nieuws

Van Gogh toont allernieuwste glastechnieken

Architectuur

Met het nieuwe entreegebouw van het Van Gogh Museum is de jarenlange transformatie van het Amsterdamse Museumplein eindelijk voltooid. Het gebouw moest een kunststuk worden van architectonische vernieuwing en een state-of-the-art constructie. En volgens de trotse museumdirecteur Axel Rüger is dat gelukt. “Binnen de tijd en binnen budget.”

Van Gogh toont allernieuwste glastechnieken

Door Michiel Maas 

Het meest in het oog springende deel van het gebouw is het ellipsvormige, gebogen glazen dak, dat boven op een cirkelvormige glazen wand ligt. Het moet een meer ambitieuze entree worden dan de oude ingang aan de Paulus Potterstraat, die vooral bekend is vanwege de lange rijen. Via een ondergrondse toegang komt de bezoeker uiteindelijk in het museum zelf.

 

Het entreegebouw is eigenlijk een forse aanbouw van de tentoonstellingsvleugel van het museum. Dat gebouw uit 1999 is een ontwerp van de – inmiddels overleden – Japanse architect Kisho Kurokawa. Ook het ontwerp voor het entreegebouw is gebaseerd op een eerdere schets van Kurokawa en verder uitgewerkt door architect Hans van Heeswijk.

 

Voor het glaswerk werd Octatube ingeschakeld. In overleg met Van Heeswijk werd meteen besloten om de ontwerpen van Kurokawa wat moderner te maken. “Oorspronkelijk ging het ontwerp uit van veel meer staal in de constructie”, zegt Van Heeswijk. “Maar dat maakte het hele ontwerp tot iets dat mooi was in de jaren negentig. Tegenwoordig is zoveel meer mogelijk in glasconstructies en voor een project als dit wil je alle mogelijkheden die in 2015 beschikbaar zijn gebruiken. En de grootste vernieuwingen vinden nu plaats in de glasindustrie. Wat we hier hebben gedaan kon zelfs drie jaar geleden nog niet.”

Vinnen

Van Heeswijk doelt daarbij vooral op het feit dat het grootse deel van de dragende constructie ook van glas gemaakt is. Zoals de 12 meter lange glazen liggers die de glasplaten dragen en de glazen staanders die het gebogen glas in de gevel op de plaats houden. “Wij noemen ze ‘vinnen’,” zegt Nils Eekhout van Octatube. Het Delftse bedrijf heeft de afzonderlijke technieken wel eerder toegepast, maar de combinatie ervan was nieuw, zeker op deze schaal. “Het was de eerste keer dat we koudgebogen glas op glazen vinnen hebben gemonteerd. Je moet dan met zoveel elementen rekening houden, daar is heel veel rekenwerk aan voorafgegaan.”

  

Ook het dak is speciaal. “Het is half-ellipsvormig, waardoor alle gebruikte glasplaten weer anders zijn. Je moet nagaan: in totaal bestaat de constructie uit dertigduizend elementen, waarvan er vijftienduizend verschillend zijn.”

Vloer

Maar wie alleen naar boven kijkt, gaat voorbij aan het werk dat werd gedaan om de vloer klaar te krijgen. Die vloer is eigenlijk de bodem van de vroegere vijver die tussen het museum en de tentoonstellingsvleugel lag, maar die moest nog wel deels worden uitgegraven voor een liftkoker en een trapfundering. Dat was geen gemakkelijke opgave: die vloer ligt al ver onder het grondwaterpeil, en het slaan van damwanden is hier geen optie.

  

Uiteindelijk moest hoofdaannemer Van der Spek het grondwater bevriezen, het beton uitzagen en de bevroren grond uitbikken. “Dat bevriezen gaat met lansen, die om de 60 centimeter aan de rand van de toekomstige put in de grond worden gestoken”, legt directeur John van der Spek uit. “Daarnaast wordt een aantal lansen schuin in de grond gestoken. Zo ontstaat er een soort tent en wordt de grond langzaam steeds kouder. Dat duurde in dit geval zes weken, omdat het grondwater op deze plek erg hard stroomt, en de kou dus met het water steeds wordt weggevoerd.” Het betekende wel een flinke kostenpost, want grond bevriezen is erg duur. “Het is inderdaad niet de allergoedkoopste manier,” grapt Van der Spek droogjes. “Maar er was gewoon geen andere oplossing.”

Dit artikel verscheen eerder in Cobouw 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels