nieuws

Post-recessievisie voor Pastoe

Architectuur

Nieuwe tijden breken aan voor Pastoe. Begin november maakte het Utrechtse meubelmerk bekend dat Rudy Stroink is benoemd tot algemeen directeur. De voormalige projectontwikkelaar volgt Harm Scheltens op, die na de grootse jubileumviering in 2013 opnieuw het roer in handen nam. Stroink is aangetrokken om het meubelmerk te verbinden met een jonge generatie consumenten en ontwerpers, en de productie in Nederland te behouden, maar efficiënter te organiseren.

Post-recessievisie voor Pastoe

Auteur Marit Overbeek

De keuze voor Stroink als directeur mag op het eerste gezicht opmerkelijk zijn, Stroink zegt dat hij “grote affiniteit heeft met meubels en interieur en is opgeleid als architect”. Daarnaast stelde Harm Scheltens dat hij op dit moment vooral een organisator nodig heeft. Pastoe staat voor een aantal grote uitdagingen. De recessie brengt de meubelmarkt zware slagen toe, waar het bedrijf op dient te reageren.

 

Daarnaast dient de productie te worden verhuisd uit het fabriekscomplex op het Utrechtse Rotsoord. Het monumentale gebouw is te groot om de kleine productiefaciliteiten nog rendabel te huisvesten en de uithuisplaatsing maakt de weg vrij voor een herbestemming tot cultuurfabriek. Tenslotte staan de aandeelhouders en Scheltens voor de vraag hoe Pastoe relevant kan blijven in een veranderde wereld. Daarom vroegen zij Stroink het meubelmerk een nieuwe periode in te loodsen.

Toekomst is aan het interieur

“Pastoe moet een flinke draai maken”, aldus Stroink aan de telefoon. “Wat moet er gebeuren als de recessie eindelijk over is? Daar heb ik een visie op.” Zijn stokpaardje, herbestemmingen, komt hier om de hoek kijken. “Gebouwen zijn er inmiddels genoeg, die moeten we een nieuw leven geven en daar heb je interieurs voor nodig. Want die zorgen voor beleving. En dat kan Pastoe bieden. Voor consumenten wordt beleving ook belangrijker gezien de veranderende woningmarkt. Zo zullen mensen de komende jaren meer gaan huren. En omdat je met meubels je eigen identiteit tot uitdrukking kan brengen in je interieur, zijn meubels in dat opzicht nog steeds belangrijk.”

Kast als focus

Kasten zijn het paradepaardje van Pastoe en blijven dat ook. Wel wil Stroink meer focusen op functionaliteit in plaats van op esthetiek. Stroink: “Uiteraard zullen de nieuwe ontwerpen altijd esthetisch gezien in de traditie van Pastoe passen. Maar in een meubelmarkt die zwaar onder druk staat, is het mijn taak een inhoudelijke en filosofische draai aan het merk te geven. Je bewaart immers geen cd’s, dvd’s of boeken meer in je kast, in dit digitale tijdperk. Maar je gebruikt een kast nog steeds om je leven te organiseren. Deze zal daarom steeds flexibeler en dienstbaarder moeten zijn.”


De Shift-kasten van Scholten Baijings voor Pastoe.

Een tweede aandachtspunt van Stroink is het realiseren van een efficiënte productie in Nederland. Momenteel worden in Utrecht de kasten op aanvraag geassembleerd en gelakt. Stroink wil “de keuzestress voor de consument verminderen” door het aantal uitvoeringen terug te brengen en toe te werken naar meer standaardisering. “Dat kan door bepaalde modellen tot ‘our favourites’ te bestempelen.” Daar horen ook de ‘originals’ bij, zoals de draadstoelen die Cees Braakman in de jaren vijftig voor het meubelmerk ontwierp. Zo hoopt het bedrijf de omzet in het buitenland te kunnen vergroten, “wat door de digitale globalisering steeds gemakkelijker wordt.”

Productie in regio Utrecht

Deze uitdunning van de collectie betekent tevens dat meer werk kan worden geautomatiseerd. De huidige meubelmakers blijven echter in dienst. “Authenticiteit en ambachtelijkheid blijven de kernwaarden van Pastoe”, benadrukt Stroink. De productie wil Pastoe in de regio Utrecht blijven doen, gezien de nabijheid van toeleveranciers en de verbinding van het merk met de plek. Hoewel Stroinks bemoeienis met het Utrechtse meubelmerk begon met “een vastgoedadvies”, zegt hij niet betrokken te zijn bij de herbestemming van de fabriek tot cultuurcomplex. Daarvoor zijn de gebouweigenaren Johan Bombach en Willem Schellekens verantwoordelijk. De uithuisplaatsing heeft geen haast, zij geven hem alle tijd. “Tussen nu en vijf jaar”, schat Stroink.


Het team van Pastoe, een foto die ook trots op de gevel van de fabriek prijkt.

Nieuwe generatie

Omdat de klanten van Pastoe vergrijzen, is een van de opdrachten van Stroink een jongere generatie aan het merk te binden. “Voor hen is prijs heel belangrijk. Ook dien je andere communicatiekanalen te gebruiken.” Pastoe zal in de fysieke retail vooral inzetten op de kasten, terwijl andere meubels van Pastoe via online winkels zullen worden verspreid.

Ook de jubileumviering in 2013 was een poging om het meubelmerk onder de aandacht te brengen bij een nieuwe groep consumenten. “Geen kwaad woord over dat jubileumjaar (georganiseerd onder leiding van toenmalig directeur Remco van der Voort – MO), maar er is heel veel energie gestoken in het feest, en te weinig in productontwikkeling en omzet”, aldus Stroink.

Tussen de regels door wordt duidelijk dat Stroink orde op zaken moet stellen bij Pastoe. “De basis van het bedrijf moet goed zijn, de ICT, de organisatie, de taakverdeling, noem maar op. Wat ik mis aan kennis van meubels, maak ik goed door mijn bedrijfskundige kennis.” Stroink geeft aan dat hij veel nieuwe “jonge mensen” bij het bedrijf heeft binnengehaald, de marketinginspanningen wil intensiveren en zo met “vriendelijke dwang” het meubelmerk omturnt naar een minder eigenwijze, meer consumentgerichte bedrijfsfilosofie.


De draadstoelenserie van Cees Braakman uit 1958.

Ecosysteem

De samenwerking met andere ontwerpers wordt wel voortgezet. “Ik wil jonge ontwerpers en makers aan ons binden. We moeten het bedrijf transformeren van een gesloten oester naar een ecosysteem dat goed functioneert in een netwerksamenleving.” Welke jonge ontwerpers dat zijn, wil Stroink nog niet zeggen. “Eerst moeten we de kwaliteit en levertijd op orde krijgen. De Salone del Mobile van 2015 komt te vroeg voor het lanceren van nieuwe ontwerpen, daar zul je nog even op moeten wachten.”

Drie jaar geleden startte Stroink zijn bedrijf Dutch Spring, waarmee hij jonge ondernemers wil ondersteunen. Daar blijft hij gewoon mee bezig: “Ik zie mezelf als een tussenpaus. Een frisse jonge directeur mag het uiteindelijk verder brengen. In anderhalf jaar wil ik Pastoe zover hebben dat het met gemak de volgende honderd jaar haalt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels