nieuws

Berlijnse Baugruppen Deel 1

Architectuur

De in tijden van crisis ontstane Duitse ‘Baugruppen’ zijn inmiddels veel meer dan alleen een redmiddel voor jonge architectenbureaus in barre economische tijden. In Berlijn vormen deze bouwgroepprojecten al lange tijd een integraal onderdeel van het nieuwe architectonische landschap. Ze vormen een alternatief voor het traditionele systeem van opdrachtgever en architect.

Berlijnse Baugruppen Deel 1

Dit artikel van onze Duitse correspondent Claus Käpplinger is gepubliceerd in de Architect, juni 2014. Het wordt gepubliceerd in 3 delen. Dit is deel 1. Vertaling: Duo

Architectenbureaus die bouwgroepen bedienen, verschillen qua organisatievorm, werkmethode en stijl sterk van elkaar, maar gaan allemaal uit van een sterke participatie door de gebruikers en de woningeigenaars.

Zelf gegenereerde opdrachten

Toen de opleving van de Duitse hereniging na 2001 werd gevolgd door een diepe economische depressie en bouwopdrachten schaars waren gezaaid, gingen architecten op zoek naar alternatieven voor het traditionele systeem van opdrachtgever en architect. De focus lag daarbij voornamelijk op nieuwe, zelf gegenereerde opdrachten. Dankzij de lage vastgoedprijzen was het voor hen betrekkelijk eenvoudig onbebouwde kavels te vinden op aantrekkelijke locaties in de binnenstad, waarvoor ze eerst concepten ontwikkelden en daarna geïnteresseerden zochten die gezamenlijk wilden wonen.

Grotere projecten

Wat in 2006 door het Duitse architectuurtijdschrift Bauwelt nog werd omschreven als een tijdelijk randfenomeen, is in Berlijn momenteel het werkterrein van ruim vijftig architectenbureaus. Tot nu toe zijn al zeker 150 van deze bouwgroepprojecten gerealiseerd. Toentertijd was het tijdschrift ervan overtuigd dat de bovengrens voor een bouwgroep lag bij tien wooneenheden plus bedrijfsunits. Daarboven zouden het ondernemersrisico en de coördinerende taak voor de architecten als projectontwikkelaars te groot zijn. Deze grens behoort echter al geruime tijd tot het verleden. Enkele architectenbureaus realiseren nu projecten met meer dan 120 wooneenheden. Anderen hebben daarentegen interessante nieuwe samenwerkingsvormen ontwikkeld, om zo samen met twee of drie andere bureaus ook grotere projecten te kunnen verwezenlijken. En een derde groep legde zich naar aanleiding van het grote aantal nieuwe bouwgroepen toe op specifieke taakgebieden, zoals de coördinatie en het beheer van dergelijke projecten.

Processen en personen motiveren

De bureaus die zich met bouwgroepen bezighouden. verschillen qua organisatievorm, werkmethode en stijl sterk van elkaar, maar gaan allemaal uit van een min of meer sterke participatie van de gebruikers en de woningeigenaars. Deze hebben bijvoorbeeld invloed op de indeling van de eigen woning en de gemeenschappelijke ruimtes, maar ook tot aan eventuele aanvullende uitbreidingen en eigen werkzaamheden. Bij dit pakket aan keuzemogelijkheden is het van belang dat architecten in staat zijn processen en personen te motiveren en coördineren. Anders dan bij de meeste andere bouwprojecten, moeten architecten bij bouwgroepen met zestien of meer woningeigenaars over uitstekende communicatieve vaardigheden en niet in de laatste plaats over veel geduld beschikken. Daarbij loopt dit soort projecten een groter risico te stranden. Daar tegenover staan echter de grotere mogelijkheden voor de architect om invloed uit te oefenen op de kwaliteit van het gebouw, het materiaal en de constructie, de functie en de vormgeving. Het is dus niet vreemd dat vele, voornamelijk jonge architecten in de afgelopen jaren een grote interesse hebben opgevat voor deze bouwgroepprojecten.


Betrokkenen tijdens een workshop met de architecten.

Terwijl de woningoppervlaktes van veel projecten vier jaar geleden nog varieerden tussen 80 en 120 vierkante meter, is tegenwoordig bij veel projecten sprake van een aanzienlijk grotere verscheidenheid in afmeting en vorm. Nu de vastgoedprijzen in Berlijn zijn gestegen, tekent zich een nieuwe tendens af. Naast grotere woningen ontstaan kleinere woningen van 46 tot 60 vierkante meter, die niet zelden in hetzelfde gebouw zijn ondergebracht. Terwijl de bouwgroepen voorheen homogeen waren, met overwegend academische gezinnen en stellen in de leeftijd van midden 30 tot eind 40, is het spectrum van geïnteresseerden in sociaal en demografisch opzicht veel heterogener geworden. Sommige woningen worden nu ook primair als investering gebouwd en niet meer uitsluitend voor eigen gebruik. Deze kleinere woningen worden niet meer alleen door de woningeigenaars betrokken, maar ook door de huurders, wat weer leidt tot een betere sociale spreiding.

Bezuinigingen

In tegenstelling tot wat sommige critici beweren, kunnen veel innovaties in principe met bouwgroepen worden uitgevoerd, hoewel iedere architectonische beslissing eerst met de opdrachtgevers moet worden kortgesloten, aangezien zij tenslotte over de prijs, de kostencriteria en de winst beslissen. Hetzelfde geldt voor innovatieve woonvormen of voorstellen voor gemeenschappelijke ruimtes. Deze vallen niet zelden in een later stadium aan de bezuinigingen van de opdrachtgevers ten prooi doordat zij, afgemat door de vele gezamenlijke besluitvormingsprocessen, liever hun toevlucht zoeken tot het vertrouwde motto ‘samen alleen’. En toch zijn in enkele projecten bijzondere voorstellen voor gemeenschappelijke ruimtes en zelfs enkele gevallen van functiemenging in één gebouw gerealiseerd.

Lees morgen deel 2.

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel