelativerend vermogen*, maakte hij wel duidelijk dat die norm er echt komt. Voor heel Europa. En dat hij waarschijnlijk streng wordt, want hij wordt opgesteld door 22 mensen die medeverantwoordelijk zijn voor de standaarden die nu gelden in tien Europese landen. Die mensen weten van doorzetten en ze sleutelen aan een gemiddelde.

 

Ze beschouwen normen namelijk als onvermijdelijk. Net als Peter Raynham zelf, die op de angstige vraag uit de zaal: “Hebben jullie wel eens gekeken wat er gebeurt als je de beste gebouwen ter wereld langs de meetlat van jullie normen legt?” doodgemoedereerd antwoordde: “De beste gebouwen ter wereld? Nee, die hadden volgens onze normen nooit gebouwd mogen worden”.

* Quote: ‘Ik zou jullie allemaal willen verzoeken om tzt écht commentaar te leveren op de norm, want dan kan het tenminste iets worden. Als niemand reageert, wordt het een norm zoals de meeste normen die zijn vastgesteld door een comité: eerder een hindernis dan een hulp. Maar als alle mensen in het veld zich ermee bemoeien, dan kan het een norm worden waar je iets aan hebt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels