blog

De Woonbeurs: het genot van goeie styling

Architectuurproducten

Een van de laatste taboes in mijn vriendenkring: een bezoek aan de Woonbeurs. Deze beurs, die ieder jaar plaats vindt in de Amsterdam RAI, is het toppunt van truttig- en burgerlijkheid onder hippe dertigers. Zo luidde de statusupdate van een van mijn Facebook-vrienden: ‘Op naar de Woonbeurs… Give me strength’.

De Woonbeurs: het genot van goeie styling

 

 

 

Daarop ontving ze 9 reacties, variërend van ‘Jij naar de Woonbeurs? Ha wat een grap’ en ‘OMG, je begint nu echt burgertrekjes te krijgen’.

En ja, ik kan het beamen, op de Woonbeurs wemelt het ieder jaar van de gezinnetjes met Bugaboos die sfeerhaarden en Luxaflex bekijken. Op de stands van Loods 5, Leenbakker, Het Arsenaal en Mandemakers Keukens verdringen vrouwen zich voor de kussens, kandelaars en gekleurde rieten opbergmanden. Ook bij de kleine presentaties van ontwerpers die kekke leren tasjes, vilten of porseleinen sieraden en zelfgemaakte riemen verkopen, is het druk en wordt zonder aarzelen de portomonnee getrokken. De Woonbeurs is dan ook het domein van de Sanoma-woonbladen VT Wonen, Eigen Huis & Interieur, 101 Woonideeën, Seasons en Home & Garden en hun collega’s, voor vooral vrouwelijke consumenten belangrijke inspiratiebronnen voor het inrichten van hun huizen.

  

 VT Wonen-paviljoen: urban bohemian industrial-sfeer

Urban bohemian

Ieder jaar ga ik met de nodige reserves naar deze beurs toe en kom aangenaam verrast weer terug. De woonbladen weten de instrumenten van styling en presentatie zo te hanteren, dat thema’s en ontwikkelingen waar (interieur)architecten en ontwerpers mee bezig zijn, voor een groot publiek toegankelijk worden.
Zo is hergebruik gestimuleerd in het 101 Klusideeën Kafé, waar stylistes laten zien hoe ze meubels van de kringloop pimpen. In het VT Wonen-paviljoen domineert tweedehands meubilair, dat gecombineerd met kleuren en industriële accessoires, een verrassende urban bohemian-sfeer oproept. Geïntrigeerd loop ik rond in de woonkamer vol kussens en mediterrane elementen, die heel hippie-achtig en allesbehalve truttig overkomt.
Mysterieus, spannend en ietwat dreigend is het voorbeeldhuis van Eigen Huis Interieur, dat door Paul Linse is gestyled als een slick grootstedelijk penthouse, met glazen wastafels en een zitkuil. Dit interieur is gebaseerd op het penthouse dat Linse ontwierp voor de Nederlandse speelfilm Loft, waarin vijf mannen hun minnaressen ontvangen en waarin iets gruwelijk misgaat.

Design dichterbij
Een feest van herkenning is de beursexpositie Via Milano, met Dutch Design dat op de Salone del Mobile is getoond. Ik heb het allang gezien in Milaan, maar toch staan er altijd ontwerpen tussen die aan mijn oog zijn ontsnapt. Zoals wat objecten van Piet Hein Eek en een kledinglijn van de Eindhovense ontwerper Maarten Baptist. Hij ontwierp een jas, trui, broek en onderbroek voor zichzelf, naar zijn eigen smaak en voor zijn eigen maat. Maar onder het motto ‘Wie de trui past trekke hem aan’, zijn deze kleren te koop. Pas je in Maartens jas, dan heb je geluk.

  

Scholten Baijings, het Amsterdamse designduo dat dit jaar de Woonbeurspin won, presenteerde recent werk op een heldere, toegankelijke manier. Bezoekers konden meteen tot aankoop overgaan, wat ze ook gretig deden volgens Carole Baijings. De bijzettafeltjes die zij en Stefan Scholten ontwierpen voor het Japanse merk Karimoku New Standard, liepen als een trein. ‘We kunnen nu een container uit Japan laten komen’, glunderde Carole.

  

Aankleding

De styling blijft niet alleen beperkt tot de eigen paviljoens. De restaurants in het beurscomplex zijn eveneens bijzonder aangekleed: dit jaar presenteert kunstenaar Couzijn van Leeuwen zijn intrigerende kartonnen kunstwerken in het Paper Café en in het Pincafé maakt het grote publiek kennis met het werk van Droog Design. Sierlijke lampen van Paula Arntzen, van fijn bewerkt brons gecoat plastic, hangen in het Woontheater. Hebberigheid maakt zich van mij meester bij het zien van de retro-jurken die de hostesses dragen, speciaal ontworpen door House of Dots.

  

Pulp van Jo Meesters

Kortom: op de Woonbeurs is het genieten van goeie styling. Je ziet hoe het kan worden ingezet om design dichter bij een groot publiek te brengen. De sfeerhaarden en Luxaflex ten spijt, dwingt de Woonbeurs met deze aanpak toch respect af. Daar kunnen de bouwbeurzen een puntje aan zuigen en zelfs de designbeurzen in Keulen en Londen. En ook mijn Facebook-vriendin moest beamen: ‘Stiekem toch best wel inspirerend. Lekker puh.’

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels