nieuws

Scholenbouwatlas, Deel 1

Architectuur

Het belang van goed verbouwen, renoveren en van hergebruik bij basisscholen en kindercentra wordt nog onvoldoende ingezien. Zelden wordt de opgave om het gebouw te laten voldoen aan nieuwe wensen integraal opgelost. Nog te vaak gaan de eerste ideeën uit naar nieuwbouw, in plaats van verbouw. Opdrachtgevers vinden verbouwen ingewikkeld. De scholenbouwatlas biedt informatie om die mindset te veranderen door een overzicht te geven van actuele verbouwopgaven en inspirerende voorbeelden te tonen.

Scholenbouwatlas, Deel 1

Dit artikel van Dolf Broekhuizen verscheen in het meinummer van de Architect, vandaag deel 1

Veel achterstallig onderhoud

De verbouwopgave bij basisscholen en kindercentra is groot. Vorig jaar kwam een gezaghebbend onderzoeksbureau met alarmerende berichten over de kwaliteit van schoolgebouwen. Uit onderzoek dat was uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW kwam naar voren dat tachtig procent van de schoolleiders de kwaliteit van de huisvesting onvoldoende vond.[i] Na onthutsende statements in de media werd het al snel weer stil. Wie geregeld scholen bezoekt zal het niet snel ontgaan: uitzonderingen daargelaten is het in veel basisscholen armoede troef. Het is niet alleen rommelig en onrustig, het is ook nog ongezond, omdat het binnenklimaat meestal onder de maat is. Dat gaat niet alleen ten koste van de gezondheid van de leerlingen en personeel, ook de leerprestaties en het algemeen welbevinden hebben er onder te leiden.

 DAT Architecten – Brede school de Waterhoef. Fotograaf: Petra Appelhof

Als er al iets aan het schoolgebouw of kindercentrum verandert is dat zelden optimaal afgewogen. Zo nu en dan verschijnen in de landelijke media knappe technische vondsten, zoals een slimme verlichting die aangepast kan worden aan de activiteiten, of een apparaat dat het binnenklimaat van een specifiek lokaal op peil brengt. Maar echte oplossingen bieden dergelijke incidentele ingrepen nauwelijks. Ze worden vaak ad hoc uitgevoerd, zodat op de korte termijn de behoefte is bevredigd, maar op de lange termijn komt het de kwaliteit niet ten goede. Ook door onderhoud kan een gebouw verrommelen, chaotisch en onsamenhangend worden.

Verbouw, in plaats van nieuwbouw

Goed verbouwen, waarbij de aanpassingen en onderhoudsingrepen aan het gebouw op een integrale wijze worden afgewogen, is een belangrijke ontwerpopgave voor de komende jaren. Voor de meeste schoolbesturen is die opgave complex. Het is helaas zo dat scholen bij het realiseren van ambities vooral aan nieuwbouw te denken. Het oude gebouw heeft afgedaan, tijd voor een nieuw – is de gedachte. Commerciële adviesbureaus die in het kader van gedelegeerd opdrachtgeverschap het programma van eisen formuleren in opdracht van  schoolbesturen, kiezen vaak voor standaard programma’s van eisen voor nieuwbouw, in plaats van eerst de mogelijkheden van verbouw te onderzoeken, stelt architect Haiko Meier van Onix in 2009: ‘Te vaak constateren wij dat bij voorbaat al is uitgegaan van sloop van bestaande bebouwing, terwijl gedeeltelijke inpassing ervan niet alleen vanuit budgettaire overwegingen kansrijk is, maar soms ook bijdraagt aan de identiteit van het nieuwe complex.’[ii]

  en| en| architecten, Spilcentrum De Barrier, fotograaf: Bas Gijsselhart

Maar enkele jaren later lijkt die reflex langzaam te veranderen. In enkele gemeenten is zelfs een nieuw mantra in zwang. Verbouw, transformatie en renoveren komt in de plaats van nieuwbouw. Zo is in Eindhoven sinds enkele jaren gemeentelijk beleid ‘transformatie tenzij’. Dat betekent dat bij het integraal huisvestingsplan een samenhangende aanpak is van schoolaccommodaties met daaraan gekoppeld afspraken over het voorkomen van leegstaande lokalen en het stimuleren van hergebruik van bestaand maatschappelijk vastgoed. De economische crisis sinds 2008 en de crisis in de bouw spelen daarbij een rol, omdat scholen nu meer gedwongen worden zich af te vragen wat de mogelijkheden zijn van het bestaande gebouw. Maar de uitstraling van de wijk en maatschappelijke overwegingen kunnen evengoed doorslaggevend zijn: ‘Er was veel draagvlak bij de bewoners om het gebouw te behouden.’ zegt de manager van het spilcentrum (brede school) De Barrier in Eindhoven: ‘Het is een spil in de wijk. Zelfs onze schoolklok in het fiere torentje dat het dak bekroont, creëert identiteit en een wijkgevoel.’[iii]

Indicatoren voor een groeimarkt

Basisscholen krijgen binnenkort meer mogelijkheden om te verbouwen, doordat ze in januari 2015 meer zeggenschap krijgen over het buitenonderhoud en aanpassingen van het gebouw.[iv] Ook zien we een groter draagvlak in de algemene opinie voor duurzaamheidsoverwegingen. Steeds vaker is er bij scholen het besef dat erfgoed en hergebruik kwaliteit bieden die nieuwbouw niet vanzelfsprekend heeft. Dat blijkt ook uit gebruikerservaringen die in de scholenbouwatlas zijn opgenomen: ‘In het oude zustergebouw, waar de babygroep zit, zitten hele bijzondere ramen, met kleine ruitjes. Die kunnen we ook openzetten. Dat geeft een prachtige huiskamersfeer. Vanwege die sfeer is dit gebouw uniek. De rust en ruimte komen ten goede aan onze kinderen.’ stelt de locatiemanager van Brede school Waterhoef in Oisterwijk. [v]


en| en| architecten, Spilcentrum De Barrier, fotograaf: Bas Gijsselhart

Andere indicatoren wijzen eveneens in de richting van verbouwen. Het Economisch Instituut voor de Bouw (ECB) verwacht dat renovatie en het aanpassen van scholen aan passend onderwijs een groeimarkt is. Tegelijk constateert het onderzoeksinstituut dat de vraag naar uitbreiding van onderwijsvastgoed in de verwachtingsscenario’s af neemt, vanwege de daling van het aantal basisschoolleerlingen. Een trend die overigens nog steeds voortzet, want het ECB verwacht dat de afname van het leerlingenaantal pas in 2022 op zijn laagst zal zijn.[vi] Dat betekent dat krimp een opgave is bij scholenbouw, stelde ook de Onderwijsraad in zijn advies ‘Grenzen aan kleine scholen’ (2013).

Kijk morgen op onze website voor deel 2

Bronnen:


[i] Oberon, Monitor kwaliteit onderwijshuisvesting po en vo. Nulmeting 2013 eindrapportage, 2013

[ii] H. Meijer, ‘Weinig oog voor mogelijkheden hergebruik’, in: J. Rodermond, G. Wallagh, A. van der Leun (red), Geen meter teveel. Agenda scholenbouw, Rotterdam 2009, p. 53-54

[iii] Interview auteur met Harry Voss, directeur basisschool De Opbouw en manager Spilcentrum De Barrier, in: Scholenbouwatlas.nl

[iv] Zie het artikel van Marco van Zandwijk in dit nummer van de Architect

[v] Interview auteur met locatiemanager Erik Verzijden, Kinderopvang Humanitas, Brede school Waterhoef, Oisterwijk, in: Scholenbouwatlas.nl

[vi] Economisch Instituut voor de Bouw, Bouwen voor het onderwijs. Perspectief voor de Nederlandse bouw, Amsterdam augustus 2013

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels