nieuws

Scholenbouwatlas, Deel 2

Architectuur

Het belang van goed verbouwen, renoveren en van hergebruik bij basisscholen en kindercentra wordt nog onvoldoende ingezien. Zelden wordt de opgave om het gebouw te laten voldoen aan nieuwe wensen integraal opgelost. Nog te vaak gaan de eerste ideeën uit naar nieuwbouw, in plaats van verbouw. Opdrachtgevers vinden verbouwen ingewikkeld. De scholenbouwatlas biedt informatie om die mindset te veranderen door een overzicht te geven van actuele verbouwopgaven en inspirerende voorbeelden te tonen.

Scholenbouwatlas, Deel 2

Dit artikel van Dolf Broekhuizen verscheen in het meinummer van de Architect, vandaag deel 2

Complexe opgave

Zijn scholen en gemeenten wel voldoende geëquipeerd voor de verbouwopgave? Het krachtenveld rond verbouwen – en nieuwbouw – is complex. Het is uiterst gefragmenteerd. Voor schoolbesturen, die niet gespecialiseerd zijn om op te treden als bouwheer, is het een onzeker traject waar veel bij komt kijken. Er zijn tal van factoren die een verbouwtraject grillig kunnen maken: veel te ambitieuze of juist behoudende wensen van het team; de veelkoppige gemeentelijke diensten en de onzekerheid over raadsbeslissingen; inspraak van de wijk; mogelijkheden die het bestaande gebouw biedt; nieuwe samenwerking met marktpartijen zoals kinderopvang; regelgeving die niet gestroomlijnd is.

Om schoolbesturen en schooldirecteuren wegwijs te maken in de mogelijkheden is april 2014 een instrument gepresenteerd dat de ruimtelijke oplossingen in de Nederlandse verbouwpraktijk op een toegankelijke wijze zichtbaar maakt. De kern wordt gevormd door casestudies. De website scholenbouwatlas.nl laat de mogelijkheden zien om bestaande basisscholen en kindercentra aan te passen aan nieuwe behoeften. Specialisten belichten het complexe verbouwproces. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd voor de scholenbouwatlas komen vijf ruimtelijke verbouwopgaven naar voren: het brede gebouw, opvang, overblijf, gemeenschappelijke ruimte en onderwijsruimte.[vii]

 

 

 
Door gebruik van meubilair wisselen het karakter en de functie van verschillende ruimtes
Stoom architectuur – De Kameleon Heenweg. Fotograaf: Moni van Bruggen

Gebouwen worden multifunctioneler

Een overduidelijke trend is de vorming van kindclusters of kindercentra, waarbij functies rond het kind in een buurt of gemeente geclusterd worden in 1 voorziening. Scholen gaan allianties aan met andere partijen om in te spelen op de specifieke visie van de school en om de karakteristieken van de wijk te benutten. Bekende varianten zijn de brede scholen, Kulturhusen en integrale kindcentra. Achterliggend idee is dat de functieclustering voordelen biedt. Enerzijds functioneel. Door de samenwerking tussen organisaties kan gezamenlijk naar oplossingen worden gezocht. De kwaliteit van het onderwijs en de aanverwante functies hebben wederzijds profijt van elkaars nabijheid. Bovendien kunnen de mogelijkheden van gemeenschappelijk gebruik van ruimten worden benut. Anderzijds gloort een financieel voordeel, alhoewel dat niet altijd realistisch is. In krimpgebieden wordt clustering wel als oplossing gezien om sociale voorzieningen overeind te houden, maar er blijft een bepaalde minimale ondergrens van aantal leerlingen of inwoners noodzakelijk om de voorzieningen ook in financieel opzicht te kunnen voortzetten. Een voorbeeld van een verbouwing uit de scholenbouwatlas die inspeelt op krimp is Brede school De Keerkring in Dordrecht, waarbij vanwege de afname van het leerlingenaantal – in afstemming met twee andere gebouwen in de buurt – de helft van het jaren zeventig schoolgebouw is herbestemd tot kinderopvangfunctie en peuterspeelzaal.

In de Nederlandse praktijk krijgen accommodaties verschillende profielen. Het meest voorkomend zijn Brede scholen met een kindprofiel, waarin het accent ligt op kindfuncties, zoals primair onderwijs, tussenschoolse opvang en buitenschoolse opvang. Andere profielen zijn het ouderprofiel (een ouder-kind centrum) of een buurtprofiel zoals brede scholen met buurtfuncties zoals een vergaderruimtes voor verenigingen, sportaccommodaties voor de buurt, of bijv. een koffiekamer voor de buurt. Daarnaast komen in de praktijk tal van andere varianten voor. Een bijzondere ruimtelijke variant is een functieclustering met een brede schooldeel, waarbij de organisaties afzonderlijk herkenbaar zijn en functioneren, maar gezamenlijke ruimtes delen die geconcentreerd zijn in een collectief gebouwdeel.

 
Onix, speeltuingebouw Vensterschool Oosterpark Groningen, Fotograaf: Rob de Jong

Kinderopvang en peuterspeelzaal integreren

De koppeling van kinderopvang en peuterspeelzalen aan basisscholen is een zeer voor de hand liggende combinatie. Deze trend kreeg een impuls door de motie Van Aartsen-Bos in 2007, die scholen verplichtte voor- en naschoolse opvang aan te bieden indien ouders daarom vroegen. Dat heeft niet alleen geleid tot een toename van de opvangcapaciteit, maar ook tot een aanpassing van basisscholen, indien de opvang werd ingepast in de basisschool. De laatste jaren is de financiële bijdrage van de overheid aan de opvang weer teruggelopen, waardoor ook de behoefte aan het aantal kindplaatsen is afgenomen. Maar ruimtelijk is het nog steeds een opgave om opvang en onderwijs in een gebouw te combineren. Een baby leeft in een andere ruimte dan een twaalfjarige. De afstemming van pedagogische doelen voor kinderen in de leeftijd van nul tot twaalf jaar leidt tot complexe omgevingen waarin geleerd, gespeeld, gegeten, geslapen en gerecreëerd wordt. Oftewel: deze kindvoorzieningen evolueren tot gebouwen waar kinderen de hele dag, vijf dagen per week en tijdens schoolvakanties kunnen verblijven. Ruimtelijk dienen de sfeer en functionaliteit op die mix aan functies te worden aangepast.

In de praktijk krijgt dat vorm in voorzieningen die ruimtes met elkaar delen of juist gescheiden van elkaar functioneren. Dubbelgebruik met wisselwanden wordt wel toegepast, waarbij ruimtes door middel van een mechanische handeling (schuifwand, bergingen) van karakter en functie kunnen veranderen. De opvang kan in een deel van de basisschool worden ondergebracht, in een afzonderlijke vleugel of in een vrijstaand gebouw op het terrein. In dat laatste geval is het gevoel van de kinderen ‘ergens anders te zijn’ het grootst. Als de kinderen steeds langer op basisscholen verblijven is het belangrijk dat het onderscheidt tussen de leer en leefgebieden duidelijk wordt vormgegeven.

Dit artikel wordt in delen gepubliceerd. Gisteren verscheen deel 1, kijk morgen op onze website voor deel 3.

Bronnen:
[vii] A. Fuchs (e.a.), Samen. Passende huisvesting voor passend onderwijs, Bussum 2012

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels