nieuws

Ontwerpkritiek is niet dood

Architectuur

Dat is de conclusie van de organisatie van de Pruys Bekaert-prijzen voor architectuur- en designkritiek, die vorige week zijn uitgereikt in Amsterdam. De hoge kwaliteit van de genomineerde artikelen en in het bijzonder die van de winnende kritieken toont volgens Archined en Designplatform Rotterdam aan dat er grote behoefte is aan een voor iedereen toegankelijke ideeën- en gedachtewisseling op intellectueel niveau. Marit Overbeek was erbij en doet verslag.

Ontwerpkritiek is niet dood

De liefde tussen organisatoren Archined en Designplatform Rotterdam ontstond door een gedeelde verbazing. Allebei hoorden ze voortdurend klachten over dat er geen architectuur- en designkritiek (meer) zou zijn. Daarom tuigden ze een uitgebreid programma op om de dialoog tussen ontwerper, criticus en ‘het grote publiek’ te stimuleren. Naast diverse evenementen zoals een expertmeeting en Critics Night is een prijsvraag voor de ‘meest voorbeeldige’ kritieken opgezet, vernoemd naar de schrijvende ontwerper Simon Mari Pruys en architect en publicist Geert Bekaert. Blijkbaar is er meer geschreven kritiek dan gedacht; er waren 61 artikelen ingestuurd voor de designkritiekprijs en 97 artikelen op het gebied van architectuurkritiek.


Organisatoren Marina van den Bergen, hoofdredacteur Archined, en Lucas Verwey van Designplatform Rotterdam, trapten samen de prijsuitreiking af.

Inhaalslag voor design

De enorme variatie in genres en de diverse leeftijden en achtergronden van de auteurs die stukken inzonden voor de Simon Mari Pruysprijs vielen de jury op. “Blijkbaar maakt designkritiek een inhaalslag”, aldus Dingeman Kuilman. “In tegenstelling tot bij architectuur is theorievorming niet academisch ingebed.” Frederike Huygen denkt dat in dit verband de academische leerstoelen over design in Leiden en Amsterdam bijdragen aan de hoeveelheid en het niveau van designkritiek.

Ondanks dit positieve resultaat merkt de jury op dat designkritiek nauwelijks een plek krijgt in Nederland. “Een land dat zich afficheert met de creatieve industrie en die grootscheeps ondersteunt, kan naar de mening van de jury niet achterblijven waar het om reflectie gaat.”


De prijsuitreiking vond plaats in de Salon in De Balie, Amsterdam.

Voor de Simon Mari Pruys-prijs nomineerde de jury drie artikelen: Wat doet het model ? van Sander Manse, Open Design van Joana Ozorio de Almeida Meroz en Rachel Griffin, en Dirty Design van Marjanne van Helvert. De afstudeerscriptie van Design Academy-student Manse, gepubliceerd op zijn eigen website, is uitgeroepen tot winnaar, omdat “zijn verhaal getuigt van visie, oorspronkelijkheid, schrijftalent en van onderzoekend vermogen. De tekst is naar de mening van de jury interessant voor de hele ontwerpgemeenschap. Het onderscheid tussen prototype en model kan een bijdrage leveren aan het verhelderen van de discussie over het begrip ‘conceptuele vormgeving’, en daarmee van de verschillende posities die ontwerpers kunnen innemen.” Van sponsor Jongeriuslab ontving Manse een ‘beker’ en een prijs van 1000 euro.


Rechts winnaar Sander Manse van de Simon Mari Pruysprijs 2014.

Zenden

Vers bloed en optimisme dus in de designkritiek, maar in de categorie architectuurkritiek was de toon negatiever. De bonte verzameling teksten die de jury van de Geert Bekaertprijs moest beoordelen, leidde bij een jurylid tot de verzuchting: “Weet men nog wat de betekenis van kritiek is? Als criticus ben je onderdeel van het discours, maar de meeste auteurs lijken alleen te zenden.”

Ook vond de jury het zorgwekkend dat geen van de teksten was gepubliceerd in dagbladen. “Om werkelijk een discussie te voeren over de legitimiteit van architectuur, stedebouw en landschapsarchitectuur dient het architectuurdebat te worden ingebed in het algemene debat.” Ze riepen dagbladen op architectuurkritiek in de geest van Geert Bekaert weer op te nemen in de pagina’s.

Vak in verwarring?

Aangezien onderwerpen als stedebouw, landschap en infrastructurele werken ontbreken en nieuwe ontwikkelingen blijven steken in beschrijvingen, constateert de jury dat architectuur een vakgebied in verwarring is. Bovendien merken ze op dat “een kritische houding minder evident is, het is immers onbekend met wie de ontwerper of auteur morgen aan de onderhandelingstafel zit.”


Aaron Betsky reageerde op de door hem gewonnen Geert Bekaertprijs via Skype.

Van jurylid Ed Taverne klonk de positieve noot: volgens hem is architectuurkritiek in het algemene debat springlevend. “Op blogs en op Twitter wordt enorm veel gesproken over architectuur! Dat er energie en ambitie is, is een hele goede ontwikkeling.”

Onderonsje

De keuze van de jury viel op drie teksten die “oorspronkelijk en gezaghebbend zijn, en een beetje schuren”. De genomineerde teksten waren Plain Weirdness. The architecture of Neutelings Riedijk van Aaron Betsky, Thinking inside the Box van Thomas Daniell (voor het blad MARK), en Blinde Ramen van Bart Verschaffel (voor A+). “Een onderonsje”, “gevestigde namen”, klonk het in de zaal. Maar de jury besloot ook een eervolle vermelding toe te kennen aan Architectuurspelen van Martin van Schaik, een boekrecensie over Atelier Bow Wow.

Betsky kreeg de prijs het essay Plain Weirdness over het oeuvre van Neutelings Riedijk, dat hij in opdracht van het bureau had geschreven. De jury oordeelde: “De tekst getuigt van de grote reikwijdte en kennis van de auteur over zijn onderwerp zonder dat dit tentoon wordt gespreid. Het artikel is rijk, beeldend en met veel liefde geschreven. Er spreekt passie en oorspronkelijkheid uit. Het stimuleert tot schrijven van een goede kritiek; de auteur kijkt aandachtig en neemt de tijd waardoor de lezer zich een goed beeld kan vormen van de eigenzinnigheid van de beschreven architectuur.”


Nanne de Ru overhandigde de Geert Bekaertprijs aan Michiel Riedijk, die hem in ontvangst nam voor Aaron Betsky.

Doorzetten van werk

Architect Michiel Riedijk nam de prijs namens Betsky in ontvangst, uit handen van architect Nanne de Ru, die met zijn bureau Powerhouse Company de Geert Bekaertprijs sponsorde. Wat de architecten zelf van het niveau van architectuurkritiek vonden? De Ru stelt dat er “veel te veel wordt geciteerd van elkaar” en dat meer dan de helft van zijn ideeën in Villa 1 niet zijn opgemerkt of onderzocht. Embedded criticism, zoals in het geval van Neutelings Riedijk en Betsky, kan volgens Riedijk alleen op basis van vertrouwen. De tekst van Betsky is door hen niet nagelezen voor publicatie. Betsky stelt dan ook: “De criticus is geen vijand van de maker, maar iemand die zijn werk doorzet.”

Voor de aanstormende criticus die wil weten wat nu precies goede design- of architectuurkritiek is, gaf de prijsuitreiking geen eenduidige antwoorden. Achter de schermen was te horen dat wat het ene jurylid ontzettend goed vond, de ander helemaal niet zag als kritiek. De lijst met criteria in de juryrapporten is dan ook lang, maar het lezen daarvan en van de genomineerde artikelen kan verhelderend zijn. Bovendien begint over twee jaar de discussie opnieuw met een tweede editie van de Pruys Bekaertprijzen, een teken dat er grote behoefte is aan de gedachtewisseling hierover.

Alle juryrapporten en genomineerde teksten zijn hier te lezen.

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel