nieuws

Intellectual crisis?

Architectuur

Architectuurtheorie en de praktijk lijken vaak een gescheiden bestaan te leiden. Waar de praktijk aanloopt tegen een toenemende complexiteit van de bouwopgave, zit de theorie vaak vast in metatheoretische ideeën die niets met de praktijk te maken hebben. Sinds de financiële crisis lijkt de bouwpraktijk ook in crisis met zichzelf. De rol van de architect wordt veel bediscussieerd. Zitten we in een intellectuele crisis? Tijdens een filosofische debatavond over theorie en ideologie in architectuur stond deze vraag centraal.

Intellectual crisis?

Verslag door Willem Wopereis
Filosofisch debatavond Argus

De theorie van de vrije markt leek afgelopen decennia de enige theorie waarin werd geloofd. Er is veel gebouwd voor ‘geld’ in plaats van voor mensen. En juist hier zijn architecten de mist ingegaan. Volgens Jacob Voorthuis moeten architecten weer nadenken voor wie ze bouwen, en dat zijn meer partijen dan de opdrachtgever.

Theorie, praktijk en filosofie

In zijn betoog zet Voorthuis de termen duidelijk op een rij: praktijk gaat over dingen doen, theorie gaat over ideeën over deze praktijk, filosofie gaat over denken over zowel theorie als praktijk. Hij snapt dan ook niets van de architecten die zich praktische architect noemen, en zeggen geen theorie nodig te hebben. Iedereen doet aan theorie. Zeggen dat je niet aan theorie doet is ook een theorie, maar wel een  anti-intellectuele theorie die vooral pretentieus is. Het insinueert dat je iets doet zonder er over na te denken.

 

De veranderlijke werkelijkheid

John Habraken hekelt dat architecten graag over zichzelf praten, maar niet over architectuur. Anders dan bij veel andere beroepen is er geen ‘knowledge base’ waar consensus over is. Wat architecten wel hebben is ideologie. Maar het probleem hiervan is dat die er vaak vanuit gaat dat alles wat ontworpen wordt zo blijft en dat de architect alles kan controleren.

Als er geen knowledge base is, waar halen architecten dan hun kennis vandaag? Habraken benadrukt dat de theorie zich moet richten op de gebouwde omgeving zoals die er is. Niet als een statisch gegeven, maar als een levend organisme dat aan verandering onderhevig is. De intellectuele vraag waar theorie om zou moeten draaien: Wat kunnen we doen om de gebouwde omgeving te verbeteren en eraan bij te dragen?

Modernisme is passé

Maar volgens Mitesh Dixit gaan we zo de antwoorden niet vinden. We moeten alles wat er is in twijfel trekken. Er is volgens hem geen intellectuele crisis. Het probleem is dat we de nieuwe wereld proberen te begrijpen met oude modernistische modellen en denkbeelden. Het modernisme wilde alles labellen in tegenstellingen, maar de wereld van nu is veel complexer.


vlnr: Mitesh Dixit, Jacob Voorthuis, Tom Avermaete, John Habraken, Harm Tilman (moderator)

De academische omgeving is gericht op het vinden van antwoorden, terwijl intellectuelen juist vragen zouden moeten stellen. Want in deze postmoderne wereld gelden de regels van het modernisme niet meer. Dixit pleit voor geweld om een fundamentele systeemverandering teweeg te brengen. Geen fysiek geweld, want taal is het meest hevige wapen dat we hebben. Daarbij haalt hij Zizek aan, die Gandhi gewelddadiger noemde dan Hitler.

Denken met je handen

Maar waar zouden die vragen dan over moeten gaan? Volgens Tom Avermaete zijn theoretici vergeten zich bezig te houden met de kern van het vak. Het filosofische denken in metatheoretische perspectieven van onder anderen Foucault kan niet wordt toegepast tijdens het ontwerpproces. De intellectuele kaders zijn hopeloos simplistisch vergeleken met de complexiteit van de architectuurpraktijk.

Volgens Avermaete moeten er nieuwe denkkaders komen waarmee gebouwen kunnen worden bediscussieerd. Met dezelfde kaders waarmee de bestaande omgeving wordt besproken moet over ontwerpen worden gesproken. Hierbij is het van belang niet alleen te denken. Er is geprobeerd het te doen zoals politici, maar we moeten denken door te doen. De progressieve dimensie van het beroep moet worden benadrukt. Architecten kunnen ideeën vertalen in nieuwe modellen. Hiervoor moeten ze zowel naar het verleden en de toekomst kijken.

 

Geen vaste antwoorden meer mogelijk

Op vragen uit het publiek kwam een antwoord meermaals naar voren, namelijk dat door de complexiteit van de wereld geen vaste antwoorden meer mogelijk zijn. Elke vraag vraagt om een specifiek antwoord, elke opdracht vraagt om een specifiek ontwerp. Generaliserende theorieën zijn wat  dat betreft niet meer van deze tijd maar dat betekent niet dat er geen theorie nodig is. Hoewel Dixit en Habraken soms lijnrecht tegenover elkaar leken te staan, leken ook zij elkaar op dit punt te vinden.

De vraag is waar we de antwoorden gaan vinden. Bedenken we compleet nieuwe antwoorden voor een nieuwe postmoderne wereld, of kijken we naar de bestaande wereld? Volgens Habraken zitten we in een transitie en realiseren architecten  zich dat ze niet meer de enigen zijn die de bebouwde omgeving maken. We moeten bottom-up initiatieven omarmen en mensen engageren.

Het levende organisme van de bebouwde omgeving vraagt architecten dus om zich opnieuw te positioneren. Met theorie in het hoofd en met de handen uit de mouwen in de praktijk. Wat die positie dan precies wordt? Waarschijnlijk is ook daar geen eenduidig antwoord meer op.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels