nieuws

Riek Bakker over postzegelplanologen en over de vierde stadsbrug

Architectuur

Riek Bakker stond ooit aan de basis van de Erasmusbrug, de Koopgoot, het Museumpark en de Kop van Zuid. Nu waarschuwt ze voor onbezonnen bruggen en hoogbouw. ‘Foute boel’ zo zegt zij in een interview in de Volkskrant.

Riek Bakker over postzegelplanologen en over de vierde stadsbrug

Twintig jaar geleden werd de Erasmusbrug opgeleverd. Icoon van Rotterdam, onmisbare verbinding over de Nieuwe Maas, motor voor economische ontwikkeling – geen wonder dat Rotterdam gonst van de plannen voor nóg een stadsbrug: een westelijke oeververbinding tussen Charlois en Delfshaven. Maar in de jaren tachtig moest Riek Bakker zich het vuur uit de sloffen lopen voor een brug tussen Noord en Zuid, het centrum en het achterstandsgebied.

 Riek Bakker Riek Bakker kreeg in 2014 de ARC14 Oeuvre Award voor haar consistente en inspirerende bijdrage aan de vernieuwing van de stedebouwkundige praktijk in Nederland en de positie die ze het ontwerp durft te geven in de Nederlandse ruimtelijke ontwikkeling.

‘Niemand wilde die brug. Nie-mand wou!’, zegt Riek Bakker (71), nog steeds verbaasd en verontwaardigd. ‘De politiek niet, de ambtenaren niet, de bewoners op Noord niet, op Zuid niet: Zuid kwam nooit op Noord, Noord negeerde Zuid. De havenbaronnen zagen de Nieuwe Maas als hun snelweg te water, een heiligdom waarvan alleen hun schepen gebruik mochten maken. Niemand wou!’

 Kop van Zuid rotterdam Kop van Zuid Rotterdam

In 1986 verruilde zij Amsterdam voor Rotterdam waar zij op verzoek van Bram Peper aan de slag ging als directeur Stadsontwikkeling. De crisis had fors ingehakt in de havenstad, de werkloosheid was hoog, de haven werd beschouwd als de grootste vervuiler van Europa, complete stadswijken waren verloederd. Op het stadhuis trof ze ‘spijkerpak dragende postzegelplanologen en politici die niet verder keken dan de volgende verkiezingen.’ Ze begon aan een taaie opdracht dat uiteindelijk resulteerde in de komst van de Erasmusbrug, het Museumpark en de Kop van Zuid.

De Brug

‘Als je begint te bouwen zonder infrastructuur, neem je grote risico’s. Hoe kom ik er met de auto, met het ov, waar ga je parkeren? Infrastructuur is geen zaak van projectontwikkelaars, maar van gemeente, provincie en Rijk. Het is een mythe dat de overheid bureaucratisch en log is en de private sector innovatief en dynamisch.

Voor Bakker was het een uitgemaakte zaak, nu de Rotterdammers zelf nog. De Volkskrant merkt in het interview op dat zij de Rotterdammers de brug wel haast door de strot heeft geduwd met diapresentaties en maquettes.  Bakker ziet dit absoluut anders. ‘Nee, nee. Ik moest de Rotterdammers nieuwsgierig krijgen, aan de praat krijgen. Dat deed ik met die maquette en de diashow. Ik zag dit als een communicatiemiddel. Je moet geen kant-en-klare plannen door de kelen wringen, je moet je dienstbaar opstellen. Dit kabinet heeft de mond vol van de participatiesamenleving. Nou, doe het dan, maar wel oprecht. Als je goed luistert, maakt dan indruk.’

Twee varianten

Voor de brug waren twee ontwerpvarianten beschikbaar. ‘We hadden het ontwerp van Ben van Berkel, de brug die daadwerkelijk is gebouwd en een ontwerp van Gemeentewerken. Dat tweede ontwerp vond ik frustrerend, maar het bleek goed van pas te komen. De vraag was op zeker moment niet meer of er een brug moest komen, maar welke.’

Herhaling

Wat vind Bakker van het idee van Rotterdam voor de ontwikkeling van een derde stadsbrug? Is zij nu net zo gecharmeerd van dit idee als van haar ‘eigen’ brug. Bakker: ‘Het kopiëren van successen heeft alleen zin als je analyseert wat het succes heeft bepaald. Als je denkt: wat een leuk glimmend dingetje, doe me er nog zo een, dan ben je fout bezig. Als je een derde stadsbrug bouwt en er hangt niks achter, dan is het verspilde moeite. Intussen gaan er al stemmen op voor een vierde brug, in het oosten, tussen Kralingen en Feijenoord. Het is gekkigheid als je niet verder denkt. Aan een brug moet een flinke hoeveelheid vastgoed worden gekoppeld, anders wordt de financiering wel heel moeilijk’.

Rotterdam wil de oude, westelijke stadshaven geleidelijk herontwikkelen. Maar ook dit is volgens Bakker geen goed idee. ‘Als je het stukkie voor stukkie doe, krijg je die noodzakelijke infrastructuur gegarandeerd niet. Als je een gemeente wordt van kleine projectjes en afwacht wat je voor elkaar kunt krijgen met de markt, is dat gedoemd tot bloedarmoede. De megatoren die ze nu in het Scheepvaartkwartier willen bouwen (de Zalmhaventoren van 188 meter aan de voet van de Erasmusbrug), is zo’n voorbeeld. Het is geen uitvinding ten gunste van het Scheepvaartkwartier, nee, het is een uitvinding voor de jongens die willen scoren, die de grootste willen hebben en zijn. Foute boel.

‘Een stad moet durven zeggen: we kijken naar een groter gebied, onze ambitie is een schaalsprong, we zetten de infrastructuur neer en trekken zo investeerders. Wil je over 30 jaar net zoals nu nog steeds elke dag taart en champagne voor de prijzen die in de wacht worden gesleept dan moet nu aan iets nieuws beginnen. Rotterdam telt nog steeds 30 duizend werklozen. Wil je economisch verder, moet je een coherent plant maken met de haven, Schiedam, Maassluis, Vlaardingen en het Westland.’

 Lees meer in het artikel ‘Niemand wilde die brug’ in de Volkskrant van 9 mei.

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels