nieuws

Het blijft worstelen met het Central District Rotterdam

Architectuur

Het is een dilemma voor een ambitieus stadsbestuur: moet je de controle over een gebiedsontwikkeling een beetje vrijlaten om creatieve geesten de ruimte te geven, of voer je een strakke regie om verloedering te stoppen? Ook de gemeente Rotterdam is er nog niet helemaal uit, zo blijkt op de miniconferentie over het Central District tijdens het Transformatieplein.

Het blijft worstelen met het Central District Rotterdam

“Noem je dit nou een stationsgebied of een stadsdistrict met station?” vraagt debatleider Harm Tilman aan projectmanager Jan van der Ree van de gemeente Rotterdam. Het Central District is grofweg het gebied aan oost- en westzijde van het centraal station, en begrenst door het spoor aan de noordkant en het Weena, een grote doorgaande weg, aan de zuidkant.

De vraag van Tilman is een beetje plagerig. De gemeente hanteert iedere paar jaar weer een nieuwe naam voor het gebied. Tot voor kort heette het nog Central Business District, maar het business is inmiddels uit de naam geschrapt. Dat heeft een reden: de gemeente ziet het liefst meer gemengde functies in dit deel van de stad.

Door het nieuwe centraal station en het opknappen van het Groothandelsgebouw heeft het westelijke deel van het gebied weer wat uitstraling, maar de oostkant wordt nog gekenmerkt door dicht op elkaar gebouwde kantoorpanden, donkere straten met gesloten plinten en leegstand. De ooit gehoopte concurrentie met de Amsterdamse Zuidas komt niet van de grond. Daarvoor is de kwaliteit van het vastgoed gewoon te laag.

Natuurlijke verbinding

De eerste architect die een visie op het gebied mag geven, Ron de Goeij van Conix RDBM, presenteert een lijstje van benamingen en kenmerken die al werden gebruikt voor het gebied, en laat zien dat er al tientallen rapporten over het gebied werden beschreven. Volgens De Goeij is dat nou juist het probleem.

“Er zijn maar weinig mensen die het zien, maar de noordkant van het Centraal Station is eigenlijk heel mooi. Er is een soort natuurlijke verbinding met de stad, die aan de zuidkant totaal ontbreekt. Maar om het Central District meer onderdeel uit te laten maken van de stad, moet je die verbinding voor wandelaars en fietsers ook maken. Dat is moeilijk, want het Weena als autoroute snijdt het gebied af van de rest van de stad. Mijn pleidooi zou zijn om een voedingsbodem te creëren voor het gebied: maak de plinten van de gebouwen open en maak het Weena autovrij of haal het helemaal weg. Dat kan best. Laat het daarna los en zie wat er gebeurt.”

Ontmoeting en identiteit

Maar Irma van Oort van KCAP Architects zoekt de oplossing juist in tegenovergestelde richting. “Dit is een stationsgebied, dus het station is het centrale punt van het Central District. En bij een station willen mensen elkaar ontmoeten, daar willen ze werken en evenementen bijwonen.” Volgens Van Oort moet de gemeente niet loslaten maar juist een heel duidelijke visie op het gebied ontwikkelen. “De gemeente moet bij tenders sturen op inhoudelijke kwaliteit en op gebiedsvisie. Het plotsgewijs ontwikkelen van dit gebied kan niet meer.”

De laatste architect, Robert Winkel van Mei, denkt dat dit de juist plek en tijd is voor de stad om zich te profileren. “Rotterdam is een heel sterk merk aan het worden, en is uniek in de aanpak van de stad en de gedurfdheid in de gebouwen. Wat je in dit gebied doet moet de identiteit van de stad versterken en omarmen. We moeten niet de fout maken om er iets generieks neer te zetten dat niet bij de stad hoort. Het is nu de tijd om hier iets moois van te maken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels