nieuws

I.M. Koos Bosma 1952-2015

Architectuur

Het zomaar uit de tijd verdwijnen van Koos Bosma, nog maar 63 jaar oud, is een groot verlies voor de achterblijvers. Architectuurgeschiedenis is een prachtig vak en dat vak is gebaat bij geëngageerde, ijverige, soms risicozoekende academici. Daarvan zijn er niet veel, maar Koos Bosma bewees dat het kon, veertig jaar lang.

I.M. Koos Bosma 1952-2015

Door Bernard Colenbrander

Hij begon er medio jaren zeventig mee in Groningen, aan het Kunsthistorisch Instituut, en daar zag ik hem voor het eerst. Hij behoorde meteen tot de intimi die de indruk wekten ingewijd te zijn in de academische paleisrevolutie van Ed Taverne, terwijl andere eerstejaars er nog geen flauwe notie van hadden dat iets dergelijks überhaupt nodig was. Ideologisch gezien bevonden we ons destijds in een nogal onrustig tijdsgewricht, zoveel is wel zeker.

Architectuurgeschiedenis jaren zeventig

Veel later zou Bosma in zijn oratie, getiteld Tent en Piramide (verschenen in 2011), precies uitleggen met welke cultuur architectuurhistorici in de jaren zeventig precies dienden af te rekenen. ‘In de jaren zeventig was het in kringen van Nederlandse ontwerpers bon ton om af te geven op de reactionaire kunstgeschiedenis, gericht als ze was op kunst voor de elite, stilistiek en iconologie. De architectuurgeschiedenis zou daarvan een wandelende tak zijn die geen voeling had met de actualiteit. Het vak was nauw verbonden met de monumentenzorg, die zich – ook stilistisch en iconologisch – richtte op objecten tot 1850. Gezien vanuit het gezichtspunt van de ontwerpers school in hun kritiek een kern van waarheid, want in die jaren werden de (schaarse) geschiedenissen van de moderne Nederlandse architectuur vooral geschreven door buitenlandse wetenschappers. Bovendien stokte in het universitaire kunsthistorische onderwijs de architectuurgeschiedenis ergens aan het einde van de achttiende eeuw.’

 IM Koos Bosma Koos Bosma in Pakhuis de Zwijger (2013) tijdens de bijeenkomst rondom het Schiphol-boek. Foto Jannes Linders

Ommezwaai

Hier was een ommezwaai nodig, zo meende Bosma, een heroriëntatie op de verhouding tussen architectuur, haar geschiedenis en haar maatschappelijke omgeving. Daarbij ontwikkelden nieuwe en verlichte beoefenaren van het vak, zoals Taverne, ‘een zekere gevoeligheid voor verklaringen vanuit de context waarin de architectuur wordt voortgebracht’. Het leidde tot een nieuw zelfbewustzijn onder architectuurhistorici en tot een bijgestelde opgave, namelijk dat het vak bovenop de duiding van de zuiver esthetische kwaliteiten van ruimtelijke artefacten ook verzeild zou kunnen raken ‘in abstracties over de verbanden tussen ruimte en tijd’ en wellicht zelfs zou kunnen raken aan de ‘magisch-zintuiglijke eigenschappen en betekenissen’ van wat we allemaal in het landschap aantreffen.

Generatieportret

Ik citeer lukraak uit de mooie oratie van Bosma, die veel vertelt over het programma waarin hij zelf met hartstocht acteerde, maar die in menig opzicht ook een generatieportret is en die althans mij direct weer in aanraking bracht met waar het allemaal ook alweer om begonnen was.

Landschap van de IJsselmeerpolders

Zijn eigen vroege onderzoek, al gestart in de afstudeerfase maar nadien voortgezet, had inderdaad meteen al betrekking op de nagestreefde ‘verklaringen vanuit de context waarin architectuur wordt voortgebracht’. Het behelsde een diepgaand archivalisch onderzoek naar het landschap van de IJsselmeerpolders, uitgevoerd in nauwe samenwerking met Gerrie Andela. Alleen al de keuze voor een dergelijk onderwerp was typisch voor de te Groningen afgekondigde nieuwe inhoudelijke koers van de architectuurgeschiedenis. De feitelijke uitvoering en verslaglegging van het onderzoek werd gekenmerkt door een volledige concentratie op zaken van beleid, bestuur en sociografisch onderzoek, alsof per se bewezen moest worden dat architectuurgeschiedenis het heel goed stellen kon zonder enige duiding van esthetische intentie. De nuance van de ‘magisch-zintuiglijke eigenschappen en betekenissen’, die verderop in het geschreven werk van Bosma zo evident aanwezig is, was er nog niet direct.

Kop van Zuid _ IM Koos Bosma Kop van Zuid

Verleidelijk stadsbeeld

Aan het eind van de jaren tachtig haalde ik hem over om naast mij wetenschappelijk medewerker te worden van het Nederlands Architectuurinstituut, dat net was opgericht en in afwachting van de realisering van de nieuwbouw in een mooi pand aan de Westersingel kwartier maakte. De samenwerking bracht ons niet wat er van verwacht had mogen worden. Koos onderging de dagelijkse praktijk van de museale disciplineringsmachine met enig chagrijn en nam al na twee jaar ontslag. Was het vanwege zijn aangeboren onafhankelijkheid dat hij, veel eerder dan anderen (ikzelf bijvoorbeeld), voorzag dat het NAi zich niet zou ontwikkelen zoals het gedacht was, maar een wiebelig vehikel voor gevarieerd opportunisme werd? Het werk dat hij afleverde voor het NAi (met name de tentoonstelling en het boek Verleidelijk Stadsbeeld kan in ieder geval niet in de schaduw staan van zijn onafhankelijke publicaties die nadien in opmerkelijk straf tempo begonnen te verschijnen. Het was de Vrije Universiteit die hem een kwart eeuw lang de gewenste autonomie en vrijheid verschafte om zijn werk goed te kunnen doen.

Schiphol Megastructuur - IM Koos Bosma

Schiphol als megastructuur

Zijn laatste boek, een bijna overdadige studie naar Schiphol als megastructuur, verscheen twee jaar geleden. Hij stuurde het me op met een laconiek briefje: ‘We zijn hier intern aan het verhuizen (“Het Nieuwe Werken”) en verkeren in eindeloze steppe’. Blijkbaar ontkwam zelfs het universitaire reservaat niet aan de georganiseerde krankzinnigheid van een bureaucratie op drift. Dat nam niet weg dat de hoogleraar Bosma een en ander van veilige afstand en over het algemeen goedgehumeurd observeerde. Het zou wel weer overwaaien, welke eigentijdse versie van de parallelactie ook over het universiteitspersoneel werd afgekondigd. Zo lang de ruimte om regelmatig maanden ongestoord te kunnen schrijven niet in gevaar kwam, was er weinig aan de hand.

 OMA Seattle

Bibliotheek van Seattle. Foto Christian Richters

Omslag Ruimte voor een nieuwe tijd

Omslag Ruimte voor een nieuwe tijd (1993)

Ruimte voor een nieuwe tijd

Die vrije ruimte was er bij Koos Bosma, ook omdat hij zich welbewust onthield van de genoegens van een gezinsleven, zodoende veel tijd overhoudend voor zichzelf. Zijn persoonlijk leven speelde zich af in verschillende sociale compartimenten naast elkaar, zodanig van elkaar afgezonderd dat alleen Koos zelf het overzicht moet hebben gehad, terwijl iedere afzonderlijke vriend of relatie alleen weet had van een uitsnede. In de resterende tijd werd geschreven en naarmate de jaren vorderden, werd dat schrijven steeds gaver en van een in dit vak ongewone elegantie. Van de stapel boeken die hem zullen overleven, zijn er twee mij het liefst. Allereerst betreft dat zijn uit 1993 daterende proefschrift Ruimte voor een Nieuwe Tijd, een bijna door zijn eigen fundament zakkende studie naar de grondslagen van de Nederlandse stedebouw in de eerste helft van de twintigste eeuw. ‘Naast pastorale denkpatronen en de verworvenheden van de civiel-technische stedebouwkunde is de wetenschappelijke analyse van de maatschappelijke toestanden de derde hoeksteen van de moderne stedebouwkunde’, stelt Bosma hier, en zijn favoriete rolmodel om dit disciplinaire agglomeraat te illustreren is de verderop in de studie uitvoerig gepresenteerde J.M. de Casseres. Juist bij De Casseres wordt de wetenschappelijke ambitie van de stedebouw zodanig opgerekt dat de bijdrage van de architectuur bijzaak wordt en de rol van de architectonisch ontwerper navenant gemarginaliseerd. Aan De Casseres wijdde Bosma tien jaar later een uiterst secuur gemaakte monografie, die mijn tweede favoriete titel van zijn hand zal blijven.

 J.M. de Casseres

Omslag J.M. de Casseres. De Eerste Planoloog (2003)

Wereld van het architectonisch ontwerp

Ik zou, om Koos Bosma’s werk te prijzen, het adjectief ‘monumentaal’ kiezen als ik niet wilde vermijden hem onaangenaam te treffen met een dergelijk woord uit de oude doos. Maar als ik in zijn onvolprezen werk toch iets meen te missen, ondanks zijn diepgaande studies naar de wortels van de stedebouw, de planologie en de civiele techniek en ondanks zijn engagement met erfgoedstudies, dan is het de beschouwing van de concrete wereld van het architectonisch ontwerp. De gebouwen komen in zijn beschouwingen niet meer voor, ze zijn weg, ze ontsnappen aan zijn hoger gerichte blik. Het moet de randschade zijn van het opschonen van het architectuurhistorisch vak in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Maar wanneer de architectuurgeschiedenis toen hoognodig toe was aan de ontsnapping uit de fuik van de stilistiek en de iconologie van het afzonderlijke architectonische object, had dat toch niet hoeven betekenen dat de ouderwetse disciplinaire kern voorgoed uit beeld zou verdwijnen?

Bunkers

Bij Koos Bosma is het domein van de concrete gebouwen echter, opmerkelijk genoeg, alleen weer te betreden vanuit het verborgene. Hij wijdde in 2006 een compleet boek aan de bouwkundige maatregelen die in de Tweede Wereldoorlog genomen werden om de luchtaanvallen te doorstaan, door middel van bunkers of anderszins. Alleen primair functionele, doorgaans ondergronds gesitueerde bouwwerken kwamen blijkbaar nog voor beschouwing in aanmerking.

Merchel Grot Limburg _ IM Koos bosma

Mergelgrot Limburg

Grotten

Dat het hier geen toevallige interesse betrof, wordt bewezen door een artikel van Bosma’s hand uit dezelfde periode dat begint met de zin: ‘Een van de meest verwaarloosde typologieën in de geschiedschrijving van de twintigste-eeuwse architectuur is de grot.’

Aanscherping

Het mag zo zijn, dat geschiedschrijvers gewoonlijk voorbij zien aan grotten. Maar ik ben geneigd om deze raadselachtige belangstelling voor de onderwereld alleen te aanvaarden wanneer ook de bovenwereld weer volop mee mag doen en deel gaat uitmaken van het meest geëngageerde architectuurhistorische bedrijf. In die zin nodigt het vaarwel van Koos Bosma niet alleen uit tot weemoedige reflectie, maar ook tot het aanscherpen van het programma van wat ons nog te doen staat.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels