nieuws

Kort geding eist bouwstop EZ

Architectuur

Wegens schending van het auteursrecht moet de verbouwing van het voormalige Ministerie van Economische Zaken (EZ) in Den Haag onmiddellijk worden gestaakt, eist architect Hans Ruijssenaars.

Kort geding eist bouwstop EZ

 

 

 

 

De gang van zaken rond het EZ-gebouw vormt voor hem aanleiding een kort geding aan te spannen, dat donderdag dient in Den Haag. Ruijssenaars stelt dat de overheid bij grote verbouwingsopdrachten zoals die voor het ministerie van EZ zijn eigen wet aan de laars lapt. Naast een aantal conflicten die de aandacht trokken, zijn er veel meer waarbij architecten stil hun verlies zouden nemen. “Ze zeggen er niets over uit angst voor het mislopen van toekomstige opdrachten.”

Ruijssenaars ontwierp de uitbreiding en modernisering van het EZ-gebouw van begin jaren 90 van de vorige eeuw. Het uit 1917 stammende gebouw is vervolgens, inclusief de uitbreiding van 15.000 naar 21.000 vierkante meter, aangewezen als rijksmonument. Nu wordt zijn werk vernietigd, meent hij.

Dbfmo

Volgens de auteurswet moet bij ingrijpende verbouwingen de architect van het originele ontwerp opnieuw in de arm worden genomen. Vooral door de dbfmo-trend zou deze praktijk in toenemende mate onder druk staan. Bij dbfmo is de opdrachtnemer tevens verantwoordelijk is voor het ontwerp. Om een gelijk speelveld te behouden, kan de originele architect echter niet met één van de inschrijvende consortia meedoen en met de andere niet, schetst Ruijssenaars zijn dilemma. Reden te pleiten voor een alternatief, te weten bmfmo-contracten, die ruimte overlaten voor een aparte plaats voor de architect.

Zelf zegt hij zich verder door de jaren heen nog nauwelijks op de auteurswet te hebben hoeven beroepen. De naleving ervan gebeurde “uit fatsoensoverwegingen” doorgaans vanzelf al, zonder hem te noemen. Recent haalden de architecten van OMA zelf voor het voormalige Ministerie van VROM in Den Haag de gepasseerde originele architect Jan Hoogstad erbij, schetst hij. Maar dat is dus geen verdienste van de opdrachtgever.

Bart Mullink (Cobouw)

Reageer op dit artikel