nieuws

TivoliVredenburg en het stationsgebied deel 2

Architectuur

Sinds enige tijd is de skyline van Utrecht een nieuw gebouw rijker. Zonder noemenswaardige problemen is naast winkelcentrum Hoog Catharijne Muziekpaleis TivoliVredenburg verrezen. Naast de gerenoveerde, oude Symfoniezaal van Herman Hertzberger, bestaat het uit een stapeling van vier nieuwe zalen die zijn ontworpen door vier coarchitecten. De coördinatie van deze unieke onderneming was toevertrouwd aan Hertzberger. Het gebouw verinnerlijkt de nieuwe stedelijke cultuur van Utrecht en biedt de bezoeker een andere kijk op de stad.

TivoliVredenburg en het stationsgebied deel 2

Dit verhaal van auteur Jaap Evert Abrahamse is gepubliceerd in de Architect, juni 2014. Het wordt in 3 delen online gepubliceerd. Dit is deel 2. Het laatste deel verschijnt op 31 juli.

Tegelijkertijd met de handhaving van de oude concertzaal kwam in Utrecht de schaalvergroting in de cultuursector op gang. Inmiddels was het idee ontstaan voor samenvoeging van Tivoli, SJU en Muziekcentrum Vredenburg. Dit leidde uiteindelijk tot de stichting van een nieuw gebouw, waarin aan de oude zaal een kamermuziekzaal, een popzaal, een crossoverzaal en een jazzclub en -zaal werden toegevoegd.

Zo werd bij de transformatie van Muziekcentrum Vredenburg gekozen voor een nieuwe aanpak. Op kleinere schaal vond hier hetzelfde proces plaats als binnen het masterplan voor het stationsgebied. Ook dit project is in onderdelen opgeknipt. De verbouwing van de grote zaal is gedaan door Architectuurstudio HH (AHH), waar Herman Hertzberger deel van uitmaakt. Er kwam een nieuw plafond in – de ruimte erboven was nodig voor de nieuwe installaties – en de zitplaatsen werden comfortabeler. De tribunes zijn gebleven, maar de nieuwe stoelen zijn breder en bieden meer beenruimte.

Ook zijn de foyers rond de grote zaal ruimer en overzichtelijker gemaakt, door ze een andere indeling te geven en het aantal toegangen terug te brengen van vier naar twee. Zo werd de Grote Zaal in zijn oude glorie hersteld. Eromheen en erbovenop kwamen de andere zalen. De popzaal Ronda ligt aan de noordkant en is de grootste nieuwe zaal. Daarboven liggen ook aan de noordkant de jazzclub en -zaal Cloud Nine en de crossoverzaal Pandora. Daarachter, aan de kant van het Vredenburgplein, ligt de kamermuziekzaal Hertz, ontworpen door Architectuurstudio HH – en vernoemd naar Herman Hertzberger.

Het idee om de zalen te positioneren als onderscheiden biotopen binnen het stedebouwkundige plan van één gebouw riep de vraag op of het geheel door één architectenbureau moest worden ontworpen. Die vraag werd na enige overweging ontkennend beantwoord: binnen het concept van de verticale stad was veelvormigheid en het behoud van de eigen identiteit van de verschillende organisaties een eis. De betrokkenheid van meerdere ontwerpers lag daarmee voor de hand. Tivoli maakte de keuze voor het architectenbureau van Jo Coenen, en de Stichting Jazz Utrecht (SJU) kwam met Architectuurcentrale Thijs Asselbergs op de proppen. Voor de crossoverzaal werd gekozen voor een jonger bureau, NL Architects.

De kamermuziekzaal is ontworpen door Herman Hertzberger en Patrick Fransen van AHH. Zij werden samen ook architectsupervisor van het geheel. Die supervisie richtte zich in de eerste plaats op een goede organisatie van het gebouw, vooral op de plekken waar twee zalen aan elkaar grenzen. De betrokken architecten kregen niet alleen een opdracht voor het interieur van de zaal en de bijbehorende ruimtes als foyers en oefenruimtes, maar ontwierpen ook het exterieur van hun zaal, waardoor gebouwen ontstonden die op zich een geheel vormen, maar in relatie staan tot hun omgeving. Daarbij is de methode van total engineering gehanteerd, waarbij de architect verantwoordelijk is voor het gehele eindproduct, en geen bouwmanagement is ingehuurd. Dat lijkt gunstig te hebben uitgepakt voor het eigen karakter van de onderscheiden delen.

  

Plint aan de gracht

De gemeente Utrecht – nu opdrachtgever van het plan voor het Muziekcentrum – koos ervoor om het programma van eisen beperkt te houden. Dat gaf de afzonderlijke instellingen en de ontwerpers veel vrijheid. Zoals nu te zien is, hebben ze daarvan volop gebruikgemaakt. Tegelijkertijd moest de uitbreiding van het Muziekcentrum plaatsvinden op een beperkte oppervlakte. Verdichting was dus de enige mogelijkheid – het gebouw ging de hoogte in. De ontwerpers kozen voor een structuur met twee zware constructieve kernen met daarin het verticale verkeer. Die structuur ontsluit de verschillende zalen, als takken aan de stam van een boom. Het zalencomplex is opgevat als een verticale stad.

Het eerste ontwerp uit 2003, dat als maquette werd gepresenteerd, had de vorm van een glazen kubus, die over de gesloten schil van het oude Muziekcentrum heen geplaatst werd. Het doet denken aan Rem Koolhaas’ prijsvraaginzending voor de Bibliothèque de France, bestaande uit een glazen schil met daardoorheen zichtbaar de verschillende onderdelen. Een binnenstebuiten gekeerd gebouw, een stapeling van programma’s die overloopt in zijn omgeving. Voor zover dat in het oude Vredenburg nog aanwezig was, werd het idee van een klassiek gebouw – een sequentie van buitenruimte, façade, foyer, zaal – verlaten voor dat van een geklimatiseerde stad in de stad, een driedimensionaal verkavelingsplan onder een glazen stolp, met straten, trappen en pleinen en de zalen als verschillende huizen. Iedere zaal heeft een eigen dak, dat dient als plein of terras. Zo is een serie onderling verbonden stedelijke ruimtes ontstaan met ieder een eigen karakter. Vanuit de tussenruimtes zijn op veel plekken onverwachte uitzichten over de binnenstad.

Het nieuwe complex, met vijf zalen in plaats van één, is te groot om te worden ontsloten vanaf het Vredenburgplein. Daar waren niet alleen de markt, maar ook de nieuwe winkel- en woongebouwen van Corio gepland. Bovendien nam het volume van de expeditie exponentieel toe door de vermeerdering van het aantal zalen. De oplossing daarvoor lag in de al langer bestaande wens om het water terug te brengen in de Catharijnesingel. Het Vredenburgplein wordt winkelplein en het nieuwe muziekgebouw zal aan de andere kant, aan de nog te graven gracht, zijn hoofdingang krijgen, en bovendien een buitenruimte die groot genoeg is voor de 8.000 bezoekers die het gebouw straks kan bevatten. De plint langs de gracht, die anders tussen vrijwel blinde gevels door zou lopen, is op deze manier voorzien van programma. Langs de gracht, aan het voorplein van het nieuwe Muziekcentrum, komen een restaurant en een grand café.

 

De expeditie van het muziekgebouw is veel te massaal om deze op het Vredenburgplein af te wikkelen. Ze moet immers dag en nacht kunnen functioneren. Om de druk op de omgeving niet verder op te voeren, is deze onzichtbaar en onhoorbaar ondergronds geprojecteerd. Zo krijgt de plint in zijn geheel een stedelijk karakter en komt het maaiveldniveau geheel vrij voor de voetganger. Vanuit de ondergrondse centrale ruimte gaan goederen – ongemerkt voor de bezoekers – direct naar de liften die naar de podia gaan. De toegang tot de ondergrondse expeditieruimte ligt aan de zijde van de popzaal, omdat daar het grootste volume aan te verladen materiaal kan worden verwacht.

Wil je dit artikel liever in één keer lezen, met bijbehorende beelden en tekeningen? Dat kan. Via de knop hieronder kun je het juninummer los bestellen.

Actie abonnement de Architect 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels