nieuws

Volledige noodbarak opgebruikt in interieur koetshuis

Architectuur

Transformeren komt in soorten – en de transformatie van het Koetshuis aan de 1e Korte Baanstraat in Utrecht, kan je rustig ‘extreem’ noemen. Ontwerper en architect Rolf Bruggink en hergebruikspecialist Niek Wagemans gebruikten vrijwel uitsluitend materialen uit een naastgelegen noodbarak om het interieur op te bouwen. Alleen de tienduizenden schroeven waarmee ze de boel verbonden, zijn nieuw.

Volledige noodbarak opgebruikt in interieur koetshuis

Bruggink is de eigenaar en nieuwe bewoner van het Koetshuis, samen met zijn vriendinYffi van den Berg, vastgoedontwikkelaar bij Heijmans. Een meubelontwerper met wortels in de architectuur. Hij studeerde bouwkunde in Delft en richtte met Marnix van der Meerarchitectenbureau Zecc op. In 2012 stopte hij als architect om zich volledig toe te leggen op het ontwerpen van meubels. In zijn studio Rolf.FR zaagt hij antieke kasten en stoelen door het vult ze aan met moderne materialen. Een vorm van recycling – net als het meeste wat Bruggink doet.

  

Cutted cabinet(rechts) naast Sunken Arrow door Mischa van der Wekke.  

De Fabriek van Niek is de werkplek van Wagemans. Hier geeft hij vorm aan grote en kleine ideeën. Hij geeft nieuw leven aan oude, gebruikte, en schijnbaar waardeloos geworden zaken – niet alleen gebouwen en onderdelen daarvan, maar ook meubelen en andere objecten. Wagemans: “Ik werk graag met materialen, die als ‘afval’ bestempeld worden, en met leegstaande gebouwen die bedreigd worden door verregaand verval of zelfs sloop. Ze zijn vaak nog lang niet óp, maar zijn enkel versleten of kapot, of ze voldoen niet meer aan moderne eisen. Daardoor lijken ze hun functie verloren, en zijn ze voor anderen ‘waardeloos’… Voor mij zijn ze juist ‘waardevol’ vanwege de sporen van hun geschiedenis of door de kwaliteit van destijds gebruikte materialen en technieken. Dat alles ligt verborgen onder slechts een dun laagje stof, en onder onze normale onachtzaamheid. Ik probeer die kwaliteiten opnieuw zichtbaar te maken.”     

 

Wagemans links, Bruggink rechts 

Voor koetshuis ‘Houde of Rolf’ werkten  Bruggink en Wagemans vijf jaar lang tussen de bergen bouwmaterialen. ‘Alles hergebruiken’ hadden ze zich ten doel gesteld. Niet alleen de mooie houten dakspanten, maar ook de tl-armaturen, de klikstrips en de systeemplafonds.

 

 

Werkwijze en resultaat doen op punten denken aan De Zwarte Parel, het Rotterdamse klushuis dat Bruggink eerder ontwierp met Zecc-compagnon Van der Meer en waarmee ze vele architectuurprijzen wonnen – waaronder onze eigen Lensvelt de Architect interieurprijs 2011.Beide interieurs staan namelijk, inclusief de verdiepingen, los in het gebouw. Bij de Zwarte Parel werd de bestaande verdiepingshoogte losgelaten om een split levelstructuur te creëren.

Interieur Zwarte Parel 

In het koetshuis heeft het binnenwerk helemaal meer de gedaante van een meubel. De entree van het zes meter hoge gebouw is volledig vrij. En ook het contact tussen interieur en achtergevel is beperkt tot een aansluiting met een panoramaraam. In het midden van het casco zijn de keuken, de slaapkamer, een inloopkast, een douche en een werkplek gestapeld. De oude lelijke radiatoren dienen als draagconstructie; de mooie houten spanten als trap.

 

 

Een ander kleine opvallende overeenkomst met de Zwarte Parel is de prominente en bijzondere plaatsing van het bad. Badderde Bruggink in Rotterdam in de kas op zijn dak, in Utrecht kan het aan / onder zijn bureau. Waarschijnlijk komt het door het vele verbouwen dat Bruggink zo’n bijzondere band heeft met zijn bad. Maar wij denken dat hij, niet lang nadat hij vijf jaar stof van zich af heeft gewassen, toch wel snel weer zal gaan klussen aan een volgend project. 

 

Bruggink voor zijn kachel, die door de bevriende metaalbewerker Roland van Staalstudio in Utrecht is gemaakt naar het ontwerp van zijn eerste Utrechtse experiment-woning:

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels