nieuws

Discussie over BeroepsErvaringPeriode 1

Architectuur

Vanaf 1 januari 2015 kun je je als afgestudeerde niet langer architect noemen. De titelbescherming voor architecten wordt aangescherpt met een verplichte beroepservaringsperiode(BEP). Maar wie betaalt dat? Neemt de beroepsgroep verantwoordelijkheid? Ontstaat er zo ongelijke concurrentie?

Discussie over BeroepsErvaringPeriode 1

Door Willem Wopereis 

Al meer dan 10 jaar wordt gesproken over de BEP. Elke afgestudeerde die zich vanaf volgend jaar wil inschrijven in het architectenregister zal eerst twee jaar praktijkervaring op moeten doen. Nu de plannen concreter worden groeit het verzet. Studenten uit Delft zijn een petitie gestart tegen de invoering, deze is inmiddels 600 keer getekend. Ze zijn tegen de hoge kosten en de oneerlijke concurrentiepositie van de nieuwe generatie. Om helderheid te scheppen hebben wij Mirjam del Canho, directeur van het architectenregister, om een reactie gevraagd.

Achtergrond

De regeling is onderdeel van de hervorming van de Wet op de Architectentitel (WAT), verplichte bij- en nascholing voor bestaande titeldragers en de BEP moeten van de titel een krachtiger kwaliteitsinstrument maken. Vanwege de maatschappelijke verantwoordelijkheid van architecten in een toenemend complexe bouwwereld, wordt praktijkervaring een vereiste voor een titel. Hiermee sluit Nederland zich aan bij omringende landen die al langer een dergelijk systeem kennen.

Of de regeling gaat aansluiten bij de realiteit is de vraag. De positie van de afgestudeerde architect is sinds de crisis erg verslechterd. Vanwege de krappe arbeidsmarkt hebben velen zich om laten scholen, anderen werken structureel onderbetaald. Hoewel het niet is toegestaan, nemen sommige bureaus gerust afgestudeerden aan tegen een stagevergoeding. Zowel grote als kleine bureaus hebben sterk moeten snijden, veel architecten zijn hierdoor zelfstandig doorgegaan. De vraag is welke bureaus nu bereid zijn de kosten van de BEP te dekken. De beroepsgroep moet zelf verantwoordelijkheid gaan nemen, maar zijn zij hier toe in staat?

Op 10 april is op de faculteit Bouwkunde in Delft een informatiebijeenkomst over de BEP gehouden. Studenten lijken nu pas de consequenties in te zien. Tijdens de BEP zal onder begeleiding van een zelf te regelen ‘mentor’ twee jaar betaald werkervaring worden opgedaan binnen verschillende fases van het bouwproces. Tevens moet je ‘modules’ volgen waardoor je kunt voldoen aan de eindtermen voor het behalen van de titel.

Petitie

Hieronder een overzicht van de punten uit de petitie, voorzien van commentaar en de reacties van Mirjam Del Canho, directeur van het Architectenregister.


Mirjam del Canho – Directeur Architectenregister

1. Wie betaalt dat?

Het eerste punt van de petitie betreft de hoge kosten van 6000 euro per architect.

Hoe zit dit? In de folder van het AR valt te lezen: “Als je in loondienst werkt, ligt het voor de hand dat de werkgever geheel of gedeeltelijk bijdraagt aan de kosten.” Echter zijn hierover geen concrete afspraken gemaakt. Onze blogger Regien Kroeze nam vrijwillig deel aan het ervaringstraject van de Stichting Post Academisch Onderwijs (voorheen: Stichting BEJAS)  en ontdekte dat het lastig is om het vergoed te krijgen door je werkgever. Zelfs grote bureaus laten het hun medewerkers geheel of gedeeltelijk zelf betalen. Omdat afgestudeerden zich vanaf 2015 niet meer meteen architect mogen noemen, wordt ervan uitgegaan dat zij tijdens de geïntegreerde BEP betaald krijgen volgens schaal F in plaats van G. Hierdoor gaan ze er in twee jaar 3600 euro netto op achteruit.

In een reactie stelt Del Canho dat het wat kosten betreft ingewikkelder is. Ten eerste heeft het Architectenregister op dit vlak geen bevoegdheden. Anderzijds is het een serieus punt in de huidige marktomstandigheden. Het is niet de bedoeling dat de kosten de registratie zullen belemmeren. Om die reden wil het register zich dan ook inspannen om met andere partijen naar oplossingen te zoeken. Het bedrag van 6.000 euro voor twee jaar, dat zou moeten worden betaald als een geïntegreerd (gestructureerd) programma via de Stichting Post Academisch Onderwijs wordt gevolgd, wordt weliswaar genoemd, maar exacte bedragen zijn op dit moment nog helemaal niet bekend. Er is ook een andere mogelijkheid om de beroepservaringperiode te doorlopen: de zelfstandige route. Hierbij moet je zelf zorgen dat je aan de eindtermen voldoet. Mede door het volgen van beroepservaringsmodules kan aan de eindtermen worden voldaan. De kosten van deze modules, die je zelf moet betalen, zijn sterk afhankelijk van de eigen invulling door de kandidaat.

In beide gevallen is een mentor, werk, persoonlijk ontwikkelingsplan en een logboek nodig. Het vinden van werk, hetzij op een bureau, hetzij als zelfstandige, is in deze tijden het moeilijkste onderdeel. Zowel bij het geïntegreerd programma als bij de zelfstandige route voer je een start- tussen- en eindgesprek, in de eerste situatie met een Commissie van de Stichting, in het tweede geval met de onafhankelijke Commissie Beroepservaringsperiode. Door het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan en het bijhouden van een logboek kun je je ervaring aantonen. Als een afgestudeerde bij een bureau in een lagere loonschaal valt, mag van het bureau verwacht worden dat die de kosten voor de BEP zullen voldoen, aldus Del Canho.

2. Langer studeren?

De initiators van de petitie voeren aan dat de studieperiode eigenlijk met twee jaar wordt verlengd. Om tot de eindtermen voor de titel te komen zullen namelijk verplicht bepaalde beroepservaringmodules moeten worden gevolgd.

Hoe zit het precies? Tijdens de BEP ben je werkzaam in verschillende fases van het bouwproces. Voor de eindtermen waar je niet aan kunt voldoen binnen je werk, moeten modules worden gevolgd. Dit alles onder begeleiding van een mentor: een werkzame architect met minimaal 3 jaar ervaring. Deze mentor moet je overigens zelf regelen, of er genoeg zijn is de vraag. Het register bereidt wel de oprichting van een ‘makelaarspunt’ voor mentoren voor.

Del Canho benadrukt dat het tijdens de beroepservaringsperiode om betaald werk gaat en dat er nadrukkelijk geen sprake is van een onderwijssituatie, maar eerder van reflectie op de beroepspraktijk. Als je werk hebt gevonden, ga je dus gewoon aan het werk zoals voorheen, met het verschil dat je in de eerste twee jaar versnelt beroepservaring opdoet. Je kunt via een bureau aan de slag, maar tevens als zelfstandige. De ‘studielast’ zit hem in het bijhouden van het logboek en het volgen van modules. In het geïntegreerde programma, zoals dat tot op heden werd aangeboden, zijn 10 bijeenkomsten van 4 uur per jaar ingepland. Bij de zelfstandige route kan men dit in overleg met de Commissie Beroepservaringperiode zelf invullen. Hierbij is het natuurlijk wel de bedoeling dat een vergelijkbare inspanning plaatsvindt.

De beroepservaringmodules kunnen door verschillende partijen worden aangeboden, maar moeten wel erkend worden door het architectenregister. Op dit moment zijn een aantal partijen losse modules aan het voorbereiden. In de zomer worden de officiële aanvragen verwacht, waardoor hierover meer duidelijkheid komt, aldus Del Canho. Voor een tekort aan mentoren is ze niet bang. In de afgelopen jaren bleek dit geen probleem te zijn en een aantal architecten hebben zich al aangemeld als mentor.

 

3. Wie gaat er nog stagelopen?

Volgens de petitie wordt stagelopen ontmoedigd doordat stages in eerste instantie niet meetellen voor de BEP. Het niveau van afgestudeerden zal hierdoor dalen en het aanbod van stagiairs zal afnemen.

Niet elke stage kan meetellen, bevestigt Del Canho. Het moet wel om relevante ervaring gaan en bovendien is de beroepservaringperiode bedoeld voor afgestudeerden met een master. Maar als voor een stage een duidelijk plan wordt opgesteld dat vooraf aan de commissie wordt voorgelegd en wordt geaccepteerd, kan aan bepaalde eindtermen worden voldaan. Dit kan dus meetellen voor de beroepservaring, maar de gehele periode nooit vervangen. Het effect hiervan zou kunnen zijn dat studenten tijdens hun studie bewuster stage gaan lopen.

4. Is het een financiële barrière?

“In een tijd waarin afgestudeerde architecten structureel onderbetaald worden en gerenommeerde architectenbureaus failliet gaan, zijn de kosten van de nieuwe regeling een extra barrière voor groei en ontwikkeling”, stelt de petitie.

Zoals onder het eerste punt is besproken is het de bedoeling dat architectenbureaus de kosten gaan dekken. Zij kunnen deze gedeeltelijk compenseren als de afgestudeerde lager wordt ingeschaald. Het moet dan dus wel zo zijn dat het bureau de kosten betaalt. Het loon dat de afgestudeerde misloopt door de lagere inschaling is de eigen bijdrage aan de titel.

Volgens Del Canho is deze titel echter een investering in de toekomst, binnen Europa wordt deze steeds belangrijker. Het register merkt dat er steeds meer aanmeldingen zijn. Ze verwacht dan ook niet dat de waarde van de titel afneemt.

5. Neemt de beroepsgroep verantwoordelijkheid?

Het laatste punt van de petitie betreft de concurrentie tussen generaties. De kosten van de architect in opleiding maken het onaantrekkelijk om afgestudeerden aan te nemen. Voorgaande generaties die net buiten de regeling vallen zullen hierdoor in het voordeel zijn. Er ontstaat zo ongelijke concurrentie tussen de gevestigde orde en de generatie zonder papieren.

Zoals we hebben gezien zullen de kosten voor architectenbureaus niet veel verschillen. Het komt meer aan op de bereidheid om tijd te steken in het mentoren en begeleiden van de jonge generatie. Een jonge architect zal sowieso begeleid moeten worden, of hij nu papieren heeft of niet. Omdat het om titelbescherming gaat en niet om beroepsbescherming, kun je natuurlijk altijd zonder titel aan de slag gaan, zoals onze blogger René Erven beschrijft. In de designwereld wordt dit ook gedaan.

In een reactie stelt Del Canho dat het unieke van de totstandkoming van de beroepservaringsperiode is, dat het geïnitieerd is door de beroepsgemeenschap voor de beroepsgemeenschap in een traject dat meer dan tien jaar beslaat. In die periode hebben veel architecten zich belangeloos ingezet om het vak voor jonge generaties te versterken en in de pas te lopen met andere vergelijkbare beroepsgroepen en met architecten in andere landen.

Helaas is het duidelijk dat de beroepsgroep niet altijd netjes omgaat met jonge werknemers. Del Canho bevestigt: de marges zijn smal, het aanbod is groot en het is verleidelijk hier gebruik van te maken. Afgestudeerden dragen hieraan zelf ook bij door onder de prijs te werken. Je kunt natuurlijk ook aangenomen worden zonder een beroepservaringperiode in te gaan, maar als je beroepservaring hebt opgedaan ben je beter geëquipeerd dan voorgaande generaties en daardoor juist aantrekkelijker!

Dit is overigens de verantwoording van de beroepsgroep, waar volgens Del Canho het architectenregister niet in kan treden. Als in de praktijk blijkt dat het niet zo werkt, kunnen zij zulke situaties wel onder de aandacht brengen. Maar de beroepsgroep moet zelf de verantwoording nemen voor de jonge generatie. Waar het volgens haar om draait is dat de hele branche zorgt dat deze zichzelf op hoog niveau houdt. De titel houdt zijn waarde als hier meer voorwaarden aan verbonden zijn. Het gaat erom dat de hele beroepsgroep zichzelf bij- en naschoolt. Andere vrije beroepen kennen al een dergelijk systeem.

En nu?

Een aantal zaken is nog niet helemaal duidelijk. Wie gaan bijvoorbeeld de modules aanbieden en wat is precies de inhoud hiervan? Zal of kan de beroepsgroep zijn verantwoordelijkheid wel nemen in moeilijke tijden? Ontstaat er een concurrentieverschil tussen verschillende generaties? Welke titel draag je straks als je bent afgestudeerd? Na aanleiding van dit artikel is een reactie gevraagd aan de initiators van de petitie. Hierover volgende week meer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels