nieuws

StudioSK: al 12,5 jaar bezig met stations

Architectuur

StudioSK is kort na 2000 opgericht als apart label van ingenieursbureau Movares. Het ontwerpbureau houdt zich vooral bezig met alles rond de stationsopgave: van parkeergarage tot fietsenstalling, en van het transformeren en renoveren van bestaande stations tot nieuwbouw. Sinds 2000 werkte het bureau in uiteenlopende rollen en als onderdeel van verschillende teams aan ruim 50 stations. Tijd voor een interview.

StudioSK: al 12,5 jaar bezig met stations

Door Sander Woertman

1. Jullie zijn 12.5 jaar geleden een apart onderdeel van Movares geworden. Wat is de toegevoegde waarde van een ontwerpbureau dat gebruik kan maken van de diensten van een ingenieursbureau?

Doordat we nauwe banden hebben met Movares zijn onze architecten gewend om multidisciplinair te werken. Daarnaast maken we vanzelfsprekend laagdrempelig gebruik van de kennis van Movares. Dat we alle disciplines onder een dak hebben biedt ons met name bij BIM-opgaven veel voordelen.

Leidse Rijn Utrecht Centrum Interview StudioSK Leidse Rijn Centrum

2. Kun je een beschrijving geven van het netwerk dat zich rond stationsgebieden beweegt? Hoe positioneert studioSK zich daarin?

Meer en meer zien we dat het initiatief in en rond stations bij lokale partijen komt te liggen, naast de traditionele partijen als ProRail en NS. Het stationsgebied in Helmond is bijvoorbeeld 100% gefinancierd door de gemeente. Als ontwerpers kiezen we strategisch bij welke opdrachten we kiezen voor het maken van (referentie)ontwerpen aan opdrachtgeverszijde of het werk ‘in de markt’. Die twee sluiten elkaar namelijk vaak uit.

Kun je dat relateren aan bepaalde contractvormen?
Wat betreft innovatieve contractvormen hebben we een voorsprong ten opzichte van veel andere bureaus. We werken zowel aan opdrachtgeverzijde als aan aannemerskant. Onze kracht is dat we in elke contractformule architectonische kwaliteit weten te regisseren en dat vastleggen in heldere spelregels en concepten.

Wat voor profiel hebben jullie opdrachtgevers?
Wij zijn aantrekkelijk voor diverse soorten opdrachtgevers door de combinatie van de feitelijke technische kennis van infrastructuur, inzicht in processen met meerdere stakeholders en een open houding, heldere communicatie en teamwerk als werkwijze. Vooral voor gemeentelijke opdrachtgevers voor wie stationsomgevingen nieuw zijn, is dit een praktische combinatie van kennis. Dat werkt voor hen heel makkelijk.

3. Hebben jullie vaste partijen waarmee jullie inschrijven op aanbestedingen? Is jullie band met Movares een Unique Selling Point tijdens aanbestedingen?

Er zijn weinig vaste afspraken met partners voor combinaties. Wel zijn er samenwerkingen waarbij beide partijen op elkaar ingespeeld zijn geraakt en elkaar daardoor weer opzoeken bij nieuwe kansen. De samenwerking met Onix is daar een voorbeeld van. Het blijft echter altijd een keuze voor een ‘winnende combinatie’ vanuit het perspectief van de opdrachtgever.

Vaak worden opdrachten voor architectendiensten en ingenieursdiensten separaat uitgevraagd. Dat kan zowel een voordeel als een nadeel zijn voor een architectengroep c.q. ingenieursbureau. Soms kun je gezamenlijk een winnend attractief aanbod doen. Als je echter in de vroege voorfasen ontwerpen maakt aan opdrachtgeverskant sluit je daarmee soms de ingenieursdiensten in het vervolg uit. Vandaar dat we daarin strategisch positie innemen en afwegingen maken.

Amsterdam Zuid WTC Amsterdam Zuid

4. Wat kenmerkt de stationsarchitectuur van studioSK? Verschilt dit per opgave?

StudioSK ontwikkelt concepten voor gebouwen en openbare ruimten waarin de ontmoeting centraal staat en die een katalysator zijn van stedelijke activiteit en vitaliteit. Met name stations zijn bij uitstek ontmoetingsplaatsen en werken als een magneet in de stad. Hier gaat icoonwaarde samen met verblijfskwaliteit, soms met de sfeer van een huiskamer, maar dan op stedelijk formaat. De ambities liggen hoog en we vertalen die in duurzame ontwerpen. Aandacht voor de combinatie van verblijven en passeren, van individuele en collectieve ruimten, is de basis bij publieksgebouwen zoals scholen, stations en bij de inrichting van kantoren. Ons portfolio illustreert de publiekskwaliteit in elk gebouwtype en op elk schaalniveau. Onze werkwijze is studieus en op basis van onderzoek wordt de basis gelegd voor complexe logistieke opgaven.

5. Hoe zetten jullie onderzoeken in voor jullie ontwerpen? Ik las op jullie site over topologisch optimaliseren, analyse van looproutes etc…

Om een toonaangevende speler te zijn en vooral te blijven is het van groot belang om te blijven innoveren. Naast de onderzoeken en analyses die we binnen onze projecten doen is er daarom veel aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe concepten en ontwerptechnieken. Die ontwikkelingen doen we vaak in multidisciplinaire teams en meestal samen met producenten. Via Centrum Cement en Beton zijn we bij verschillende casestudies betrokken geweest, zoals het waterstraalsnijden en het 3D printen van beton. Dat laatste heeft veel raakvlakken met het topologisch ontwerpen, een ontwerpmethode waarbij de computer binnen de gestelde randvoorwaarden een ontwerp zo optimaal mogelijk ontwerpt. Voor de casestudy zijn verschillende 1:2 schaalmodellen gemaakt en zijn we inmiddels, in samenwerking met een marktpartij, een 1 op 1 geprint model van een kolom aan het realiseren. Deze techniek is nu nog volop in ontwikkeling, maar zal in de nabije toekomst een belangrijk ontwerpmiddel gaan worden, onder meer vanwege het duurzame karakter ervan.

Een andere innovatie waar we op dit moment aan werken is een nieuw type rijwielstalling. Veel steden kampen met een groot gebrek aan rijwielstallingen. Wij hebben inmiddels de nodige stallingen gerealiseerd en werken op dit moment aan circa 20 grote stallingsopgaven. We hebben dan ook veel kennis over dit onderwerp in huis. De capaciteit, doorstroom, sociale veiligheid, daglicht, constructies, hellingspercentages, bewaking etc. spelen bij het ontwerp van een stalling een rol. Door onze opgedane kennis was het dan ook een logische stap om een nieuw type stalling te ontwikkelen voor bovengrondse situaties. Heel veel kunnen we er nog niet over zeggen, maar in samenwerking met een producent hebben we inmiddels een product bedacht, die we binnenkort op de Innovatie-expo in Amsterdam zullen presenteren.

We maken ook gebruik van de ontwerptools die binnen het grote ingenieursbureau reeds aanwezig zijn. Voor het ontwerp van een aantal steunpunten voor Rijkswaterstaat hebben we bijvoorbeeld een wegensimulatie ingezet. Deze tool word normaal gesproken voor de doorstroom van wegen ingezet, maar bood ons in dit geval de mogelijkheid om de opdrachtgever een realistisch beeld te geven van de werking van het project. Door middel van de simulatie kwamen bepaalde knelpunten aan het licht. We hebben het ontwerp daarom op bepaalde punten aangepast. Voor stations maken we gebruik van een vergelijkbare techniek, in de simulatie rijden dan geen vrachtwagens rond, maar worden loopstromen gesimuleerd. Aan de hand van de simulatie kunnen knelpunten worden opgespoord en worden opgelost. De meest recente ontwikkeling op dit gebied is de virtuele wereld. Door middel van een speciale bril waan je je in een nog niet gerealiseerde werkelijkheid.

 Station Houten - interview studioSK
Station Houten

6. Jullie schrijven op jullie site dat jullie niet alleen vanuit de ontwerpdiscipline bij projecten betrokken zijn, maar ook als opdrachtgever of aannemer. Hoe zit dat in elkaar?

Als we aan opdrachtgeverszijde werken, dan adviseren wij in het voortraject om bijvoorbeeld tot een goede uitvraag naar de markt te komen. Zo hebben we bijvoorbeeld heel veel voorwerk voor station Rotterdam Centraal gedaan. We hebben destijds de lay-out voor het station ontworpen, dat is lang niet bij iedereen bekend. Voor de opdrachtgever hebben wij het station geanalyseerd op loopstromen en de verbinding tussen de diverse vervoersmodaliteiten en de stad. Dit is uitgewerkt in een eisenspecificatie die als onderlegger heeft gediend voor de uiteindelijke ontwerpopgave. Een ander voorbeeld is dat we voor station Arnhem Centraal een referentieontwerp hebben gemaakt zodat ProRail haar bijdrage aan het project kon vaststellen. Wanneer we aan opdrachtnemerszijde werken dan is dat vaak in opdracht van een aannemer of een combinatie van verschillende marktpartijen.

7. Zie je een verschuiving in de stations(gebieds)opgave? Wat zijn de meest actuele ontwikkelingen waar ontwerpers rekening mee moeten houden?

De meest ingrijpende recente ontwikkeling is dat het moderne reizen naar het immateriële neigt. Vrijwel zonder drempel kunnen betalingshandelingen verricht worden en dat intensiteiten verhoogd worden. Dat zorgt ervoor dat je dus feitelijk geen stationsprogramma meer hebt; geen loket, geen hal en vrijwel geen beschutting.

Dat levert een tweedeling op in type stations. Enerzijds zijn er stations waarbij een alternatief (commercieel) programma ervoor zorgt dat het toch bij uitstek ontmoetingsplaatsen en magneetpunten in de stad vormen. Hier gaat icoonwaarde samen met verblijfskwaliteit, soms met de sfeer van een huiskamer, op stedelijk formaat.

Anderzijds zie je bij de vaak kleinere stations en haltes dat er niet voldoende kritische massa is qua passanten voor die ontwikkeling. Daar passen we vaak de strategie toe van ‘landscaping the station’. Het al eerder genoemde station Helmond is hiervan een voorbeeld. Niet een commercieel programma vormt dan de basis van het ontwerp, maar er is een sterk design gerealiseerd door inzet van andere middelen, zoals landschappelijke en of recreatieve (verblijfs)kwaliteit. Dit laatste kan dus ook in stedelijke context het geval zijn. Bij de twee nieuwe stations voor de Hanzelijn hebben we een iets andere strategie toegepast. Hier hebben we de stations letterlijk massa gegeven door de toepassing van baksteen. Kampen en Dronten zijn hierdoor volwaardige stationsgebouwen geworden.

Amsterdam Zuid WTC 

8. Wat is volgens jou de rol van het stationsgebouw in een toekomst met zelfrijdende auto’s met minimale uitstoot?

Wat blijft is een structureel verschil tussen gebruik van een collectief vervoermiddel (OV) en een individueel. Het feit dat je straks in je auto kunt gaan werken op je laptop verandert daar niets aan, ook al rijdt je auto vanzelf. Het blijft een keuze om een individuele ‘shuttle’ aan te schaffen en te bezitten. Ook de ruimtelijke impact op de binnensteden zal hierdoor helaas weinig veranderen. Pas bij een reductie van individuele vervoermiddelen zal de ruimtelijke kwaliteit van onze centra aan publieks- en verblijfskwaliteit winnen. Juist de plekken van de collectieve interface en interchange blijven de ontmoetingsplaatsen magneten in de stad. Ook op het gebied van spoorwegen zijn de nodige ontwikkelingen gaande. We zijn op dit moment dan ook in breed verband bezig met de ontwikkeling van een station voor de toekomst.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels