nieuws

Bouwen met hout is wel even wennen

Architectuur

Hillen & Roosen bouwt in Amsterdam aan het hoogste houten gebouw van ons land. De constructie staat, de gevelbekleding wordt momenteel aangebracht en de installaties worden onder de vloeren voorbereid. Dat laatste bezorgt uitvoerder Arif Ozata wel een beetje kopzorgen.

Bouwen met hout is wel even wennen

Het ontwerp van Patch 22 komt van Lemniskade, de initiatiefnemer en opdrachtgever van het project, die in 2010 de Duurzaamheidstender Buiksloterham won met het ontwerp. Daarbij speelde niet alleen de keuze voor hout een rol, maar ook het feit dat het gebouw energieneutraal wordt. Het bouwfysisch ontwerp is erop gericht om zonder toepassing van koeling een aangenaam binnenklimaat te creëren. Voor de elektriciteitsvoorziening verlaat het gebouw zich op zonnepanelen op het dak. De epc is berekend op 0,2 en de GPR-score op 8,9. Warmte wordt geleverd door twee grote houtpelletkachels. Alle appartementen krijgen vloerverwarming.

De aandeelhouders van Lemniskade zijn Samplaist van architect Tom Frantzen en Bamo van Claus en Margriet Oussoren. Frantzen et al architecten maakte het ontwerp voor het gebouw. Elke verdieping heeft een oppervlak van 540 meter, verdeeld over acht voordeuren. De kopers hebben steeds één of meer voordeuren gekocht, met de achterliggende ruimte. De woningen zijn casco verkocht waarbij de ruimtes vrij indeelbaar zijn. Hillen Roosen levert de woning alleen wel op met een staalplaatbetonvloer inclusief vloerverwarming. Deze vloer kan alleen aangebracht worden als de installaties daaronder zijn aangebracht. “Hierdoor zijn wij afhankelijk van de definitieve indelingen van de kopers, waardoor we eigenlijk niet meer kunnen spreken over een casco project”, aldus Ozata. “Dit is een zeer intensief traject omdat alle woningen compleet andere indelingen hebben En omdat de kopers de grootste moeite hebben om te bedenken wat ze willen.”

 

Patch 22 is 30 meter hoog en telt acht bouwlagen. In verband met de hoge windbelasting op het gebouw is de begane grond uitgevoerd in steenachtige materialen, namelijk beton en kalkzandsteen. Hier komen de commerciële ruimtes. De bovenste zes verdiepingen hebben zowel een woon- als een kantoorfunctie. De kern bestaat uit Alvon wanden, Slimline vloeren en de kolommen, liggers, zijwanden en gevelkaders bestaan uit gelamineerd vuren. “Wel even wennen”, vindt Ozata.

De houten onderdelen zijn gemaakt door Korlam. Hoewel de bouwwijze eigenlijk weinig verschilt van bouwen met prefab betonelementen, moet het hout met veel meer voorzichtigheid worden benaderd. Alles wat je uitpakt, ophijst en monteert, komt immers in het zicht. “Je kunt er dus niet even met de hamer tegen slaan als het niet lekker wil passen, want dat blijf je zien.”

Bouwen met hout vraagt dus een andere benadering. En ander gereedschap. “Wij liepen ook wel tegen uitdagingen aan doordat het de eerste keer was. De cascoploeg had bijvoorbeeld geen kettingzagen op de bouw, wat wel nodig is als een wand niet past. Zoiets kun je niet met de handzaag op maat maken.” Een andere uitdaging was de tolerantie van 0 centimeter. “De architect heeft het zó getekend dat het precies moest passen. Maar je hebt ook bij hout wel een centimeter of anderhalf speling nodig.”

 

Het voordeel van hout is dat het veel voldoening schenkt. Want wat je maakt, wordt meteen mooi. Al met al komt het erop neer dat bouwen met prefab-hout niet veel moeilijker of makkelijker is dan met prefab beton. Je moet er alleen de juiste mensen voor hebben. En het juiste gereedschap. Dan scheelt het vervolgens in de afbouwfase tijd.

De gelamineerde houten draagconstructie is overgedimensioneerd om te voldoen aan de brandweervoorschriften. De kolommen meten in omtrek 450 x 500 millimeter. “In feite brandt 80 millimeter weg, waardoor er een voldoende constructieve draagkracht overblijft bij een brandwerendheid van 120 minuten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels