nieuws

Verslag: Rijksbouwmeester presenteert agenda

Architectuur

Afgelopen donderdag presenteerde Rijksbouwmeester Floris Alkemade zijn agenda in Het Nieuwe Instituut. Met de nadruk op het zoeken naar maatschappelijke meerwaarde en het stimuleren van experiment weet Alkemade het publiek en het discussiepanel te enthousiasmeren. Vanuit zijn rol wil hij het debat gaan opzoeken en initiëren. Deze avond was hiervan het eerste sterke bewijs.

Verslag: Rijksbouwmeester presenteert agenda

Tekst: Willem Wopereis

 

Tijd om theorieën te vormen

Alkemade is een sterke verteller. Zijn presentatie begint met een bondige analyse van de huidige status van de architectuur. De harde realiteit van de halvering van de beroepsgroep tijdens de crisis toont de kwetsbaarheid van het vak. Deze is volgens hem mede veroorzaakt doordat architecten te dicht op ontwikkelaars zijn gaan zitten, en dezelfde argumenten zijn gaan gebruiken.

De vraag die hij stelt is hoe architecten zich minder kwetsbaar kunnen maken. Hoe kunnen we de werkzaamheden verbreden? Hoe kun je ontwerpkracht op andere manieren inzetten? Niet als alternatief, maar als verbreding van het veld. Het is volgens de Rijksbouwmeester tijd om weer theorieën te vormen. Geen theorieën die gebaseerd zijn op geld, maar op ideeën.

Uit ‘De agenda van de Rijksbouwmeester’

Experiment voor maatschappelijke meerwaarde

In De agenda van de Rijksbouwmeester (PDF download onder tekst) worden verschillende maatschappelijke thema’s belicht. Van de huisvesting van vergrijzing en segregatie tot leegstand en circulaire economie. Daarnaast wordt een Strategische Atlas ontwikkeld die dynamische ruimtelijke patronen zichtbaar maakt, zoals bevolkingsgroei/krimp, digitalisering en leefbaarheid. Tevens zullen over meerdere schalen verschillende ambassadeursprojecten worden benoemd die extra aandacht krijgen.

Veel van de thema’s zijn direct gerelateerd aan ruimtelijke vraagstukken. Wat betekent bijvoorbeeld de opkomst van virtual reality voor de fysieke wereld? Om antwoord op dit soort vragen te krijgen zullen architecten op zoek moeten naar een andere lijn; experiment is nodig in deze tijd. De oproep aan ontwerpers is: “bemoei je met maatschappelijke vragen en toon wat ontwerpkracht kan doen”.

 

Debat en reacties

Drie panelleden reageerden op de agenda vanuit hun eigen achtergrond. Hoewel ze de innovatie en nadruk op maatschappelijke meerwaarde sterk waarderen is er ook kritiek.

Jann de Waal, actief binnen de digitale creatieve industrie, benadrukt dat de maatschappelijke vraagstukken worden platgeslagen tot ruimtelijke opgaven. Juist in een tijd van digitalisering is het volgens hem belanrijk projecten tot multidisciplinaire ontwerpopgaven te maken. Maak als overheid in coalities met marktpartijen.van elk ambassadeursproject een gesamtkunstwerk van de creatieve industrie.

Juliette Bekkering, architect en professor, benadrukt dat architectuur gaat om het gebruik en leven. Het is tijd om te investeren in de publieke ruimte en op zoek te gaan naar utopieën, bijvoorbeeld voor diverse woonmilieus en klimaatbestendige ontwerpen. Elke goed project  begint volgens haar echter met goed opdrachtgeverschap. De publiek private samenwerkingen zijn dit volgens haar niet. Juist de overheid moet zelf als opdrachtgever risico durven nemen en experiment bevorderen.

Elma van Boxel, medeoprichter van ZUS, doet met een betoog in tien punten een moreel appèl op de verantwoordelijkheid van de overheid in ruimtelijke opgaven. Sociale segregatie en economische kracht van steden verdienen het hoger op de agenda te staan. Overheden moeten investeren in en sturen op publiek domein, juist door grondposities te behouden en private partijen te verplichten te investeren in het publieke. Er komen grote veranderingen aan waar grote plannen voor nodig zijn. Nederland kent hierin een rijke geschiedenis waarvan kan worden geleerd. Door publiek debat te stimuleren zullen er nieuwe kansen komen voor ruimtelijke ordening en architectuur.

Overheden moeten innoveren

Met de aanstelling van nieuwe leden van het College van Rijksadviseurs (voor ‘infrastructuur en stad’ en ‘landschap en water’), waar de Rijksbouwmeester voorzitter van wordt, breekt er volgens hem een nieuwe tijd aan. Het is volgens Floris Alkemade het moment dat overheden moeten gaan innoveren. Hij heeft zijn stem sinds zijn aantreden al regelmatig laten horen. Als ook de politiek hier notie van neemt zal zijn optimisme de architectuur en maatschappij zeer ten goede komen.

 

Verder lezen:
Interview met Rijksbouwmeester Floris Alkemade 

 

Reageer op dit artikel