nieuws

Museum Arnhem: Kraaijvanger, krft & Kokke

Architectuur

Onlangs won Benthem Crouwel Architects de architectenselectie voor de uitbreiding en renovatie van Museum Arnhem. Er is vraag naar extra expositieruimte, een nieuwe entree, museumcafé en publieksfaciliteiten. De unieke locatie op de stuwwal en de bestaande monumentale Buitensociëteit uit 1875, maakten de opgave uitdagend en kansrijk. Vijf uiteenlopende teams werden geselecteerd voor een tweede ronde. Dit leverde interessante ontwerpen op. Deze week lichten we er elke dag een uit.

Museum Arnhem: Kraaijvanger, krft & Kokke

Tekst: Willem Wopereis 

Museum als verbinding

Kraaijvanger Architects werkte samen met het jonge bureau krft en ontwerper Ruud Jan Kokke. De samenwerking verliep zonder enige hiërarchie, en was zeer inspirerend. Het leidde tot veel discussie en conceptontwikkeling, aldus architect Dirk Jan Postel. In de visie van het team wordt een sterke verbinding gelegd tussen ‘onderlangs’ en het niveau bovenop de stuwwal. Een verbinding die een nieuwe entree vanuit de stad mogelijk maakt en zo met het museum de ruimte opzoekt. “Het museum komt bij de stad, aan de rivier.”


Beeld: Kraaijvanger, krft & Kokke  

Spil

Het Sociëteitsgebouw wordt in ere hersteld en geopend richting de straat. De centrale koepel wordt de spil van het museum. In deze entreezone ligt de museumwinkel en kan het hele museum worden overzien. Via een glazen brug door de zalen komt hier de entreeroute van onderlangs aan. Ook is er een relatie met de vleugels met café, auditorium en educatieruimte. Met het verwijderen van de later toegevoegde vleugels wordt ook de museumtuin geopend voor het publiek.

 

Expositieruimte

De hieronder gelegen museumruimte loopt tussen de vleugels richting de rand van de stuwwal. Aldaar vangt een nieuwe gevel aan bij de bestaande Rijnzaal, buigt en daalt af om de verbinding met onderlangs te vormen. De zaal is opgevat als vrije exporuimte waarover een lineaire structuur van wanden heen is gelegd. In het midden spaart een groot rond vlak de bestaande rode beuk. De expositieruimte kan worden ingedeeld als ‘open kunsthal’, ‘helder labyrint’ of ‘opgerolde gang’. Een ‘oog’ richting de Utrechtseweg geeft een hint van de ondergrondse ruimte.

 

Artpark

Waar de ingreep op stuwwalniveau slechts zichtbaar is in losse elementen, is deze vanaf de Rijn gezien sterk aanwezig in een groot gebaar dat een moderne tegenspeler van de oudbouw wordt. Verschillende vista’s openen zich zowel vanuit als van bovenop de nieuwbouw. Landschappelijk gezien maakt de dominante structuur de stuwwal zelf minder krachtig. Interessant aan de verbinding met onderlangs is de versterking van het door het team voorziene stedebouwkundige gebaar, het ‘Artpark’ dat het einde vormt van de Arnhemse cultuurallee.

 

Uit het juryrapport 

“De jury waardeert de analyse van de ontwerpers van het gebouw als sluitstuk van de Arnhemse cultuurallee of ‘creatieve corridor’. Minder overtuigd is de beoordelingscommissie van de voorgestelde ‘alzijdige zichtbaarheid en toegankelijkheid’ van Museum Arnhem. De belangrijkste aanlooproute en hoofdentree van het museum bevinden zich aan de zijde van de Utrechtseweg.Het team van Kraaijvanger veel wil in het kleine, kwetsbare gebied. De jury mist focus in de visie. Er is waardering voor het idee van een verbinding van Onderlangs met het museum, maar de voorgestelde ‘rite de passage’ roept vragen op. Dit vanwege de lengte van de aanlooproute en de beheersbaarheid (de passage is deels openbaar). Het gebouw wordt verder als zware landschappelijke ingreep in de kwetsbare stuwwal beoordeeld” 

“Het schrappen van de verbinding van Onderlangs met het museum zou de visie van Kraaijvanger onderuit halen, omdat de passage essentieel is in de visie. De beoordelingscommissie noemt het doorzicht aan de oost- en westzijde van het terrein ‘een verrijking’. De jury waardeert de inpassing van de vele functies als horeca, openbare tentoonstellingsmogelijkheden en het openmaken van de sociëteitsruimte. Door het gebruik van vele rondingen in de nieuwbouw is efficiënt gebruik van de expositieruimtes lastig.” 

Reageer op dit artikel